Van alledaags naar tijdloos

Schittering

Gisteren, onverwacht voor vrijwel iedereen, overleed de schrijver J. Bernlef, of zoals hij door de meesten werd genoemd Henk Bernlef, pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Zijn pseudoniem ontleende hij aan de achtste-eeuwse blinde Friese bard Bernlef, van wie geen regel bewaard bleef. De hedendaagse Bernlef werd in 1937 geboren en debuteerde in 1960 min of meer gelijktijdig met een dichtbundel 'Kokkels' en een verhalenbundel 'Stenen spoelen', die beide direct lieten zien welke vraag centraal staat in zijn werk: hoe zit het tussen tekst en werkelijkheid, hoe beïnvloeden ze elkaar in het alledaagse?

In het begin schreef hij vooral gedichten, en ontpopte hij zich, samen met zijn zwager K. Schippers en Gerard Brandt als een van de voormannen van het vernieuwende tijdschrift Barbarber, waarin allerlei readymades en teksten van de straat een nieuwe impuls aan het opkomend realisme in de Nederlandse literatuur gaven. Ook zijn eigen poëzie laat zien dat de onaanzienlijke, door de hogere cultuur vaak genegeerde alledaagse ervaringen wel degelijk een bron van inspiratie kunnen vormen, zoals in dit gedicht: 'Een sigaret tot een lange grijze kegel / tussen mijn vingers laten opbranden / luisterend naar een onnauwkeurig afgestemde radio / aarzelen de cent net uit mijn broekzak gevallen / op te rapen of niet.'

Gaandeweg nam zijn belangstelling voor vorm en taal toe en je kunt spreken van een soort ommezwaai in zijn werk van realistisch naar structuralistisch. Nadat het leuke tijdschrift Barbarber eind jaren zestig gestorven was, werd hij dan ook redacteur van het veel strengere tijdschrift Raster, dat juist plaats wilde bieden aan vaak modernistische experimenten. Je zou ook kunnen zeggen dat hij een van de mannen is geweest die beide stromingen bij elkaar bracht en met elkaar verzoende. Zijn toenemende belangstelling voor immateriele zaken blijkt haast programmatisch uit een gedicht als 'Meer in mensen dan in dingen' met het credo-achtige begin: 'Omdat de dood in mensen huist / de buitenkant van dingen is / kan ik alleen in dingen leven zien'.

Toch bleef hij ook altijd een schrijver van het betekenisvolle woord, die nooit de volledige autonomie van de taal wilde onderschrijven, zoals gepropageerd door de vroegere Raster-auteurs. In een bekend geworden discussie tussen vijf schrijvers in 1970 zei hij: 'Ik geloof dat daar de moeilijkheid zit: woorden zitten voor mij wél aan dingen vast'.

In zijn eigen werk bleef ondanks die toegenomen belangstelling voor experiment en immateriële zaken toegankelijkheid een voorname rol spelen. Dat geldt zeker ook voor zijn proza dat vanaf de jaren zeventig een steeds prominentere rol in zijn oeuvre ging spelen. Karakteristiek is een roman als 'De maker' uit 1972, over meester-vervalser Han van Meegeren, en 'De man in het midden' uit 1977, over iemand die zich ergens tussen de reële en de verbeelde wereld beweegt. Dat thema komt tot volle bloei in zijn meest bekende roman, 'Hersenschimmen', over een dementerende man. Het langzame verval van Maarten Kleins hersenen is heel schrijnend maar ook heel werkelijkheidsgetrouw beschreven. Het boek had meer dan vijftig drukken en boorde een geheel nieuw thema in de Nederlandse literatuur aan.

Opvallend genoeg kreeg Bernlef, die zich dus steeds meer als prozaïst ontpopte in 1994 de P.C. Hooftprijs juist voor zijn gedichten. Maar eigenlijk bestaat er slechts een vormelijk verschil tussen zijn gedichten en zijn verhalen en romans. Steeds gaat het over het probleem en de reikwijdte van het waarnemen: hoe zien wij de dingen en waardoor wordt ons waarnemingsvermogen beïnvloed? Een ander blijvend thema is de verhouding tussen aanwezigheid en ontstentenis. Een karakteristiek Bernlef-werk is uit zijn 'Album tegen foto's' het gedicht 'De begrafenis van de dichter' waarin hij 'de dichter on- / zichtbaar in zijn kist / bedolven onder bloemen' vergelijkt met 'foto's, boeken, onsterfelijkheid'.

Steeds meer maakten in zijn werk alledaagse thema's plaats voor tijdloze thema's. In een groot aantal romans dat hij de laatste jaren schreef, zoals het op een ware geschiedenis gebaseerde boekenweekgeschenk 'De pianoman' (2008) en zijn laatste roman 'De een zijn dood' (2011) speelt het verdwijnen of teloorgaan van dingen en mensen een grote rol, getuige ook de titel van zijn pas onlangs verschenen verhalenbundel 'Help me herinneren'. Tegelijkertijd demonstreerde hij zijn leven lang dat hij 'voortdurend kontakt met die buitenwereld wil houden, desnoods in de vorm van een kommentaar of door gebruik te maken van dingen uit de buitenwereld'.

Bernlef die een groot liefhebber van jazzmuziek was en daar ook over publiceerde in bijvoorbeeld de bundel 'Schiet niet op de pianist', schreef verder toneelstukken die dezelfde thematiek als in de rest van zijn werk op het podium brachten en was bovendien een vruchtbaar vertaler van Zweedse literatuur, waarvan vooral zijn vertalingen van Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer genoemd moeten worden.

Voor zijn werk ontving hij talloze literaire prijzen, waaronder de Constantijn Huygensprijs in 1984 en de P.C. Hooftprijs in 1994. Met zijn dood verliest de Nederlandse literatuur een van zijn vruchtbaarste en imposantste schrijvers. Zijn bibliografie telt om en nabij de vijfentachtig titels die allemaal getuigen van een onvermoeibare belangstelling voor de wereld en de verbeelding.

Verlegen maakt iemand op zijn mooist, siert hem vanbinnen

Verstrikt in aarzelingen houdt hij het schichtig voor gezien

Trilt hij van twijfel of is het inspanning zijn hand niet te laten vangen door gebaar, zijn mond door woord?

Door afwezigheid schittert hij even

Dan kiest hij opnieuw zijn naam en stelt zich handenschuddend voor.

Uit: J. Bernlef, 'Winterwegen' (1983)

Hij begon als een ware realist, maar ontwikkelde in zijn poëzie en proza een steeds grotere fascinatie voor de verhouding tussen werkelijkheid en verbeelding. Schrijver J. Bernlef overleed gisteren in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden