Van componist tot uitvoerder of de overdracht van een compositie

Zeven componisten kregen de opdracht een stuk te schrijven voor een solist. Caroline Ansink schreef 'Anything you say' voor harpiste Godelieve Schrama. Over de wisselwerking tussen componist en musicus. ,,Toen ik haar hoorde spelen, wist ik meteen wat voor stuk ik zou componeren.''

Sandra Kooke

Ansink: ,,Op die middag in Gouda deed Godelieve alles wat maar op een harp mogelijk was. Toen besloot ik onmiddellijk dat ik een extreem stuk zou schrijven; heftig en ver uit elkaar. Ik ga in uitersten vervallen, dacht ik. Dat kwam door haar veelzijdige manier van spelen. Mensen zeggen vaak: 'Harp? O, dat is zo'n mooi instrument. Dan denk ik: bah. Het is meer dan dat. Godelieve laat dat zien.''

Ansink ging aan het werk. ,,De vraag is: hoe formuleer je uitersten? In muziek heb je toonhoogte, dynamiek, gestiek enzovoort om tegengestelde elementen neer te zetten. Je kunt gemakkelijk 27 verschillende aspecten bedenken en een stuk schrijven, dat vijf dagen duurt.''

Uiteindelijk is het een stuk van zo'n negen minuten geworden. Een kring van tegenstellingen, waarbij de laatste bij het begin uitkomt. Daarna komt al het materiaal nog een keer terug, maar dan in een verkorte versie. Zo is een soort spiraal ontstaan. De tegenstellingen zijn niet zwart-wit geworden, meent Ansink. Het zijn kleurschakeringen. Zoals de verschillende vlakken van een diamant.

De eerste versie werd opgestuurd en Schrama wierp er een eerste blik op. ,,Ik zag de voorste pagina en dacht: 'mijn god, wat moeilijk.' Maar bij het doorbladeren zag ik dat de rest wel redelijk zou gaan. Daarna ging ik het doorspelen en nadenken over de titel. 'Anything you say'. Ik had het idee dat het stuk ging over iemand die iets probeert te zeggen en het steeds opnieuw probeert, omdat het niet overkomt.''

Later bleek dat Ansink iets heel anders bedoelde. Ansink:,,Dat citaat heb ik gehaald uit politieseries op televisie. De gearresteerde staat met zijn handen op zijn rug gebonden en dan zegt een agent met barse stem: 'You have the right to remain silent. Anything you say can be used against you.' (U hebt het recht te zwijgen. Alles wat u zegt kan, tegen u worden gebruikt.) Dat geldt ook voor iedere kunstenaar. Wat drijft je? Waarom wil je je uiten? 'You have the right to remain silent', maar telkens voel je de noodzaak om te componeren. Ik word al onrustig als ik twee dagen niet geschreven heb.''

Schrama: ,,Toen zij mij dat uitlegde, begreep ik het. Zelf heb ik ook die drang om me te uiten. Sta ik daar weer met mijn ingepakte harp op het station van Lutjebroek. Dan vraag ik me weleens af waarom ik het doe. Maar het moet.''

Ansink had wel eens eerder voor harp geschreven, maar ze heeft nooit geprobeerd het instrument te leren kennen door erop te spelen. Ansink: ,,Dan zou ik me laten belemmeren door mijn beperkte technische mogelijkheden. Ik heb geprobeerd de klank die in mijn hoofd zat op papier te krijgen.'' Dat was aardig gelukt, maar Schrama heeft haar enkele suggesties gedaan om het te verbeteren. Schrama: ,,Praktische zaken. Mijn armen zijn bijvoorbeeld niet zo lang als zij dacht. En in het lage register zijn de snaren zo lang dat ze vertraagd op gang komen en onbedoelde bijgeluiden geven.''

De definitieve versie is nu af. Een paar dagen voor de première speelt Schrama het voor. Inderdaad toont het stuk allerlei aspecten van de harp, van 'pianississimo' getokkel tot 'fortississimo' knallen, met melodische lijnen en lange glissandi. Schrama speelt het heel goed. Ansink is blij verrast als ze het hoort.

Vanavond laat Schrama het stuk voor het eerst aan publiek horen. Ansink heeft 'haar kindje' aan Schrama overgedragen. Dat betekent dat het nooit helemaal volgens haar bedoelingen wordt. Dat bleek al toen Schrama de titel van het stuk anders interpreteerde. ,,Maar ze is een goede oppas, hoor. Ze maakt geen drugsverslaafde van mijn Indiaantje.''

Schrama voelt de verantwoordelijkheid op haar schouders drukken. Een musicus moet respect hebben voor de noten van de componist, vindt zij. Ook bij dode componisten trouwens. Schrama: ,,Bij nog levende componisten kan het gebeuren dat je het niet helemaal eens wordt over een stuk. Dat is nu gelukkig niet gebeurd.''

Schrama beschouwt zich als uitvoerende ondergeschikt aan de componist. ,,Ik ben straks dood, maar de muziek blijft.'' Ansink is het daar niet helemaal mee eens. ,,Ik zie het niet hiërarchisch. Zonder speler is er geen muziek. Het is een wederzijdse afhankelijkheid. Trouwens, als jij toen in Gouda niet zo had gespeeld, was dit stuk er niet gekomen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden