Vakantie van het vluchtelingenkamp

Zomerkampen | Veel Spanjaarden voelen zich nog betrokken bij het lot van de Westelijke Sahara, hun laatste kolonie, al veertig jaar bezet door Marokko. Vluchtelingenkinderen uit het gebied komen even bij op vakantie in Spanje.

Op een camping onder hoge dennebomen in de heuvelachtige omgeving van Centraal-Spanje staat een lange rij padvinders keurig te wachten tot zij een broodje krijgen. De 11-jarige Mrabih Selma Aali gaat op z'n tenen staan om te kunnen zien wat voor beleg er vandaag is. "Bij ons eten we vooral kameel en geit", vertelt hij. "Ik hoop dat ik vandaag geen varken krijg."

'Bij ons' is niet zoals bij de andere kinderen ergens in Spanje, maar in het zuiden van Algerije waar Mrabih met zijn familie, afkomstig uit de Westelijke Sahara, al jaren in een vluchtelingenkamp woont. Met z'n dertigen wonen zij daar in een grote tent. "Hij gaat hier dan ook liever kamperen dan naar een hotel", vertelt zijn 'tijdelijke moeder' Lola Rodriguez even later als de kinderen in een grote kring de broodjes (zonder ham) opeten.

Schoolpsycholoog Rodriguez en haar man, universiteitsdocent Jorge Carmona, maken deel uit van een groep van ouders die jaarlijks Saharaanse kinderen in Spanje verwelkomt voor een onbezorgde vakantie. De 'vredesvakanties', zoals het project is gedoopt, groeiden de afgelopen jaren in heel het land uit tot een kleine zomerse traditie die een paar duizend kinderen tot 13 jaar onderdak biedt.

Het is geen toeval dat men zich juist in Spanje bekommert om het lot van de Saharaanse kinderen. Bijna een eeuw hield Spanje de Westelijke Sahara bezet als protectoraat, veertig jaar geleden vertrokken de laatste Spaanse militairen er. De Saharanen was een referendum beloofd waarin ze over de toekomst zouden beslissen, maar dat kwam er nooit: Marokko bezette de Westelijke Sahara. en dat leidde tot een slepend conflict met het onafhankelijkheidsfront Polisario. De op drift geraakte Saharanen kwamen veelal in vluchtelingenkampen in Algerije terecht; 175.000 van hen wonen er tot op de dag van vandaag.

In het scoutingkamp slaapt Mrabih maar met drie anderen in een tent. Samen met de kinderen van Rodriguez en Carmona, Marta (11) en Carlos (7), kan hij ruim twee weken van de Spaanse natuur genieten. Vrienden maken is niet moeilijk voor hem, want Spaans, de tweede officiële taal van de Saharanen naast het Arabisch, spreekt hij goed. "Kijk dit is mijn beste vriendje Carlos", zegt Mrabih blij, terwijl hij aan de hand trekt van een blond jongetje met een scoutingdas om.

Het is alweer het tweede jaar dat Carmona en Rodriguez Mrabih in huis hebben. Wie zij vorig jaar konden verwachten, wisten ze niet. "Het was net alsof ik weer zwanger was", gniffelt Rodriguez. Elk jaar vliegen de kinderen na de ramadan op kosten van Spaanse gemeenten naar Madrid waarna zij over de families worden verdeeld.

Mrabih kon meteen goed zijn plek in de familie vinden, hoewel hij aan sommige voor hem nieuwe zaken, zoals de wc, even moest wennen. En toch is het conflict nooit ver weg. Volgens Rodriguez is Mrabih dit jaar een stuk dunner dan vorig jaar, en hij heeft donkerbruine vlekken op zijn tanden door de slechte waterkwaliteit in het vluchtelingenkamp. "Ik merk ook dat hij veel strenger islamitisch is dan eerst", zegt Rodriguez.

Met een Marokkaans jongetje op de camping speelt Mrabih liever niet, vertelt hij op het voetbalveld. "Ik wil naar de Sahara, maar dat kan niet omdat Marokko ons niet binnenlaat", legt hij met een moeilijk gezicht uit. Maar langer in Spanje blijven dan deze vakantie kan hij zich toch ook niet voorstellen. Mrabih zet grote ogen op als het hem gevraagd wordt en schudt driftig van nee. "Mijn vader wil ook dat ik naar een nieuwe familie ga, omdat deze familie hem geen geld stuurt", zegt hij.

"Het gaat een beetje op en neer", vertelt Rodriguez even later. "Vorige keer zei hij nog dat hij voor altijd bij ons in Spanje wilde wonen. Misschien dat hij hier later kan komen studeren."

De solidariteit van Spanjaarden als Rodriguez met de slepende kwestie contrasteert met de houding van de Spaanse politiek. "Spanje balanceert constant tussen de belangen van Marokko én Algerije, als een soort pendel", zegt Isaías Barreñada, docent internationale betrekkingen aan de Complutense Universiteit in Madrid.

Kind van de rekening

De relatie tussen Spanje en Rabat is innig vanwege lucratieve visgronden, het belang van migratiebeheersing en terreurbestrijding. Anderzijds moet Madrid ook de verhoudingen met Algiers (dat Polisario steunt) warm houden, omdat het gas nodig heeft van Marokko's buurland. De Saharanen zijn het kind van de rekening, terwijl Spanje volgens Barreñada als oud-kolonisator en 'medeplichtige' aan de huidige status quo meer zou moeten doen om het conflict op te lossen.

Het beloofde referendum over zelfbeschikking lijkt ondertussen ver weg. "Het maximale dat Marokko wil geven is meer autonomie. Het minimale dat de Saharanen willen is een referendum", zegt Barreñada. Een mildere hand van Rabat zou volgens hem het gezag van koning Mohammed VI negatief beïnvloeden. "In het Marokkaanse discours over de Westelijke Sahara voert sterk nationalisme altijd de boventoon."

In de rest van de wereld wordt de twist om de Westelijke Sahara vaak als een vergeten conflict getypeerd, maar in Spanje is de aandacht voor 'de laatste kolonie' nog springlevend. Naast de zomerkampen zijn er tal van stichtingen die de Saharaanse zaak ondersteunen en Polisario is in Spanje prominent aanwezig. Spaanse beroemdheden steunen een jaarlijks internationaal filmfestival in de vluchtelingenkampen en steracteur Javier Bardem bracht zelfs een documentaire uit over de kwestie.

De verbondenheid van de oud-kolonisator met de Westelijke Sahara zit diep. Zelfs bij de Spaanse militairen die aanvankelijk Polisario onder de duim moesten houden, maar rond het definitief strijken van het Spaanse rood-geel-rood veertig jaar geleden heimelijk optrokken met de rebellen.

Althans, zo herinnert oud-militair José Taboada (64) zich de gebeurtenissen. Als dienstplichtige was hij in de turbulente jaren 1974-75 gelegerd in El-Aaiún. "Ik moest mijnen leggen bij de Marokkaanse grens. Maar plotseling kregen wij opdracht ze weer stuk voor stuk weg te halen", weet hij nog. Met andere gelijkgezinde soldaten besloot Taboada om informatie over de intocht van de Marokkanen door te spelen aan Polisario. "Wij hebben zelfs Polisario-leiders in gecamoufleerde auto's helpen ontsnappen", zegt hij. Dit terwijl ze tegelijkertijd van Madrid de kazernes aan de Marokkanen moesten overdragen en de benzinekraan moesten dichtdraaien om de opstandige Saharanen dwars te zitten.

Op 17 december 1975 vertrok Taboada met pijn in het hart uit de Westelijke Sahara. In zijn herinnering leefden de Spanjaarden en de lokale bevolking vreedzaam samen - terwijl de Saharanen zich ook wel degelijk tegen de Spaanse bezetter keerden. "Het waren onze broeders. Onze kinderen zaten bij elkaar op school. Wij keken samen naar Spaanse films en lachten om dezelfde grapjes", mijmert Taboada.

Eenmaal terug in Spanje richtte hij met gelijkgezinden een stichting op die nu ijvert voor Saharaanse zelfbeschikking. "Het is een grof schandaal", zegt hij fel. "Wij hebben de Saharanen verraden. Nu moeten wij ook wat terugdoen."

Strijdbaar

Strijdbaar is ook Abdulah Arabi, gedelegeerde van Polisario in Madrid. Dat staat er niet florissant voor. Mohamed Abdelaziz, jarenlang leider van het onafhankelijkheidsfront, overleed eind mei en veel landen trokken in de loop der jaren hun steun aan de Saharanen terug ten faveure van Marokko. In de media duiken nu berichten op over jihadisten die in de vluchtelingenkampen grip krijgen op gedesillusioneerde Saharanen. "Daar klopt niets van. Dit is nou typisch een staaltje Marokkaanse propaganda", zegt Arabi op zijn kantoor in Madrid.

Arabi gelooft dat een nieuwe generatie Saharanen zich warmloopt om te blijven strijden voor zelfbeschikking. En Mrabih hoort tot die generatie, want de vakanties in Spanje en studiemogelijkheden in onder meer Cuba en Venezuela horen bij de voorbereiding daarop. "Wij gaan gewoon door tot wij onafhankelijk zijn", zegt hij.

Gastouder Lola Rodriguez bemoeit zich niet met politiek. Zij is meer geïnteresseerd in de persoonlijke kant van de zaak. Vroeger gaven ze weleens geld aan goede doelen, maar dat was onbevredigend. "Dan stuur je geld naar een organisatie in Bolivia, maar je weet niet wat ermee gebeurt. Nu steken wij dat geld in de opvang van Mrabih."

Helemaal onomstreden zijn de vakanties niet, want na twee onbezorgde maanden in Spanje gaan de kinderen weer terug naar de harde realiteit van het kampleven. Rodriguez en haar man vonden het een ingewikkeld dilemma. "Het is alsof je hen eerst een snoepje geeft en het daarna weer afpakt", vertelt zij. Uiteindelijk besloten ze het toch te doen. "Toen Mrabih voor het eerst de zee zag, wist 'ie niet wat hij meemaakte", vertelt Rodriguez. "Hij lag er de hele dag in. 's Ochtends zei hij: goedemorgen zee. En 's avonds wenste hij de zee een goede nacht. Je ziet dat hij even gelukkig kan zijn. Dat telt."

Annexatie Niet erkend

De Westelijke Sahara was al eeuwenlang een handelsroute tussen de Sub-Sahara en Noord-Afrika voordat Spanje het gebied in 1884 koloniseerde. Vanwege de nabijheid van de Canarische Eilanden hoorde het tot hun invloedssfeer, vonden de Spanjaarden. Maar begin jaren zeventig besloot Spanje onder druk van de Verenigde Naties haar laatste kolonie op te geven.

In de tumultueuze tijd waarin het franquisme op zijn laatste benen liep en dictator Francisco Franco stierf (in 1975), werd de Westelijke Sahara de facto overgedragen aan Marokko en Mauretanië (dat hier later van afzag). Dit terwijl de nomadische Saharaanse stammen maar weinig binding hadden met welk nationaal gezag dan ook. Om het eigen nationalisme een impuls te geven stuurde het zelf in 1956 onafhankelijk geworden Marokko 300.000 Marokkanen de Westelijke Sahara in (de zogeheten Groene Mars, 1975), wat tot de annexatie van een groot deel van het gebied leidde.

In 1991 werden de vijandelijkheden tussen Marokko en onafhankelijkheidsbeweging Polisario beëindigd met een wapenstilstand. Marokko heeft intussen een 2500 kilometer lange zandwal laten bouwen, omringd door mijnen, tussen het Marokkaanse deel van de Westelijke Sahara en het gebied dat in handen is van de Saharanen.

Volgens de VN is Spanje nog steeds de administratieve autoriteit in het gebied. Bijna geen enkel land erkent de Marokkaanse annexatie; een tiental landen erkent wel de in 1976 opgerichte Saharaanse Arabische Democratisch Republiek. Nederland en de EU erkennen alleen het recht op zelfbeschikking van de Saharanen. De Westelijke Sahara is economisch interessant vanwege mineralen en de visgronden voor de kust. Er wordt kastuinbouw bedreven voor de Europese markt en onlangs zijn er ook olie-exploraties uitgevoerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden