Vakbonden zien kansen voor nieuw arbeidsbureau

Adviescentra voor werkzoekenden mogen niet in dezelfde fouten vervallen als in de jaren negentig

O nee, we gaan toch niet weer arbeidsbureaus oprichten? Volgens de Sociaal-Economische Raad (Ser) moeten er 35 regionale adviescentra voor de arbeidsmarkt komen. De vakbeweging wil die graag gaan uitbaten. Werknemers die ontslagen worden, zouden al voordat ze in de WW terechtkomen, hulp moeten krijgen om een andere baan te zoeken.

Het plan doet een historische bel rinkelen. Eens, in de jaren negentig van de vorige eeuw, kende Nederland een fors opgetuigd apparaat voor arbeidsbemiddeling. Er waren 28 regionale arbeidsbureaus, aangestuurd door het Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening (CBA). Het was de polder in optima forma: 'tripartite' organen, gebroederlijk bestuurd door overheid, werkgevers en werknemers.

Die opzet zou beter moeten werken dan voor 1990, toen alleen de overheid verantwoordelijk was voor arbeidsbemiddeling. Maar het werd geen succes. Het CBA bleek niet in staat effectief de werkloosheid te bestrijden. Al snel was er van 'gebroederlijk' besturen geen sprake meer. Om beurten dreigden werkgevers en werknemers uit het bestuur te stappen. De overheid had als bestuurder, geldschieter en controleur te veel petten op. Het was bovendien niet vast te stellen of iemand die vanuit de kaartenbakken van een arbeidsbureau een baan vond, dat te danken had aan de bemiddelaars, of op eigen kracht aan het werk was gekomen.

In hetzelfde decennium kwam een ander polderfenomeen onder vuur: de uitvoering van de werknemersverzekeringen voor werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Die was in handen van bedrijfsverenigingen, bestuurd door werkgevers en werknemers. De overheid voorzag in wetten en regels. Weliswaar werden de uitkeringen netjes verstrekt, maar mensen er weer uit helpen, was er niet bij. De parlementaire enquêtecommissie-Buurmeijer uit 1994 rekende hard af met het systeem.

Zo kwam er een einde aan de bemoeienis van werkgevers en werknemers. Er kwam een aparte organisatie, het UWV, dat sinds 2002 de werknemersverzekeringen uitvoert. Het UWV heeft ook een 'werkbedrijf', dat aan arbeidsbemiddeling doet. Daar is de laatste jaren op bezuinigd. Een werkloze moet het vlak na ontslag doen met een 'digitale coach' in plaats van een arbeidsbemiddelaar van vlees en bloed.

Nogal mager, vindt de vakbeweging die graag in het gat springt waar de werkloze nu in terechtkomt. Al voor het ontslag en het beeldscherm van het werkbedrijf, zou de bedreigde werknemer hulp moeten krijgen. Er zijn nu ook al van-werk-naar-werktrajecten, maar met de kennis van de vakbonden kan het beter, denken de vakbonden.

De 35 regionale adviescentra die de Ser voorstelt, zullen niet de omvang van de oude arbeidsbureaus krijgen. Geld kosten ze wel. Dat moet komen uit de WW-premie. Sinds 2009 betalen alleen werkgevers die premie. Werknemers zouden dat ook weer moeten gaan doen. Om de huidige tekorten in de WW-fondsen aan te vullen, maar ook om uit te geven aan scholing en bemiddeling.

Zo kan de vakbeweging weer iets van de in de vorige eeuw verloren invloed in de polder terugwinnen. Bovendien kan arbeidsbemiddeling een aardige ledentrekker zijn voor de bonden, die kampen met vergrijzing. De vraag is wel of het optuigen van adviescentra past bij de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw. Als werknemers weer WW-premie gaan betalen die ook aan scholing en bemiddeling wordt besteed, waarom mogen ze dat geld dan niet in een individueel rugzakje stoppen? Met een eigen budget is de werknemer flexibeler en kan die makkelijker buiten de eigen sector cursussen volgen.

Ook kan er belangstelling zijn van commerciële partijen. Loopbaancoaches twitteren al rond dat zij ook best hun diensten willen aanbieden voor dat WW-geld. De adviescentra zouden volgens de Europese regels bovendien aanbesteed moeten worden. Dan kunnen bijvoorbeeld ook uitzendbureaus meedingen.

Volgens de Ser moeten de 35 regionale adviescentra niet in de fout vervallen van de oude arbeidsbureaus. Daarom moeten er eerst 'effectiviteitsmaatstaven' komen, ofwel: hoe ga je meten of die centra werkelijk helpen? Daarna volgen 'pilots' en een 'niet-vrijblijvende evaluatie'. Verloopt dat allemaal voorspoedig, dan zijn de 35 centra vanaf 1 januari 2020 een feit.

De werkgevers staan er, anders dan vroeger, bij en kijken ernaar. Ze zijn niet wildenthousiast, maar in het sociaal akkoord van 2013 is de ruimte geschapen de regie over de WW weer meer naar de sociale partners te halen. Daar staat hun handtekening ook onder.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden