Vale gier roept heimwee op

De huidige gierenhype heeft vooral te maken met verzet tegen de moderne beheersbaarheid van de natuur.

De vale gieren scheren over de pagina’s. Breeduit schrijven de kranten over de hongertocht van de beesten, die uit Spanje afkomstig moeten zijn. Daar hebben ze te weinig voedsel, omdat Europese regelgeving zelfs de boeren op het platteland raakt en hen verbiedt de krengen van koeien nog in de natuur neer te leggen, zoals ze eeuwenlang gewend waren.

Alle berichten beginnen met deze nieuwe regelgeving. Daarna komt de enorme spanbreedte van de dieren aan bod. Die is natuurlijk imposant maar past ook bij de symbolische functie die vogels eeuwenlang gehad hebben: zij waren de dragers van de ziel. In zijn prachtige boek ’Op vleugels van de ziel’ gaat de filosoof Ton Lemaire in op deze functie. Hij noemt de vogel een voertuig waarmee de mens de beperkingen van zijn zintuigen wil overschrijden. „Omdat een vogel kan vliegen, ijl en etherisch lijkt, is hij geschikt om te dienen als een gecondenseerde voorstelling – als symbool dus – van de veronderstelde geestelijke of zelfs goddelijke vonk in de mens.”

Lemaire schrijft dat deze gedachte al te vinden is bij de Griekse filosoof Plato (427-347 v. Chr.) In de dialoog ’Phaedrus’ stelt Plato dat het tot de natuurlijke functie van de vleugel behoort om dat wat zwaar is omhoog te brengen, „daar waar het ras der goden verblijft; zodoende heeft van al het lichamelijke de vleugel nog het grootste aandeel in het goddelijke.”

De gier heeft die functie van het goddelijke in de mythische oudheid ook gehad. Bij Homerus manifesteerde de godin Athena zich in de gedaante van een gier. En de oude bard gebruikte de vogel ook om de Sirenen te omschrijven, die hij wezens noemt met het lichaam van een vogel, het hoofd van een vrouw en poten die eindigen in klauwen als van een gier. Die klauwen klinken minder mooi, nu naderen we de veel negatievere symbolische betekenis van de gier: een onrein beest dat staat voor de dood. Piet Schelling en Cees den Heijer schrijven in hun boek ’Symbolen in de bijbel’ dat de vertaling van gier bij teksten waar de vogel metafoor is voor God of zijn handelen (Exodus 19:4; Deuteronomium 32;11) innerlijke weerstand oproept, omdat de gier in tegenstelling tot de arend sterke negatieve connotaties wekt. Net als de raaf houdt hij zich op tussen vuil en excrementen.

Die negatieve lading zit nu ook in de krantenstukken en de commentaren op de televisie. De gieren hebben honger, maar gelukkig, ze eten alleen aas en kunnen wekenlang vasten, „dus kinderen kunnen naar school en katten naar buiten”. Zal best, maar op de buis verklaarde een kenner ook dat een gier een schaap in een kwartier verwerkt, een peuter in de helft van die tijd. En in Spanje is de honger zo nijpend geworden, lezen we in deze krant „dat de aaseters al aan de nageboortes beginnen nog voordat de lammeren goed en wel uit hun moeder zijn.”

Maar is de huidige hype enkel en alleen toe te schrijven aan de spanbreedte, de vroegere symboolwaarde en de huidige dreiging van de aaseters? In zijn inleiding schrijft Lemaire dat de fascinatie voor vogels afnam nadat de droom om te kunnen vliegen als een vogel dankzij de techniek werkelijkheid was geworden. „Voortaan moeten ze het luchtruim delen met onze vliegtuigen.’’

Deze ontwikkeling paste volgens Lemaire bij onze cultuur, die ernaar streeft om meester van de natuur te zijn, „waarin industrie, technologie en (natuur)wetenschap wereldbeeld en levenswijze hebben doordrongen, is de natuur voor een groot deel onttoverd.”

Ook de huidige hongervluchten van de gieren sluiten bij deze ontwikkeling aan. Want de regelgeving die het boeren verbiedt kadavers aan de gieren te voeren, zou besmetting van veeziekten als gekkekoeienziekte moeten voorkomen. Zo krijgen we de natuur nog meer in onze macht.

De huidige hype heeft dan vooral ook te maken met een verzet tegen deze moderne beheersbaarheid van de natuur. Hij komt voort uit een romantisch heimwee naar een minder zakelijke wereld waarin een eventuele besmetting nog geen topprioriteit is, naar een tijd dat Brussel zijn handen afhield van die Spaanse boer, naar verhalen over onreine, mythische vogels, die vooral aas aten, maar soms, als de nood aan de man was, een kleine spelende kleuter niet versmaden. Naar een herbetovering van de wereld.

Ton Lemaire: Op de vleugels van de ziel; vogels in voorstelling en verbeelding; uitgeverij Ambo; 428 blz.; ISBN 9789026319860, euro34,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden