Van boegbeeld tot kluizenaar

Afgelopen woensdag, op 5 december, overleed Karlheinz Stockhausen op 79-jarige leeftijd. Hij was een van de grootste klassieke componisten van de vorige eeuw, pionier van de elektronische muziek en inspirator van Miles Davis, Björk en de Beatles.

Als de laatste representant van de naoorlogse Europese avantgarde – alleen de 82-jarige Fransman Pierre Boulez is nu nog over – hield de zojuist overleden Stockhausen zijn leven lang vast aan het serialisme, gaf hij die techniek een persoonlijke en mystieke invulling en wees hij regelmatig vooruit naar nieuwe en ongehoorde wegen. Stockhausen was ook een van de belangrijke pioniers van de elektronische muziek.

Uit zijn vroegste werk voerde het Nederlandse Asko Ensemble begin dit jaar nog de ’Drei Lieder’ (1950) uit, een cyclus die de 22-jarige Stockhausen als proeve van bekwaamheid naar de toelatingscommissie van het conservatorium stuurde. Daarin liet de beginnende componist zich horen als een adept van Arnold Schönberg met ongelofelijk goede oren. In zijn ’Der Rebell’ hoorde je ’A Survivor from Warsaw’ van Schönberg terug. Tevens hoorde je al de geile nachtclubjazz die hij in ’Jahreslauf’ – in zijn mega-operacyclus ’Licht’ – weer zou gebruiken.

Karlheinz Stockhausen werd op 22 augustus 1928 geboren in Mödrath bij Keulen. Zijn labiele moeder werd onder de euthanasie-politiek van de nazi’s in 1941 volgens Stockhausen ’officieel gedood’ in een inrichting, zijn vader sneuvelde als vrijwilliger in Hongarije.

Stockhausen studeerde schoolmuziek aan het conservatorium in Keulen en volgde zijn eerste compositielessen daar bij gastdocent Frank Martin. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, speelde hij jazz in nachtclubs en leidde hij een amateur-operettegezelschap.

Tijdens de componisten-zomercursus in 1951 in Darmstadt maakte Stockhausen kennis met de Vlaamse componist Karel Goeyvaerts en hoorde hij voor het eerst een opname van het pianowerk ’Mode des valeurs et d’intensités’ van Olivier Messiaen. Die compositie vormde een sleutelwerk voor het na-oorlogse seriële componeren: een bijna-wetenschappelijke stroming in de muziek, waarin toonduur, toonsterkte en zelfs toonkleur eerst in reeksen werden geordend voordat ze volgens strenge wetten op notenpapier werden gezet.

Volgens diezelfde regels componeerde Stockhausen kort daarna ’Kreuzspiel’, een werk dat de basis legde voor zijn hemelgerichte muziek. ,,Sinds ik componeer, weet ik dat tonen zich gedragen zoals planeten of atomen’’, vertelde hij vijf jaar geleden in Trouw. ,,Het zijn trillingen. En als je je bezighoudt met de structuur van sterrenstelsels, dan merk je dat die zeer verwant is met de structuur van muziek in onze tijd. Want onze tijd is niet meer zozeer geconcentreerd op muziek die menselijke trillingen in tonen verandert (psychologische muziek dus), maar muziek probeert weer verbindingen te leggen tussen de wetten van de kosmos en de microkosmos en de tonen die wij componeren.’’

De strenge, abstracte werken tot de vroege jaren zestig pasten uitstekend in de tijd van de wederopbouw, waarin wetenschap en logica de plaats innamen van de onderbuikgevoelens uit de oorlog. De visionaire Stockhausen viel van meet af aan op door zijn combinatie van het rituele (zijn katholieke achtergrond), het allesomvattende van zijn projecten en de elegante uitwerking van die Darmstadter strengheid.

Belangrijke werken in zijn enorme productie uit die jaren zijn onder meer ’Gruppen’ (1957) en ’Carré’ (1960), waarin de componist de musici in groepen over de ruimte verdeelde, die elkaar in verschillende tempi toeriepen. Met het elektronische werk ’Gesang der Jünglinge’ (1956) maakte Stockhausen al vroeg een opzienbarende tape-compositie, waarin hij een zingende jongensstem (tekst uit het boek Daniel) naadloos liet vervloeien met puur elektronische geluiden. De vervormingen en verknippingen van de zangstem, vergezeld gaand van tonen en ruisgeluiden die de componist met een surround-opstelling (in 1956!) door de ruimte liet zweven, doen het stuk nu nog steeds klinken alsof het gisteren werd gecomponeerd. Zijn essay ’...Wie die Zeit vergeht...’ over de relatie tussen tijdsduur en toonhoogte uit 1957, wordt in de elektronische muziek, wat er ook op aan te merken is, nog steeds gezien als baanbrekend.

Samen met Pierre Boulez en Luigi Nono werd Stockhausen het boegbeeld van zijn generatie. Hij was de leraar van vele jonge componisten zoals Claude Vivier, Peter Eötvös en Helmut Lachenmann. Hoewel zijn muziek nooit het grote publiek bereikte, zorgden radio-uitzendingen, lezingen, festivals zoals het Holland Festival en een groep toegewijde musici steeds voor de gestage verspreiding van zijn faam als componist.

Na zijn verblijf in de Verenigde Staten in de jaren zestig kwam de nadruk in Stockhausens muziek onder invloed van componisten zoals John Cage en LaMonte Young meer te liggen op het esoterische, of op de kosmos zoals de componist zelf zou zeggen. In ’Stimmung’ (1968), dat recent door het Hilliard Ensemble werd opgenomen, zingen de zes stemmen een half-geïmproviseerde rozenkrans: in de mond walsende klinkers als een Tibetaans gezang, boventonen op een enkele grondtoon.

Die liggende tonen, de kleine kiemen als ’Formeln’ (formules) voor zijn grote werken en zijn rol als medium van een spiritueel kosmisch drama lagen aan de basis van Stockhausens enorme zevendelige opera ’Licht’, de mega-cyclus van ruim 26 uur muziek die de componist sinds 1977 in vijfentwintig jaar voltooide en die Wagners ’Ring’ tot videoclip reduceert.

Met zijn drie archetypische hoofdpersonages Lucifer, Eva en Michael behandelt ’Licht’ een kosmische thematiek, die in ieder deel (genoemd naar de dagen van de week, die allemaal een eigen kleur hebben) weer de grenzen van de uitvoeringspraktijk verlegde. Zo bedacht Stockhausen voor ’Sonntag aus Licht’ een scène waarin de personages als hologram worden opgevoerd, en die behalve uit muziek bestaat uit geuren. In het helikopterstrijkkwartet uit ’Licht’ dat zijn wereldpremière in Nederland kreeg, speelden de leden van het Arditti Quartet in vier helikopters, vliegend boven Amsterdam.

In de jaren zestig reikte Stockhausens roem tot ver in de pop-, rock- en jazzmuziek: op de hoes van de Beatles-lp ’Sgt Peppers Lonely Hearts Club Band’ staat zijn uitgeknipte portret als vijfde op de achterste rij, tussen de komieken Lenny Bruce en W.C. Fields; musici van Miles Davis tot Frank Zappa en Björk noemden hem als inspirator.

Maar sinds de start van ’Licht’ kwam Stockhausen in de klassieke muziek steeds meer in een isolement terecht: de megalomane proporties van zijn opera, gekoppeld aan zijn perfectionisme (behalve kleding en bewegingen schreef Stockhausen ook minutieus het aantal repetities in de partituur voor) en zijn controledrang-met-woedeaanvallen op de werkvloer dwongen hem zich terug te trekken in Kürten, met zijn eigen groep toegewijde musici, zomercursussen, zijn eigen uitgeverij en zijn eigen cd-label.

Stockhausen werd een soort goeroe, die een groot aantal werken voor zijn eigen kring schreef (waaronder zijn zoon/trompettist Markus en zijn twee paranimfen, de Amerikaanse basklarinettiste Suzanne Stevens en de Nederlandse fluitiste Kathinka Pasveer).

Toen Stockhausen in september 2001 half werd geciteerd naar aanleiding van een niet zo diplomatieke uitspraak over de aanslag op het WTC in New York, zetten een paar organisatoren een streep door zijn concerten. Toch bleef de componist over de hele wereld een schare getrouwen houden, waaronder het Holland Festival en de ZaterdagMatinee, waar de afgelopen decennia een aantal van zijn werken werd uitgevoerd en in première ging. Altijd onder grote publieke belangstelling.

Net als John Cage werd Stockhausen 79 jaar oud. Hij stierf woensdag na een kort ziekbed, op dezelfde sterfdatum als Mozart en Karl Amadeus Hartmann. Stockhausen componeerde in totaal 362 stukken. Hij wachtte nog altijd op de integrale uitvoering van ’Licht’, waarvoor plannen lagen voor volgend jaar in Dresden. Het laatste project waaraan de componist werkte heette ’Klang’: ook weer een cyclus, dit keer van kortere werken die de 24 uren van een dag zouden moeten gaan bestrijken. Stockhausen laat zes kinderen en een aantal kleinkinderen achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden