Voor de klas

Vage nakijkmodellen richten meer schade aan dan te aardige docenten

Beeld Maartje Geels

Over het nakijken van de examens was in 2013 nog een hele ophef. Leraren zouden hun eigen leerlingen bij de ‘eerste correctie’ te soepel nakijken, bleek uit onderzoek, waarna toenmalig staatssecretaris Dekker het voorstel deed de correcties om te keren. 

Eerst de ­docent van de andere school, dan de eigen docent ter controle. Velen vonden dat een motie van wantrouwen – het kwam er dan ook niet van.

Zes jaar na deze politieke storm leest het onderzoek heel anders, ik keek er weer eens in. Ik zou het nu niet samenvatten als kritiek op docenten, maar veel meer als een kritiek op onvolledige of vage correctievoorschriften. Uit een examen geschiedenis uit 2009 haalden de onderzoekers bijvoorbeeld de vraag: “De Hollandse nijverheid en handel profiteerden van de verovering van Antwerpen door het Spaanse leger. Noem drie voordelen voor de Hollandse nijverheid.”

De vraag zette leerlingen op het verkeerde been, door te beginnen over handel en nijverheid, maar daarna alleen te vragen naar nijverheid. De onderzoekers lieten zien dat leerlingen dan ook voordelen voor de handel gingen noemen. Fout, want dat was niet de vraag. In het voorschrift stond echter niet expliciet dat het niet mocht. Ook valt te beargumenteren dat voordelen voor de handel ook voordelen voor nijverheid zijn. Leraren gebruiken dergelijke ruimte in het voordeel van hun leerlingen, terwijl een anonieme derde dat minder snel zal doen.

Het probleem is dus niet zozeer ­docenten die te aardig zijn, maar vooral de kwaliteit van het beoordelingsmodel. Zes jaar later regent het daar nog steeds klachten over. Vakverenigingen houden zittingen om officieuze aanvullingen op het voorschrift te maken. Soms worden onderdelen zelfs verbannen uit het examen, zoals de samenvatting bij Nederlands, ­omdat de examenmakers het zo moeilijk vinden om er een betrouwbaar model voor te ontwikkelen.

Waker schudden

Ik vind dat nogal wat. Uit vervolgonderzoek blijkt namelijk dat het toepassen van beoordelingsrubrics, in plaats van losse punten per onderdeel, de beoordeling door leraren verbetert. Er is ook nieuwe nakijktechnologie onder de naam comparatief beoordelen, waarmee met grote betrouwbaarheid en sneller kan worden nagekeken. Er kan heel wat, zou ik zeggen, voordat je onderdelen gaat schrappen omdat het zo lastig nakijken is.

Goede examens zijn niet alleen belangrijk voor de waarde van diploma’s. Ze geven ook vorm aan het onderwijs. Door nieuwe inzichten in de examensystematiek op te nemen, kunnen er complexere vaardigheden getoetst worden. Maar dan moet ­iemand bij de examenmakers, of het nu het College voor Toetsen en Examens is of het ­Cito, wakker geschud worden om te zien dat het zo niet langer kan. Dan komt de bal, zes jaar na dit onderzoek, alsnog op de juiste plek terecht.

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo. Lees al zijn columns in dit dossier.

Lees ook: 

Is het centraal eindexamen voor vmbo, havo en vwo toe aan een update?

Het centraal eindexamen voor vmbo, havo en vwo is toe aan een fikse modernisering. Het is niet meer van deze tijd, vindt voorzitter Paul Rosenmöller van de vereniging van middelbare schoolbestuurders, de VO-raad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden