Van Dam plant zaadjes voor een nieuwe landbouw

voedsel | Wat eten we in de toekomst en wie produceert dat? Vandaag en morgen presenteert staatssecretaris Van Dam zijn ideeën daarover. De boeren wachten argwanend af.

DRONTEN 26 mei 2016

Duurzaam, duurzaam, duurzaam. Staatssecretaris Martijn van Dam heeft het woord al een keer of drie gebruikt in zijn gastcollege op de agrarische Vilentum Hogeschool in Dronten, als een paar leerlingen op hun stoel beginnen te draaien. Een van hen houdt het niet meer en steekt zijn hand op. Hij is boerenzoon, beoogd opvolger op het bedrijf, en hoort de staatssecretaris kritisch aan. Hij vraagt: "Wat bedoelt u nou eigenlijk met duurzaam? Moeten boeren meer aandacht hebben voor dierenwelzijn? Dat hindert een efficiënte bedrijfsvoering, hoor."

Onbewogen, geduldig en een tikkeltje vermoeid legt Van Dam uit wat hij bedoelt. "Duurzaamheid, dat is de bodem niet uitputten, zo min mogelijk energie gebruiken, minder CO2 en methaan in de lucht."

Hoe de staatssecretaris de taak van boeren zou omschrijven? "Voedsel maken samen met de natuur." Maar, zegt hij er meteen bij, dat moet in de toekomst anders dan nu. Twee problemen vragen om een oplossing. Ten eerste: de groeiende wereldbevolking die gevoed moet worden. Ten tweede: de Europese landbouw die te afhankelijk is geworden van subsidies uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU.

Over beide kwesties heeft Van Dam nagedacht. Hij spreekt er vandaag en morgen in Amsterdam en Eindhoven over met de andere landbouwministers (Van Dam is staatssecretaris van economische zaken maar mag zich in het buitenland minister van landbouw noemen) van de Europese Unie. Hoe hij denkt over de toekomst van ons voedsel liet hij de afgelopen tijd op verschillende manieren blijken. Nederlandse boeren en food professionals volgen het met afwachtende argwaan.

BRUSSEL 12 januari 2016

Nu Nederland een half jaar lang voorzitter van de EU is, is Martijn van Dam voorzitter van de raad van Europese landbouwministers. Bij zijn eerste optreden in deze functie, afgelopen januari, gaf hij zijn visitekaartje af. Voor de toekomst van ons voedsel, zei hij, is het belangrijk dat veehouders minder antibiotica gebruiken - dat is gezonder voor dieren en mensen. En wat de tuinbouw betreft: Van Dam zei het gevaarlijk te vinden als monopolisten patenten kunnen nemen op groenten.

Van Dam was toen net aangetreden als staatssecretaris, als opvolger van Sharon Dijksma. Van haar erfde hij het dossier voedsel. In oktober 2014 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport 'Naar een voedselbeleid'. In de aanbiedingsbrief aan het kabinet schreef de raad 'dat het tijd is voor een expliciet voedselbeleid: beleid dat rekening houdt met de uiteenlopende waarden rond voedsel, met de samenhang tussen productie en consumptie en met de veranderde machtsverhoudingen in het voedselsysteem'. Want er bestaat van oudsher in Nederland op landbouwgebied een innige band tussen de overheid in Den Haag, kennisinstellingen (zoals de universiteit Wageningen en een hogeschool als Vilentum) en de boeren zelf. Dit heeft gezorgd voor veel productie en een grote export, maar weinig aandacht voor ecologie en gezondheid.

In een reactie op het rapport liet het kabinet weten dat het de analyse van de WRR 'herkenbaar' vindt. Het Nederlandse voorzitterschap van de EU was een mooie kans 'om een aantal van de genoemde opgaven op Europees niveau aan de orde te stellen en betekenisvolle stappen te zetten'.

Huiswerk voor de staatssecretaris: maak in de EU werk van verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, breng alternatieve eiwitten (peulvruchten, wieren, insecten en kweekvlees) onder de aandacht, en zorg dat de consument meer inzicht krijgt in de werkelijke kosten van een product, inclusief kosten voor natuur en milieu.

Toen Van Dam daarover begon in Brussel kreeg hij applaus. Maar dat was deels uit beleefdheid. Want sommige EU-landen willen het landbouwbeleid helemaal niet veranderen. En ook in Nederland staat niet iedereen te juichen.

ROTTERDAM, 11 februari 2016

Geheel in lijn met de innige band die de WRR signaleert, slaat Van Dam aan het polderen. Hoe denken boeren en voedseldeskundigen over de toekomst van ons voedsel? Het ministerie van economische zaken bundelt tien visies in het boekje 'Aan tafel', dat ten doop wordt gehouden in een Rotterdams restaurant. Het wordt tijd voor 'beter eten', schrijft de staatssecretaris in het voorwoord. 'Beter zit wat mij betreft in eerlijker eten. Dat houdt in dat we weten wat we eten, waar het vandaan komt en hoe het gemaakt wordt, en dat de boer een fatsoenlijke prijs krijgt. Beter eten is ook natuurlijker eten. Dat betekent produceren met respect voor dierenwelzijn en behoud van Moeder Aarde'.

Een van de tien essays is geschreven door Albert Jan Maat, voorzitter van boerenbelangenorganisatie LTO. Waar Van Dam vindt dat we voedsel minder vanuit de productie en meer vanuit de consumptie moeten bekijken, spreekt Maat van 'toenemende macht van niet-agrarische spelers'. De veranderingen die Van Dam en de WRR belangrijk vinden, noemt Maat ingewikkeld. Minder gewasbeschermingsmiddelen? Het gebruik daarvan, zegt Maat bij een andere gelegenheid, is de laatste jaren al sterk afgenomen. "Wij van LTO zijn tegenstander van een verbod op glyfosaat. Dat is het beste medicijn dat we op dit moment hebben. Als je dat verbiedt, zullen boeren slechtere alternatieven moeten gebruiken."

Goed, zegt Maat, Van Dam vraagt terecht aandacht voor voedsel. Maar hij houdt zich wel erg bezig met randzaken. Voedsel-les op scholen, is dat nou nodig? Is Van Dam weleens op een boerderij geweest? Elke boer zal trots willen vertellen over zijn werk.

WAGENINGEN, 20 mei 2016

De WRR vindt het dus tijd voor een voedselbeleid en de regering wil dat deels regelen door het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU vanaf 2020 te veranderen. Maar hoe moet dat nieuwe beleid eruitzien? Van Dam laat zeven Wageningse onderzoekers een schets maken. Volgens de onderzoekers moet het landbouwbeleid zorgen voor veel verschillende zaken, van voedselzekerheid en voldoende inkomen voor boeren tot volksgezondheid en natuurbehoud. Van Dam verwerkt de aanbevelingen in een 'discussiestuk' dat hij vandaag en morgen bespreekt met de andere ministers.

Zijn belangrijkste punt: boeren moeten niet langer subsidie krijgen om te produceren, maar een beloning voor hun maatschappelijke bijdrage. Een mooi landschap, daar heeft iedereen wat aan. Als boeren daarvoor zorgen, is het volgens Van Dam 'niet onrechtvaardig' dat ze een vergoeding krijgen. Maar de tijd dat boeren ongelimiteerd vlees, graan of zuivel produceerden zonder zich af te vragen wie dat moet opeten of drinken, is volgens hem voorbij.

Van Dam stuurt het ook aan de Tweede Kamer. Helma Lodders van de VVD vindt het werkstuk van de staatssecretaris niet geslaagd. Hij zet Nederland buitenspel, vindt zij. Ook LTO is sceptisch. Heeft Van Dam het over 'optimale productie'? Nou, er zijn nog altijd delen in de wereld waar niet genoeg te eten is, dus hoezo produceert Nederland te veel?

Precies dat punt snijdt een van de studenten in Dronten aan. Als Nederlandse boeren dankzij subsidies meer produceren dan we zelf kunnen nuttigen, kunnen we de rest toch exporteren naar hongerig Afrika? Van Dam wijst dat resoluut af. Overschotten dumpen in het buitenland hindert de landbouw dáár.

AMSTERDAM, 21 mei 2016

De kritiek van LTO en de VVD weerhoudt Van Dam er niet van om gestaag door te gaan met het planten van zaadjes voor een nieuw landbouwbeleid, dat dus een voedselbeleid moet worden. In de Amsterdamse Rode Hoed neemt hij deel aan het slotdebat van de reeks 'It's the food my friend'.

"Ik koester het model van relatief kleinschalige bedrijven", zegt hij. Als je wereldwijd kijkt, zie je in Afrika en Azië piepkleine boerenbedrijfjes met een grote rol in de lokale economie. Als we de wereld willen voeden, moeten we dat model koesteren."

En zijn beoogde grote omslag in het landbouwbeleid verwoordt hij zo: "De landbouw levert allerlei diensten en heeft impact op allerlei zaken waarvoor de markt nu niet betaalt: klimaat, natuurlijke bronnen, een mooi cultuurlandschap. Het is daarom te rechtvaardigen dat de overheid daar een rol in speelt. We moeten niet subsidiëren om de huidige situatie in stand te houden, we moeten maatschappelijke uitdagingen subsidiëren."

Dat klinkt Bert van Ruitenbeek als muziek in de oren. Hij was een van de organisatoren van het debat maar ook directeur van stichting Demeter, die biologisch-dynamische landbouw wil bevorderen. "Van Dam spreekt onomwonden steun uit aan de biologische sector", zegt Van Ruitenbeek. "Daarin gaat hij een stap verder dan zijn voorgangers. Hij steekt zijn nek uit voor het kwekersrecht en tegen de patentering op natuurlijke eigenschappen. Dat is allemaal meer dan van symbolische betekenis. Het maakt duidelijk dat de energietransitie in volle gang is. De landbouw en de voedselketen zijn nu aan de beurt."

In een interview met NRC Handelsblad maakt Van Dam de geesten rijp voor een debat over de toekomst van ons eten. Hij is weliswaar staatssecretaris van landbouw, zegt hij, dat betekent niet dat hij er alleen maar is voor de boeren. Het is ook zijn taak belastinggeld goed te besteden. En dan kan het toch niet de bedoeling zijn dat bepaalde boeren alleen dankzij overheidssubsidie kunnen bestaan? De inkomsten van de kalvermesterijen komen voor meer dan 90 procent uit subsidie. Waarom moet de belastingbetaler die financieren? Wat krijgt die daarvoor terug?

Albert Jan Maat van LTO is boos over het interview, zegt hij. Kalvermesters verdienen geld voor Nederland, zegt hij. Dát is hun bijdrage aan de maatschappij. Snapt de staatssecretaris dat niet? En waarom zegt hij zo onaardig dat hij er niet alleen voor de boeren is? Is dat nou nodig? Maar Maat is weer een beetje tevreden als Van Dam hem belt om zijn uitspraken uit de krant te nuanceren.

Dronten, 26 mei 2016

De powerpointpresentatie hapert, maar Van Dam wil de studenten van hogeschool Vilentum wat cijfers tonen. Bijna 40 procent van het budget van de EU gaat naar landbouw, in totaal 868 miljoen euro. Dankzij dat geld kon Nederland uitgroeien tot de tweede exporteur van agrarische producten in de wereld. Met de ene hand streelt Van Dam de aanstaande boeren in de zaal. Hij zegt: "Er wordt veel verdiend aan eten, maar de boer verdient te weinig." Met de andere hand deelt hij een gevoelige tik uit als hij vraagt: "Een bakker produceert toch ook voedsel? Waarom geven we hem geen subsidie en boeren wel?"

EINDHOVEN, 30 mei

Martijn van Dam neemt zijn Europese collega's vandaag mee naar zijn thuisstad Eindhoven. Hij heeft er een expositie laten inrichten (tot 5 juni te zien voor het publiek) over voedselvoorziening in de toekomst. Ondernemers, ontwerpers en wetenschappers tonen er onder meer 3D-geprinte ziekenhuismaaltijden en kweekvlees. "We hadden ook een paar bedrijfsbezoeken kunnen afwerken, maar in Eindhoven brengen we zo de wereld van de landbouw en innovatie bij elkaar. In de toekomst gaan deze dingen hand in hand", zei Van Dam in de Brabantse pers.

Die toekomst kan nog wel even op zich laten wachten, vermoeden Brusselse landbouwlobbyisten. Nederland loopt wel erg voor de troepen uit - genoeg landen durven nog niet aan de inkomenssteun voor boeren te komen. En de noodzaak van ecologische inspanningen wordt ook niet overal gevoeld.

Maar, zegt Albert Jan Maat, dat Van Dam deze discussie nu al start, is toch wel goed. "Hij maakt het zaaibed klaar, dat moet ook gebeuren. Dit bevestigt de reputatie van Nederland als koploper in de landbouw."

Staatssecretaris Van Dam in de kas van de agrarische hogeschool in Dronten waar hij een gastcollege geeft.

Herman Engbers

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden