Van Bommels uit Belgrado

Hoewel Nederlandse bedrijven volop aanwezig zijn in Midden- en Oost-Europa, schitteren ze in Servië door afwezigheid. Toch is de enkele ondernemer die het heeft aangedurfd, niet ontevreden. Dat geldt zeker voor de Servische partner.

Een lot uit de loterij. Diverse werkneemsters van het Belgradose bedrijf Royal Dutch Shoes steken hun tevredenheid over hun gloednieuwe werkgever niet onder stoelen of banken. Een redelijk salaris, dat ook nog op tijd wordt betaald, vakantie- en ziektedagen doorbetaald, dan mag je in Servië in je handen knijpen. Opmerkelijk is echter het voordeel dat Snezana bovenaan haar lijstje heeft staan: ,,Je kunt hier gewoon ademhalen. Anders dan bij andere schoenfabrieken wordt hier nauwelijks lijm gebruikt.'' Dat vergt de nodige behendigheid om de verschillende delen van een schoen netjes en precies aan elkaar te stikken. ,,Maar die vaardigheid wordt hier gewaardeerd.''

Royal Dutch Shoes is een joint-venture van het Nederlandse Van Bommel en het Servische Premix. In een voormalige staatsdrukkerij werken zo'n 25, merendeels vrouwelijke, werknemers voor de Nederlandse fabrikant van dure kwaliteitsschoenen. Dat wil zeggen: in Belgrado wordt het leer gesneden en de bovenschoen gestikt. In Moergestel, al drie eeuwen de thuisbasis van Van Bommel, wordt daar dan de zool aan gemonteerd.

,,Het is goedkoop.'' Van Bommels zakelijk directeur Paul Petit windt er geen doekjes om waarom het bedrijf -dat in Nederland zo'n 140 werknemers heeft- in deze contreien zit. Het maken van een complete schoen vergt zo'n 260 handelingen, waarvan het leeuwendeel in het stikwerk zit. Al sinds de jaren tachtig besteedt Van Bommel dat, meest arbeidsintensieve en dus dure, deel van de produktie uit. Aanvankelijk aan loonstikkerijen en thuiswerkers in Nederland, daarna verder weg; India en Tunesië.

De sterke groei van het bedrijf -'de laatste jaren gemiddeld tien procent'- noopte aan het begin van het nieuwe millennium tot het vinden van een derde toeleverancier. ,,Omdat we het risico willen spreiden, dachten we meteen aan Oost-Europa.'' Servië kwam aanvankelijk niet op het lijstje van potentiële kandidaten voor. ,,Ik had het beeld van een totaal verwoest land.'' Een consultant maakte hem wijzer en bracht hem in contact met Premix, dat op zoek was naar een buitenlandse partner.

Toen ging het snel. ,,We spreken dezelfde taal'', verklaart Srdjan Babic van de Servische counterpart. Premix begon in 1990 in het noordelijke Subotica als particuliere onderneming, in een tijd dat Joegoslavië nog merendeels staatsbedrijven kende. Aanvankelijk deed Premix vooral stikwerk voor Italiaanse schoenenfabrikanten. Sinds 2001 maakt het bedrijf -300 werknemers- ook complete schoenen.

Dat is uiteindelijk ook de bedoeling van Royal Dutch Shoes, aldus Babic. ,,Van hieruit willen we de Oost-Europese markt op. Van Bommel-schoenen zijn hier nog onbekend.'' Vooral Rusland lonkt. Servië heeft daarmee, als enige land in Europa, een vrijhandelsakkoord.

De Serviër is blij met de samenwerking, die ondermeer toegang geeft tot nieuwe technologie. ,,We hebben hier nu de enige computergestuurde snijmachine van Servië'', zegt hij opgewekt. Ook Petit heeft tot nu toe opmerkelijk weinig klachten. ,,Belgrado is een prettige stad, ik voel me hier veilig.'' En het belangrijkste: ,,De mentaliteit van de mensen is prima.'' Wat nog moet wennen is dat Van Bommel van de werknemers verwacht dat ze flexibel zijn en veel verschillende handelingen kunnen verrichten. ,,Terwijl ze in de staatbedrijven gewend zijn er maar twee of drie te doen.'' Training, ter plekke en deels in Moergestel, moet dat probleem verhelpen.

Van Bommel is een van de weinige Nederlandse investeerders in Servië. Vóór het uiteenvallen van het oude Joegoslavië wist menig ondernemer zijn weg op de Balkan te vinden. In de jaren negentig viel vrijwel alles stil. De VN kondigden sancties af tegen Servië en Montenegro, de twee deelrepublieken die als aanstichters van het geweld in de regio werden gezien. Sinds het vertrek van Slobodan Milosevic, eind 2000, trekt de handel weer aan. Voor directere betrokkenheid schrikt het Nederlandse bedrijfsleven echter terug.

,,Vorig jaar is in Servië bijna 1,3 miljard dollar geïnvesteerd'', aldus Roza Trajcevska, handelsmedewerker van de Nederlandse ambassade in Belgrado, ,,maar daar waren nauwelijks Nederlandse bedrijven bij.'' Toch iets verbaasd constateert ze dat, anders dan in de rest van Midden-en Oost-Europa, Nederland niet voorkomt in de top-10 van buitenlandse investeerders. ,,Je ziet hier vooral Slovenen en Duitsers.'' De beperkte Nederlandse investeringen -van merendeels middelgrote bedrijven- worden bovendien vaak deels gesubsidieerd, ook die van Van Bommel. Het Nederlandse ministerie van economische zaken kent een speciaal programma dat projecten ondersteunt die zowel het Nederlandse bedrijfsleven als de herstructurering in het voormalig Oostblok ten goede komen.

Trajcevska kan genoeg redenen verzinnen voor de aarzeling om in Servië actief te worden. Het land is tien jaar lang een probleemgeval geweest. Nog altijd heeft het onduidelijke grenzen: het is de vraag of Servië en Montenegro bij elkaar zullen blijven, net zoals de toekomst van Kosovo nog altijd ongewis is. Economisch staat het land er slecht voor: de werkloosheid bedraagt dertig procent, bedrijven zijn verouderd, verwaarloosd en versleten. Toch vindt ze een kanttekening wel op zijn plaats. ,,Het idee dat er hier niets is veranderd, klopt niet. Er is macro-economische stabiliteit, er zijn tal van nieuwe wetten aangenomen.'' Al is de vraag of de jongste verkiezingsuitslag het tempo van de hervormingen niet danig zal vertragen.

Aan de jonge Tomislav Andrijasevic zal het niet liggen. ,,We moeten hard werken, dat is de enige manier.'' Hij is directeur van de gelijknamige fabriek in het aan de Kroatische grens gelegen Ruma. Het bedrijf -in 1995 opgericht door zijn vader, die in 2001 bij een auto-ongeluk omkwam- maakt spiralen en matrassen. ,,Maar dat doen we met Italiaanse machines van 25 jaar oud'', aldus bedrijfsleider Zoran Peko. ,,Het was al gauw duidelijk dat we zonder moderne technologie geen toekomst hadden. Dan was het een kwestie van wachten tot zich hier het eerste West-Europese bedrijf vestigde, dan waren we er geweest.''

Het ambitieuze duo besloot het niet zover te laten komen. Een poging tot samenwerking met de Nederlandse collega-fabrikant Dunlopillo mislukte, waarna via-via contact werd gelegd met Dico, producent van stalen bedden en ander slaapkamermeubiliar. Het Udense bedrijf -120 werknemers- heeft bepaald geen florissante jaren achter de rug, maar zag wel wat in coöperatie. ,,Het bood een mogelijkheid ons aanbod te verbreden'', aldus logistiek manager John Vesters. Bovendien, zegt hij zijn collega's van Van Bommel/Premix na: ,,Het klikte meteen tussen ons.''

Dico en Andrijasevic hebben in Ruma de afgelopen maanden een nieuwe fabriek gebouwd, eveneens met Nederlandse steun, waar met veel modernere technologie eveneens matrassen worden gemaakt. Voordeel voor Dico, aldus Vesters: ,,We kunnen onze klanten nu een veel completer produkt aanbieden. En via de contacten van Andrijasevic kunnen we de Balkan op.'' Het Servische bedrijf verkoopt, behalve op de thuismarkt, ook in de omringende landen. ,,In Bosnië zijn we marktleider'', aldus de directeur. Het voordeel voor Andrijasevic: ,,We kunnen meer en betere matrassen maken en hebben via Dico toegang tot de westerse markt.''

Vesters is tot nu toe tevreden. Opmerkelijk is dat hij zich, net zomin als Paul Petit van Van Bommel, herkent in de bekende verhalen over Oost-Europese bureaucratie en corruptie. ,,Het kost tijd, maar dat is niet alleen in Servië zo'', aldus de man van Dico. De tevredenheid is minstens zo groot aan de andere kant. De samenwerking biedt Andrijasevic en zijn zestig werknemers lange termijnperspectief. ,,Banen zijn zeker gesteld. Dat wordt gewaardeerd. Mensen zetten zich in'', zegt Peko.

Directeur en bedrijfsleider zitten vol ideeën. ,,Door de contacten met Dico hebben we de kans iets van West-Europa te zien en veel te leren, bijvoorbeeld over marketing'', aldus Andrijasevic. ,,Op den duur willen we de klant alles kunnen aanbieden wat met slapen te maken heeft. Dus ook bijvoorbeeld lakens en dekens.'' Zichtbaar tevreden loopt het enthousiaste tweetal door de gloednieuwe fabriekshal. De directiekamers zijn nog niet klaar. ,,Je moet prioriteiten stellen'', lacht Peko, ,,eerst zorgen dat er geproduceerd wordt. Onze klanten wachten niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden