Van Bletchley Park tot de spion van de wereld

Het bestaan van de Britse supergeheime GCHQ werd pas in de jaren '90 erkend

LONDEN - Alan Turing had aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog maar één zorg: het ontcijferen van de geheime codes waarmee de Nazi's hun militaire berichten versleutelden. Toen de briljante wiskundige, en uitvinder van de computer, in 1938 voor het eerst door de poorten van Bletchley Park liep, had hij nooit kunnen bevroeden dat zijn nieuwe werkgever zou uitgroeien tot een organisatie die met haar digitale stofzuigers de informatie van miljoenen burgers zou opzuigen.

Bletchley Park was een landgoed even ten noorden van Londen, waar de Britse regering eind jaren '30 twee uiterst geheime diensten had opgezet. De eerste was de Government Code and Cypher School, waar de knapste koppen van het land aan het werk gingen om de befaamde Enigmacode te breken. Onder leiding van Turing lukte het de Duitse codes te ontcijferen en die doorbraak gaf de geallieerden een enorm voordeel in hun strijd tegen de nazi's. In een ander deel van het landgoed huisde een zend- en ontvangststation van radiosignalen.

Uit deze twee afdelingen werd in 1946 de General Communications Headquarters geboren, een organisatie die tijdens de Koude Oorlog een van de machtigste afluisterdiensten in de wereld zou worden. Na de val van het communisme richtte GCHQ zich meer en meer op de bestrijding van terrorisme, maar het ontwikkelde ook technieken waarmee het niet alleen terroristen in de gaten houdt. Zo onthulde klokkeluider Edward Snowden het Tempora-programma waarmee GCHQ ongekende hoeveelheden informatie van burgers en bedrijven uit de hele wereld verzamelt door rechtstreeks trans-Atlantische glasvezelkabels af te tappen. In potentie kan de inlichtingendienst 21 miljoen gigabyte per dag aan gegevens opslaan.

De Britten zijn sinds de Tweede Wereldoorlog de trouwste bondgenoot geweest van de Amerikanen en de GCHQ heeft al vele tientallen jaren een innige werkrelatie met zijn Amerikaanse tegenhanger, de National Security Agency (NSA). Snowdens documenten laten zien dat de NSA en GCHQ in veel opzichten verstrengeld zijn. De NSA heeft honderden medewerkers gestationeerd bij GCHQ en beide landen lijken elkaars diensten te gebruiken om nationale regulering te omzeilen.

Wat opvalt, is hoe verschillend de Amerikanen en Britten reageren op de onthullingen van Snowden. John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, gaf afgelopen week toe dat de NSA 'te ver is gegaan'. Diezelfde week verklaarde de Britse premier Cameron dat juist The Guardian te ver is gegaan en de nationale veiligheid in gevaar heeft gebracht. Impliciet dreigde Cameron de krant, die als eerste de Snowden- documenten publiceerde, de mond te snoeren.

Het bestaan van GCHQ werd pas in de jaren '90 erkend. "We zijn een geheime organisatie. We kunnen niet openbaar maken wat we doen, omdat het onze operaties in gevaar kan brengen", schrijft directeur Iain Lobban op de website.

De onthullingen over GCHQ en de NSA hebben in het Verenigd Koninkrijk niet tot een politiek debat geleid. De Labour-oppositie laat nauwelijks van zich horen, wat niet zo verwonderlijk is. Het was onder de Labour-regering van Tony Blair dat de geheime diensten verregaande bevoegdheden kregen. Alleen de Liberaal Democraten sputteren tegen. Maar in een land dat geobsedeerd is door terrorisme en misdaad, verzuipt dat tegengeluid in de kakofonie van de veiligheidsfetisjisten.

Plasterk ziet AIVD niet over de schreef gaan
Minister Plasterk van binnenlandse zaken ontkent dat de Nederlandse veiligheidsdienst AIVD de afgelopen jaren op aandringen van één van de Britse geheime diensten wetten heeft overtreden bij het in de gaten houden van internetverkeer.

"De AIVD werkt uiteraard samen met andere veiligheidsdiensten, maar bleef daarbij altijd binnen de regels van de Nederlandse wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten'', zegt een woordvoerder van Plasterk.

De PvdA-minister reageerde daarmee op het verhaal in de Britse krant The Guardian, dat de Britse dienst GCHQ sinds 2008 adviezen heeft gegeven aan andere Europese landen, waaronder Nederland, om juridische obstakels te omzeilen bij het grootschalig aftappen van internetverkeer.

In Nederland moet de minister steeds per geval aan de inlichtingendiensten toestemming geven om data af te tappen van de kabel. Bij het afluisteren van satelliettelefoons heeft de AIVD wel meer armslag.

Of die wettelijke beperking bij het meekijken op internet stand moet houden, wordt momenteel wel bekeken in Den Haag. Een adviescommissie onder leiding van oud-justitie topambtenaar Dessens brengt voor de Kerst een rapport uit, of de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit 2002 nog voldoet aan de eisen van de huidige tijd.

Binnenlandse Zaken kan nog niet zeggen of dit advies het makkelijker zal maken om ook in Nederland dataverkeer op internetverkeer grootschalig af te tappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden