Vakantie-Bach

Midden in Frankrijk ligt het stadje Moulins. Molens heb ik er niet gezien maar wel een kasteel van de Bourbons, een 'jacquemart' (zo'n klokketoren waarin mechanische poppen op de klokken slaan) en een fikse kathedraal. In die kathedraal bevindt zich een beroemd triptiek, Maria met het kindje Jezus, omringd door weldoeners en heiligen. Omdat niemand weet wie het geschilderd heeft is het van 'de meester van Moulins'.

Ik vind het mooi, maar op een wat verplichte wijze, mijn aandacht gaat meer uit naar een klein schilderijtje dat in dezelfde ruimte hangt en waarop de koningin van Seba is afgebeeld, samen met koning Salomo. En die koningin is lelieblank. Waarom? vraag ik mij hardop af, ze was toch zwart, Ethiopisch? De gids weet het. De koningin was mooi, heet het, en mooi was in de tijd van de schilder lelieblank en dus was ze blank (iets voor de zwartepietendiscussie?); soms lijkt het een zegen dat die zestiende-eeuwers niet naar ons kunnen luisteren en hun eigen incorrecte gang maar gingen.

In de kathedraal blijkt verder het festival 'l'Orgue de Bach' plaats te vinden. Opeens wil ik daarheen. Wij kaarten en drinken in ons vakantielandhuis, we hangen rond het zwembad en bereiden onszelf heerlijke avondmalen maar eigenlijk heb ik, midden in deze letterlijk Bourgondische omgeving, behoefte aan Bach, de protestant in de kathedraal. Vijf dagen orgel-Bach bij wijze van lunchconcert. Kom op, we gaan, de BWV's tegemoet: 572, 243 no 6, 639, 538. Het voelt als een vorm van escapisme, weg van de geglobaliseerde wereld, van het massatoerisme waar we, met hoeveel dedain ook, onmiskenbaar deel van uitmaken, van Facebook en de tv, van de Pokemon-jacht waar een van mijn dochters zich nota bene aan gewijd heeft. Thuis, tussen de zielsverwanten. Het orgel, dat compacte orkest, voert me weg, naar mijn jeugd toen ik zelf nog orgel speelde in de kerk, naar de strenge regels van vroeger die ik aan m'n laars probeerde te lappen, maar ook naar iets eeuwigs; met vochtige ogen staar ik naar het enorme gewelf van de kathedraal, beschaamd dat ik me zo laat gaan.

Het orgelconcert heeft ook iets geks, we zitten met de rug naar het instrument waar alles op wordt voortgebracht en de organist zien we niet, hij wordt ons weliswaar op een schermpje voorgetoverd maar dat is als het ware 'in effigie', als beeld. Ook dat geeft het bijna iets hemels, alsof de kathedraal van Moulins zelf de muziek voortbrengt. Bach beschrijven is onmogelijk, het passagewerk, de verinnerlijkte harmonieën, de fuga's, alles klinkt alsof het niet anders kan, van Bach word je gelovig, niet vroom maar gelovig, gelovige in de muziek.

Ik lees P.F. Thomése, een essaytje: 'Niets is vluchtiger dan de esthetische ervaring. Ze verdwijnt en ze ontstaat, ze wordt vernietigd en je vindt haar weer terug. Juist die kwetsbaarheid zorgt voor ontroering. Het trotseren van de vergankelijkheid.' Het zijn maar korte concertjes, drie kwartier en we staan weer buiten, ik gelouterd. De blanke koningin van Seba, Bach in een katholiek bolwerk. Mijn multiculturele samenleving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden