'Valutaspeculanten verdienen aan leed'

PHILADELPHIA - In bescheiden letters staat er op de flat 'Philadelphia Stock Exchange'. In een kleine hal staan bruine, licht afgetrapte stoelen. Beurshandelaren met hun gekleurde jasjes, lopen in en uit, met bekers koffie, blikken cola, zakken maaltijden, dozen met salades of een broodje.

INEKE NOORDHOFF

Op de Philadelphia valuta-optiemarkt begint de dag al om half drie 's ochtends. Dus vroeg in de ochtend begint de honger al te knagen. De vloer is een enorme chaos van beeldschermen, mensen en rommel. De papiertjes waarop de transacties staan, liggen achteloos op de grond. Als het eenmaal in de computer zit, is het 'papieren contract' waardeloos.

Eigenlijk is het chaotische tafereel van beeldschermen, mensen en troep een drieluik: het zijn een aandelenbeurs, een optiebeurs en een valuta-optiebeurs. De aandelenbeurs is bijna een relikwie: in 1790 werd in Philadelphia, toen de navel van de Britse kolonie, de eerste effectenbeurs van Amerika opgericht.

De opties hebben de beurs in de jaren tachtig weer in het geheugen van de wereld teruggebracht. Arnie Staloff, een kleine gezette man, is daarvoor verantwoordelijk. Gregory Millman zet Staloff in zijn boek 'The vandals crown' neer als de uitvinder van de valuta-opties. In 1985, Staloff was toen beursvoorzitter, stak Philadelphia zijn concurrenten de loef af met de valuta-optie. De stromen op de valutamarkten belopen nu gemiddeld 170 miljard dollar per dag. Zo'n 10 tot 15 procent daarvan gaat in de vorm van een valuta-optie.

“Bedrijven die inschrijven op een project in het buitenland doen er verstandig aan zich in te dekken tegen koersveranderingen met een optie. Krijgen ze de opdracht dan weten ze tegen welke koers ze de buitenlandse valuta kunnen inkopen die misschien nodig is om ter plaatse mensen of materialen in te kopen. Gaat de opdracht naar een ander, dan laten ze die valuta-inkoop gewoon zitten en oefenen ze de optie niet uit”, legt Phil Cocke van Tague securities uit. “Ook als je niet zeker weet hoeveel winst je uit een dochteronderneming in het buitenland kunt halen, is een valuta-optie een zinniger manier om je in te dekken tegen koersveranderingen dan een termijncontract. Dat laatste laat je immers aan het einde van de looptijd achter met een positie in vreemde munten waar je misschien maar mee in je maag zit.”

Bij een zwakke dollar en een hoge rente, lopen de valuta-opties het best, weet Staloff. Zijn handen verheffen zich hulpeloos: de handel doet niet veel tegenwoordig want de dollar is sterk en de rente laag. Geldhandelaren hebben bewegende markten nodig, terwijl de burgers beter af zijn met stabiliteit.

“Ach, het is hier niet anders dan bij de begrafenisondernemer en de hartchirurg: die verdienen hun geld aan andermans leed. Zoals zij echt niet iedereen dood of een hartaanval toewensen, zitten wij hier heus niet te wachten tot de dollar beweeglijker wordt. Maar we verdienen er wel ons geld mee.”

De stortvloed van kritiek die over valutaspeculanten wordt uitgestort nu Azië geplaagd wordt door diverse muntcrises, laat hem onberoerd: “De valutahandel ziet er van een afstand zo mythisch uit. Als je erin zit, verdwijnt dat. Iedereen doet zijn werk. Probeert te profiteren van kleine prijsverschillen. Als de markt een bepaalde kant op wil, kun je daar niets aan veranderen. Niemand is groter dan de marktkrachten.”

Zelfs zilverspeculant Warren Buffett niet, denkt Staloff. Die lijkt nu enorme winst op te bouwen als gevolg van zijn zilver-speculaties: “Maar kijk uit, dat zijn papieren winsten. Zodra hij begint te verkopen, zakt de prijs in”, relativeert Staloff. “Als iets niet goed gaat zoekt men altijd een zondebok. Vandaar dat de Aziatische regeringen naar valutaspeculanten wijzen. De veeboeren hier geven zelfs Oprah Winfrey de schuld ervan dat de biefstuk duurder wordt.”

Ook handelaar in valutaopties Timothy Dwyer ligt niet wakker van de kritiek: “Ik zie mezelf niet als speculant. Natuurlijk neem ik wel posities in. Dat hoort bij mijn vak. Ik moet hier een markt in Zwitserse franken onderhouden, dus zorg ik dat er altijd handel mogelijk is. Als ik geen tegenpartij vind voor een transactie, neem ik gewoon zelf de andere positie. Vervolgens probeer ik mijn risico zo goed mogelijk af te dekken - hier, of met termijncontracten of op de spotmarkt. Ik zie het zo: ik verleen een dienst.”

Phil Cocke geeft toe: “Het kost me best moeite om mijn kinderen uit te leggen dat mijn werk er uiteindelijk voor zorgt dat er in Afrika minder honger is. Toch is het zo. Ik zorg ervoor dat de bandbreedte tussen vraag en aanbod van valuta zo klein mogelijk is. Daardoor wordt geld goedkoper, en dus ook internationale handel beter mogelijk. Het is geen eenvoudig verhaal, maar kennisen die advocaat zijn, hebben het een stuk lastiger als ze moeten uitleggen wat de maatschappij ermee opschiet als zij de belangen verdedigen van iemand die duidelijk fout zat.”

Staloff heeft geen scrupules over zijn beroep als valuta-speculant: “Door al die beurshandel raken de valuta-opties scherper geprijsd. Feit is dat effecten in de Verenigde Staten het eerlijkst geprijsd zijn van de hele wereld, dankzij onze actieve beurshandel. Iedereen krijgt direct dezelfde informatie, en de prijzen liggen dicht bij elkaar. Het gaat hier een stuk eerlijker aan toe dan met de prijzen van brood of vliegtickets. Kijk maar wat een verschillen er in die markten zitten. Als je vliegt moet je vooral niet kijken naar het ticket van je buurman, want dan word je doodziek.”

Inmiddels ligt de geboortegrond van de valuta-opties er karig bij. “Wij hebben de bankiers geleerd hoe valuta-opties werken, en nu hebben ze ons niet meer nodig”, constateert Barry Tague, een van de grote handelaren in Philadelphia triest. “We hadden gehoopt toch wel 25 procent van de markt te houden, maar dat lukt niet.” Valuta-opties worden nog veelvuldig gebruikt, maar ze gaan vooral bij bankiers over de toonbank, en dus buiten de beursvloer om.

In de strijd om het voortbestaan innoveert Philadelphia verder. Binnen de zeer populaire handel in opties op beursindexen heeft Philly iets nieuws bedacht: de optie op een branche-index. Op dit moment is de halfgeleiders-index favoriet. Grote computerfirma's gebruiken die opties om zich in te dekken tegen prijsbewegingen in de markt: of de halfgeleiders zijn goedkoop, wat prettig is als het computerbedrijf ze inkoopt. Of ze zijn duur en dan leveren de opties hun geld op. Banken bouwen er beleggingsfondsen op: via de overal opduikende informatietechnologie-fondsen kunnen particulieren meedeinen 'met de mega-winsten' van die fondsen. Zo wordt via de beurs risico van de industrie verschoven naar beleggers zonder dat er hele pakketten aandelen van eigenaar veranderen - wat veel duurder is dan alleen maar het risico verplaatsen zoals gebeurt met de index-opties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden