Van 37,7 tot 39,6° in vijftien kilometer

nijmegen - – Koen Raymaekers, zondag de beste Nederlander in de Zevenheuvelenloop, had voor de start een lichaamstemperatuur van 37,7 graden. Na de 44.51 minuten waarin hij het vijftien kilometer lange parcours aflegde, was die temperatuur tot 39,6 graden opgelopen. Raymaekers weet dat omdat hij deelnam aan een onderzoek van de Radboud Universiteit, onder leiding van Maria Hopman, hoogleraar inspanningsfysiologie.

Twintig toplopers van wie een finish binnen de vijftig minuten verwacht mocht worden, namen deel aan de proef. Zij slikten om negen uur ’s ochtends een capsule, met daarin een geijkte chip. Rond twaalf uur was deze pil in de darmen beland vanwaar hij de kerntemperatuur mat en doorstuurde. Zo konden de temperaturen voor en na de warming-up alsmede voor en na de wedstrijd worden gemeten.

Hopman kwam op het idee van thermoregistratie na de Vierdaagse van 2006. Het evenement werd in dat jaar na één dag afgebroken wegens de enorme hitte. Twee deelnemers overleden die dag.

Vorig jaar hield Hopman een steekproef onder tweehonderd deelnemers van de Zevenheuvelenloop. „Ik wilde weten met welke temperatuur de mensen over de finish kwamen. Bij 15 procent lag dat boven de 40 graden, bij drie lopers boven de 41. De vraag is of dat wel gezond is. Bij 42 graden komt een mens te overlijden. Die marge is maar heel klein.”

Lag het accent is 2009 op gezondheid en veiligheid, dit jaar richt Hopman zich op prestatieverbetering. Ze mat enkele maanden geleden ook al bij de marathon van Eindhoven.

„Daar kwam de temperatuur niet boven de 40 graden. Dat is logisch. Temperatuurstijging zit vooral in de intensiteit van de prestatie. Die is bij een marathon lager, anders red je het niet.”

In Nijmegen ging het maar om 15 kilometer, een relatief korte afstand met een hogere prestatie-intensiteit. Hier zijn de resultaten veelzeggender en wellicht eye-openers voor de atleten.

Raymaekers reageert: „Ik vind het onderzoek interessant genoeg om mee te doen. Het roept inderdaad vragen bij me op. Er zal uit al de opgeleverde feiten best veel te concluderen zijn, maar dan is de vraag wat de volgende stap moet zijn. Er zijn natuurlijk ook externe temperatuursverschillen, dus buiten het lichaam. In Nijmegen was het behoorlijk koud, maar als ik van de zomer in Barcelona moet lopen, is het warm. Kan dit onderzoek mij wat leren om daar beter mee om te gaan? Dat wil ik wel graag weten.”

Ja, denkt Hopman. „De temperatuur op de finishlijn bij de twintig gemeten lopers varieerde van 37,9 tot 40,2 graden. Interessant is de relatie met de meting tijdens de warming-up. Het patroon ontstaat dat sporters met de hoogste temperatuurstijging bij de warming-up het in de wedstrijd het moeilijkst hebben. Eén loper met van die hoge waarden bij de warming-up is zelfs niet gefinisht.”

Met die nog prille wetenschappelijke gegevens heeft ze, zonder vooralsnog definitieve conclusies te trekken, alvast een beginnetje van wat meting kan opleveren. „Temperatuur tijdens de warming-up heeft dus voorspelbaarheidswaarde. Bij hoge waarden zou je direct erna kunnen koelen om de temperatuur bij de wedstrijdstart te verlagen. Zo kun je aan mensen met een te hoge temperatuur specifiek wat doen.”

Het is duidelijk dat een individuele benadering cruciaal wordt. Een algemene formule opstellen is misschien nog wel doenlijk, maar er blijven onbekende factoren. Hopman: „Voor individuele componenten kun je nu eenmaal geen algemene factor vaststellen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden