Van computer-anarchist tot gerespecteerd burger

Het is nog maar een paar jaar geleden dat Rop Gonggrijp, oprichter van het blad Hacktic, samen met zijn vrienden geheime hackparty's organiseerde in de slaapkamer van zijn flat in de Bijlmermeer. Een groepje jongens van net in de twintig, computerfreaks met lange haren en anarchistische ideeën. Wilde drugsparty's? Helemaal niets van waar, beweert Gonggrijp. “Het waren hele brave feestjes met chips en cola, waar alleen maar over computers werd gepraat.”

“De informatie in Hacktic dient slechts een educatief doel”, schreef Gonggrijp uit voorzorg in het colofon van het blad. “Gebruik van de informatie zou strafbaar/staatsgevaarlijk/stout kunnen zijn.” De redactie wees dan ook 'iedere verantwoordelijkheid voor gebruik door de lezers van de in Hacktic opgenomen informatie af'. “Het was in die tijd nog een soort wilde westen”, zegt Gonggrijp nu. “Er bestond nog geen wetgeving op dit gebied, niemand realiseerde zich eigenlijk wat er aan de hand was. Alleen wij hackers wisten wat een enorme mogelijkheden zo'n computernetwerk te bieden had.”

Inmiddels heeft de techniek het blad Hacktic achterhaald. Begin deze maand werd het tijdens een grootscheepse hackersparty in Paradiso opgeheven. Gonggrijp: “Het papieren medium is gewoon niet snel genoeg om bij te houden wat er op dat gebied allemaal gebeurt. Tegen de tijd dat discussies in het blad verschenen waren ze op het Internet al helemaal uitgediscussieerd.”

Hacktic zelf groeide, als een van de belangrijkste aanbieders van Internet-verbindingen, in de tussentijd uit tot een respectabel bedrijf met een echt kantoor en zeven medewerkers in vaste dienst. In het statige 17de-eeuwse pand aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam, waar Hacktic sinds anderhalf jaar gehuisvest is, ligt de vloer bezaaid met zaagsel, afgedankte computerschermen en bossen kabels. “Het is nog een beetje een puinhoop”, legt Gonggrijp (26) - blond haar tot over de schouders, zuurstokroze trui en spijkerbroek - uit. “De aannemer heeft zijn deadline niet helemaal gehaald.” In de 'kantoortuin' staan tientallen computers te zoemen en in de hardwareruimte, het kloppende hart van Hacktic, flikkeren honderden lampjes van de op elkaar gestapelde modems nerveus aan en uit.

De tijd van het echte hacken is voor Gonggrijp wel een beetje voorbij. “Ik ben nooit zo'n goede hacker geweest”, geeft hij toe. “Waar het mij om gaat, dat zijn de ideeën erachter: een vrije toegang tot informatie voor iedereen. In de maatschappij waarin wij leven ligt kennis niet meer opgeslagen in bibliotheken of archieven, maar in databestanden op het netwerk. Het is een kennismachine waar negentig procent van de bevolking nooit bij kan komen. Dat vinden wij onrechtvaardig, zoals we in de slotverklaring van de Galactic Hacker Party in '89 ook al hebben opgetekend.”

Om deze ideeën kracht bij te zetten richtte Hacktic in '94 de stichting XS4all op (spreek uit: access for all), een server die elke computergebruiker op legale wijze voor 25 gulden per maand toegang verschaft tot het wereldwijde Internet. Samen met politiek-cultureel centrum De Balie zette XS4all vorig jaar bovendien de Digitale Stad op. Een initiatief dat voor 60.000 gulden door het ministerie van economische zaken werd ondersteund.

“Van een stelletje verdachte computer-anarchisten zijn we nu gerespecteerde burgers geworden”, zegt Gonggrijp niet geheel zonder ironie. “Van groot belang voor de Nederlandse economie.”

Aan die verandering in beeldvorming heeft Hacktic bewust gewerkt, legt Felipe Rodriquez uit. Hij behoort sinds '90 tot de vaste kern van Hacktic en was nauw betrokken bij de oprichting van XS4all en de Digitale Stad. Rodriquez: “Een paar jaar geleden dacht iedereen bij de naam Hacktic nog aan enge terroristen. In BVD-jaarboeken werden we afgeschilderd als een verdacht groepje anarchisten, die de samenleving wilden ondermijnen. Nu zien ze dat we eigenlijk heel aardige en rustige jongens zijn, die de beste bedoelingen hebben.”

Maar de grootste triomf was toch wel dat de heer H. Onderwater van de Criminele Recherche Dienst persoonlijk op het afscheidsfeestje van Hacktic aanwezig was. Gonggrijp vindt dat niet vreemd: “Inmiddels hebben we elkaar beter leren kennen en is dat vijandbeeld niet meer vol te houden. Sterker nog, ze hebben eigenlijk best bewondering voor wat wij doen.”

De dunne lijn tussen hacker en beveiligingsbeambte is dan ook niet zo duidelijk te trekken, vindt Gonggrijp. “In feite komen we uit hetzelfde nest. Ik ken een aantal beveiligingsmensen die ook een abonnement op Hacktic hadden. Want om te kunnen beveiligen moet je eerst kunnen hacken. Het is een soort kat-en-muisspel, we weten heel goed dat we van elkaar afhankelijk zijn.”

Het belangrijkste van het hacken is de mindframe waarmee je de dingen om je heen bekijkt, zegt Gonggrijp. “Al is het alleen maar omdat er een heleboel mis is met de techniek waar we allemaal zo op vertrouwen. Als de PTT met een nieuwe uitvinding komt, zoals onlangs weer die digitale telefoongids, dan zijn wij de eersten die aantonen dat het geen onfeilbaar systeem is. (Via Hacktic werd dan ook onmiddellijk een programma verspreid waarmee de geheime adresinformatie die erin verwerkt zit, zo uit te lezen is, red.) Van de grote bedrijven zul je dat nooit horen. Geloof vooral nooit wat er in de handleiding staat. Je moet eerst kijken of je het kunt kraken, dan pas weet je hoe veilig iets is. Ik kijk altijd waar de zwakke plekken zitten in een systeem. De hele wereld om ons heen verandert steeds meer in systemen. Het is belangrijk dat we leren om daar zelf over na te denken, en niet blindelings te vertrouwen op die kleine elite die zogenaamd weet hoe het allemaal zit.”

Terwijl de gemiddelde computergebruiker al blij is als hij het voor elkaar krijgt om tot Internet door te dringen, is Hacktic al lang bezig met de problemen van de 21ste eeuw. Zoals het vraagstuk rond de privacy en het gebruik van cryptografie. Gonggrijp: “Eigenlijk is de hele discussie rond privacy op het netwerk een gepasseerd station. Door het gebruik van creditcards, bankpasjes, enzovoort ligt allerlei persoonlijke informatie al lang in het netwerk opgeslagen. Marketing-deskundigen kunnen daardoor precies te weten komen wat ze maar willen: in welke auto je rijdt, waar je vorige week gegeten hebt, welk beleg je gisteren op je brood had.”

Vooral het gebruik van de Airmiles-kaart vindt Gonggrijp 'de grootste privacyscam van de eeuw'. “Het wordt tijd dat we er eens eerlijk voor uitkomen dat privacy in die zin niet meer bestaat. De enige privacy is de privacy die je zelf maakt.”

Vandaar ook dat Gonggrijp een groot voorstander is van de door de overheid gevreesde cryptografie, een code waardoor alleen de zender en de ontvanger kunnen ontcijferen wat er in een boodschap staat. Rodriquez op zijn beurt maakt zich vooral zorgen om de 'vervuiling' en 'overexploitatie' van het Internet. Rodriquez: “Ik zie het Internet als een ecologisch systeem. Het heeft alle kenmerken van een levend organisme, dat zich telkens weer aanpast als er veranderingen optreden. Wij zijn de biologen van de techniek.” Rodriquez wil zich de komende tijd vooral gaan toeleggen op de kwaliteitsverbetering van het Internet. “Net zoals je de regenwouden in Brazilië niet oneindig kunt kappen, kun je ook het netwerk niet oneindig belasten. We moeten ons realiseren dat we niet ongelimiteerd kunnen blijven gebruiken, zonder ooit iets terug te geven.”

Rodriquez: “Veel mensen zien Internet nog steeds als het zoveelste nieuwe massamedium. Ik zie het eerder als een natuurlijke evolutie in de menselijke communicatie. Eindelijk is er een medium waarbij mensen weer eens met elkaar kunnen communiceren.”

Gonggrijp: “De tijd van de massamedia, waarbij een aanbieder bepaalt wat de rest te zien krijgt, is voorbij - de halve eeuw waarin we met zijn allen als zombies naar kwissen zaten te kijken. Zo zit de wereld zit niet meer in elkaar. Mensen willen zelf bepalen wat ze voorgeschoteld krijgen en zelf aanbieder worden. Internet kan daarin een grote rol vervullen omdat het in zichzelf een anarchistisch systeem is, zonder centraal gezag. De massamedia gaan nog steeds uit van de veilige grote middenmoot. De media zijn braaf omdat ze denken dat hun publiek braaf is. Het wordt tijd dat we die braafheidfilters afschaffen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden