Van Bylandt kon geen orde houden in de Kamer

Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg heeft het moeilijk. Een slecht functionerende voorganger moest ruim honderd jaar geleden opstappen, omdat de koningin genoeg van hem had.

Het is geen desertie", zei Tweede Kamervoorzitter Frederik graaf van Bylandt bij zijn afscheid als preses in 1912, "maar ik moet het oordeel van den geneeskundigen respecteeren." De antirevolutionaire minister van Oorlog Hendrik Colijn richtte wat vriendelijke woorden tot de man die de hamer definitief neerlegde. En de nestor van de Kamer, de liberale predikant Frans Lieftinck (77) hield een met gejuich begroet toespraakje.

Alle toegezwaaide lof had iets vals. Van Bylandt, lid van de Christelijk-Historische Unie (CHU) stond niet in erg hoog aanzien als Kamervoorzitter. Hij trad ook helemaal niet af om gezondheidsredenen. De Nieuwe Rotterdamsche Courant bracht het wat omfloerst, maar wie tussen de regels door kon lezen, wist genoeg: 'Met den heer Van Bylandt gaat een zeer humaan voorzitter heen. Welwillendheid en beminnelijkheid waren zijn meest kenmerkende eigenschappen. Kracht en beslistheid ontbraken hem somwijlen; hij kon niet bestraffen, op z'n hoogst vermanen op goedig-beminnelijken toon. Doch zijn geduld was onuitputtelijk.' Daar stond met andere woorden: Van Bylandt was niet de krachtige en kordate figuur die de soms zo turbulente Tweede Kamer nodig had.

Aan ervaring ontbrak het de edelman niet. Voordat hij in 1909 op 67-jarige leeftijd preses werd, had hij gewerkt in de diplomatieke dienst (onder meer in de belangrijke steden van die tijd: Londen, Parijs, Wenen en Berlijn) en had hij al bijna zeventien jaar ervaring in 's lands vergaderzaal.

Maar Van Bylandt was niet de eerste keus. De CHU vond Johannes de Visser eigenlijk geschikter. Maar dat was een hervormde predikant. Met zo'n precedent zou het niet ondenkbaar zijn dat op termijn een katholieke geestelijke de Kamer zou presideren. Dat wilde de CHU ten koste van alles voorkomen.

Van Bylandt bleek als voorzitter geen succes. Het ontbrak hem aan natuurlijk overwicht. Hij had vooral lastig met de volksvertegenwoordigers van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP).

De zaak liep het ergst uit de hand tijdens de behandeling van sociale verzekeringswetten in 1911. Van Bylandt wilde de behandeling toen na de eerste termijn al sluiten. Maar links wilde nog een tweede termijn, een verzoek dat door een Kamermeerderheid werd afgewezen. De sociaaldemocraat Jan Schaper, normaal gesproken niet de meest radicale in zijn fractie, werd woedend en dreigde met inktkokers te gaan gooien. "Smerige bende! Dompers bent jelui!", schreeuwde hij. Het hielp allemaal niet.

Uit frustratie over de bejegening door de andere partijen nam de SDAP -zoals wel vaker- haar toevlucht tot politieke obstructie. Het om de haverklap aanvragen van hoofdelijke stemming, nodeloze interpellaties en het houden van ellenlange toespraken maakten deel uit van het repertoire van de sociaal-democraten. Van Bylandt wist daar niet goed raad mee. Hij kwam nauwelijks verder dan aarzelend overkomende waarschuwingen: "Mijne heeren, laat ons er nu geen relletje van maken. Op die wijze gaat men onze vergadering belachelijk maken. Er mag geen kinderwerk van gemaakt worden."

Binnen de Tweede Kamer heerste inmiddels grote ontevredenheid over Van Bylandts functioneren. Toch grepen de leden niet in. Hij werd gewoon weer boven aan de voordracht gezet voor de jaarlijkse herbenoeming. Koningin Wilhelmina kon dat in principe weigeren, maar dat het staatshoofd zo bruusk zou ingaan tegen de wil van het parlement was in de staatkundige verhoudingen van honderd jaar geleden al ondenkbaar.

Dat nam niet weg dat de koningin weinig op had met Van Bylandt. Nadat ze in 1908 en 1909 al verstek had laten gaan bij de opening van het parlementaire jaar vanwege haar zwangerschap en de geboorte van prinses Juliana, weigerde ze in 1911 weer om te komen. Het vermoeden bestond dat dit te maken had met een door de SDAP aangekondigde kiesrechtbetoging. Dat vond politiek Den Haag extra pijnlijk omdat de koninklijke absentie de demonstranten bij voorbaat al een overwinning cadeau zou doen. De vorstin liet zich echter leiden door heel andere overwegingen Ze bleef weg vanwege haar hekel aan de Kamervoorzitter.

Toen dit in 1912 opnieuw dreigde te gebeuren, terwijl de SDAP weer een Rode Dinsdagmars in het vooruitzicht had gesteld, waren Van Bylandts dagen als voorzitter gesteld. Een medisch mistgordijn ontnam het zicht op de werkelijke reden van zijn opstappen. De graaf bleef nog wel tot 1916 lid van de Tweede Kamer.

De katholieke jonkheer Octaaf van Nispen tot Sevenaer volgde hem op als Kamervoorzitter. Hij kampte echt met gezondheidsproblemen. Om medische redenen moest hij het presideren van avondvergaderingen overlaten aan een ander.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden