Van Abbemuseum ziet massapubliek liever gaan dan komen

EINDHOVEN - Publiek wordt zelden uit het Van Abbemuseum in Eindhoven gezet. Maar een kind moet niet op beelden klauteren alsof het klimrekken zijn. En zijn moeder moet dan niet kwaad worden als de suppoost daar bezwaar tegen maakt. In zo'n geval gaan moeder en kind eruit.

Adjunct-directeur Frank Lubbers treft in het museum steeds meer mensen aan die een bezoek zien als een uitje: ze slenteren langs de mooie plaatjes, eten een broodje kroket in het restaurant en gaan naar huis met het voldane gevoel: wat waren we vandaag weer cultureel. Zulk 'massapubliek' ziet hij liever gaan dan komen.

In de toespraak die hij vandaag houdt op het internationaal congres 'Art Museums and the Price of Success' in het Rijksmuseum zwaait hij dan ook met een bestraffende vinger naar de minister van cultuur. D'Ancona spoort musea in haar nota 'Kiezen voor kwaliteit' juist aan om meer publiek te trekken.

Volgens haar hebben de kunstinstellingen niet alleen de taak een collectie zo goed mogelijk te beheren, maar ook de 'maatschappelijke plicht' de drempels niet te hoog te maken. Zij zouden ook allochtonen en lager opgeleiden moeten bereiken, 'misschien met andere middelen dan tot nu toe werden gebruikt'. Of ze hier ook echt hun best voor doen, wil D'Ancona bij de verdeling van de subsidie laten meewegen.

"Deze losse flodder van de minister kan veel schade aanrichten" , voorspelt Frank Lubbers. "Nu zegt zij dat de rijen voor de kassa's langer moeten, straks zeggen de provinciale en gemeentelijke overheden het." De adjunct-directeur hoopt dat andere deelnemers aan het congres van de Boekmanstichting net zo kritisch op deze 'idiotie' reageren.

Graag wijst hij de minister - en iedereen die het met haar eens is - op de taakomschrijving van musea. Nergens ziet hij staan dat deze zoveel mogelijk publiek moeten binnenhalen. Hij leest er alleen iets vaags over 'de bevolking'. Over het verwerven van extra inkomsten kan hij ook niets vinden. Conclusie: de minister stelt oneigenlijke eisen. Tenzij ze de Tweede Kamer zo ver krijgt in te stemmen met een andere taakopdracht.

Kunstmusea in de Verenigde Staten en West-Europa staan volgens de organisatoren van het congres onder grote financiele druk. Ze zijn daardoor steeds vaker genoodzaakt om publiekstrekkers te organiseren. Daarmee lopen ze grote risico's, want niet elke mega-tentoonstelling wordt een succes. Bovendien blijft er minder tijd over voor andere taken, zoals conserveren, restaureren en wetenschappelijk onderzoek. Daardoor wordt de achterstand op die terreinen vergroot.

Het stedelijk Van Abbe laat zich door deze ontwikkelingen niet opjuinen. Het museum, dat internationaal bekend staat om zijn bijzondere collectie moderne kunst, trekt vooral gespecialiseerd publiek. Van de 40 000 bezoekers per jaar komt tachtig procent uit de Randstad, het Roergebied en Belgisch Vlaanderen. Tot in New York is het museum een begrip. Lubbers weet dat uit eigen ervaring, want hij zei in een cafe in de kunstenaarswijk Soho eens iets te hard 'Ven Ebbe'. Meteen draaiden een paar klanten zich om.

Het museum bevindt zich volgens Lubbers in de voorhoede. Sommige Amerikaanse conceptuele kunstenaars hebben nog eerder een tentoonstelling in het Van Abbe dan in hun eigen land. Komen daar in zes weken tijd maar tweeduizend mensen op af? Soit.

"Met de eerste grote solo-expositie van Marlene Dumas trokken we in anderhalve maand zesduizend bezoekers. Voor het merendeel waren dat de verkeerde mensen. Ze herkenden de afbeeldingen, maar ze deden geen moeite om er iets van te begrijpen. Ik vergelijk zulk publiek met kinderen van vier die hun eerste leesboek krijgen, maar alleen plaatjes kunnen kijken."

Een museum is eerder te vergelijken met een universiteit dan met een pretpark, vindt Lubbers. Natuurlijk kan hij publiek trekken met een muziekje in de ontvangsthal, een patatje in het restaurant en een expositie van Jopie Huisman, Rien Poortvliet of zelfs Escher. Maar dan maakt hij van kunst plat amusement. En dan krijgt het museum ook een ander karakter.

"Niet de vraag, maar het aanbod bepaalt de moeilijkheidsgraad van de beeldende kunst die in de musea te zien is. Als de vraag van doorslaggevend belang wordt, stagneert de ontwikkeling van de kunst" , zal hij de deskundigen uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannie en Nederland vandaag vertellen.

Met verbazing ziet hij collega's in hoog tempo mammoettentoonstellingen presenteren. Zelf houdt hij zich liever aan een grote expositie in de vijf jaar. Meer vindt hij onverantwoord. "Ik durf het mijn personeel niet aan te doen."

De laatste grote klapper in het Van Abbemuseum vond in 1990-1991 plaats. De voorbereiding van deze El Lissitzky-expositie kostte zo'n anderhalf jaar. Het materiaal over de Russische kunstenaar werd uit de kleinste archieven van Moskou tevoorschijn gehaald, aan de catalogus werd veel zorg besteed en de presentatie werd langdurig besproken.

Kosten van de tentoonstelling: anderhalf miljoen, vijf keer zoveel als het budget dat het Van Abbe jaarlijks voor deze taak krijgt. Alleen verzekeringspremies en transport kostten het museum al een vermogen. Met veel moeite lukte het de begroting voor die jaren sluitend te maken. Maar verdiend is er aan de geslaagde publiekstrekker geen cent.

Steeds vaker schakelen de musea sponsors in. Maar ook daaraan kleven volgens Frank Lubbers grote risico's. Want deze geldschieters zijn grillig en veeleisend.

Het Van Abbemuseum heeft een goede afspraak met dertig bedrijven die het aankoopbudget ieder jaar gezamenlijk aanvullen met anderhalve ton. Daar staat tegenover dat het kunstboeken voor hen maakt en bijeenkomsten organiseert waar zakenlieden elkaar ontmoeten.

Maar er zijn sponsors die meer tegenprestaties verlangen. Die willen hun nieuwe automerk in het museum tentoonstellen of hun klanten uitnodigen tussen de schilderijen. Het museum kan dan niet eens verbieden dat de gasten sigaren roken en tegen kostbare kunstwerken aanhangen.

"Sponsors zijn zo machtig, slim en ervaren, dat ze steeds een stap verder kunnen gaan. Musea hebben soms niet eens in de gaten dat zij zich totaal overleveren. Al kunnen ze er ook weinig tegen in brengen. Zij zijn immers de bedelaars."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden