Vaders

De Engelse Lucy Walter is de negentig ruimschoots gepasseerd. Toch kan ze nog steeds haar tranen niet bedwingen, wanneer ze vertelt hoe ze als meisje van zeven voor het laatst aan de hand heeft gelopen van haar vader. Dat gebeurde in augustus 1914. Op het Europese vasteland was zopas de Grote Oorlog begonnen. Met gebruik van gifgas en andere nieuwe wapens werden niet alleen miljoenen mannen gedood, maar ontelbare kinderen vaderloos gemaakt. Lucy's vader sneuvelde als een der eersten. ,,Ik weet het nog als de dag van gisteren'', zegt Lucy. ,,Hij vertrok naar zijn regiment en ik wandelde een stukje met hem mee. Op zeker moment bleef hij staan. Hij drukte me heel vast tegen zich aan, kuste me en zei dat ik naar huis moest gaan.'' Nog eenmaal hief hij zijn arm om naar haar te zwaaien. Ze heeft hem nooit teruggezien. Een week later kwam het bericht dat hij in België was omgekomen. ,,Toen brak mijn hart'', zegt ze.

De geschiedenis van Lucy is onderdeel van een BBC-documentaire waarin hoogbejaarde mannen en vrouwen herinneringen ophalen aan hun jeugd. Allemaal zijn ze geboren kort voordat Europa werd geteisterd door oorlog, revolutie en epidemische ziekten. En in ieder verhaal speelt een vader de hoofdrol.

Pat Keating groeide op in Georgië, aan de Zwarte Zee, waar zijn vader werkte als telegrafist in dienst van het Britse leger. Toen Pat zeven was, brak de Russische revolutie uit. De toestand werd zo gevaarlijk dat de Keatings moesten vluchten. In het holst van de nacht verlieten ze heimelijk hun woning, met achterlating van al hun bezittingen. Aan het strand lag een roeiboot gereed die hen naar een Engels schip moest brengen dat een paar honderd meter uit de kust wachtte. Pat: ,,Ik had een hond waar ik zielsveel van hield en die niet van mijn zijde wilde wijken. Toen we van wal gingen, stortte hij zich in het water. Hij zwom naast de boot uit alle macht met ons mee naar open zee. Mijn vader schreeuwde naar hem en probeerde hem met een van de roeispanen te verjagen. Het waren de afschuwelijkste ogenblikken van mijn leven. Die hond was het liefste dat ik op de wereld bezat. Ik werd gek van verdriet toen hij in de golven achterbleef. Nooit heb ik het mijn vader vergeven.''

In 1918 maakte de Spaanse griep in Engeland honderdvijftigduizend slachtoffers. Nauwelijks een jaar later brak er difterie uit. Maud Cox, tien jaar oud, raakte van het ene moment op het andere buiten bewustzijn. ,,Ik had stiekem een chocoladebiskwietje uit de kast gestolen. Daarmee zat ik op de zoldertrap. Nog maar amper had ik erin gebeten, of ik werd duizelig. Met een smak viel ik omlaag.'' Streng christelijk opgevoed als Maud was, had ze vaak gehoord dat zondaars in het hellevuur moeten branden. Toen ze bij kennis kwam in een ziekenzaal die stonk naar lysol, wist ze dan ook met grote zekerheid dat ze was beland in de hel. Maud: ,,Dat vond ik wel een overdreven zware straf voor het stelen van één biskwietje''.

Na negen weken stond ze van haar bed op. Ze mocht naar huis, maar er was niemand meer om mee te spelen. Al haar klasgenoten waren aan difterie gestorven. Zelfs haar hartsvriendinnetje Jessie had de ziekte niet overleefd. In de dorpskerk werd voor de dode kinderen een gemeenschappelijke herdenkingsdienst gehouden. Het altaar was overdekt met bloemen. Ook Maud had bloemen meegebracht, maar de koster hield haar tegen. ,,Hij beet me toe dat ik geen bloemen op het altaar mocht leggen voor Jessie, omdat Jessie jóóds was. Ik bleef bedremmeld staan. Wat wist ik, wie jood was of christen? Ik was nog een kind. Toen deed mijn diepgelovige vader een stap naar voren. Hij schoof met één handgebaar de koster opzij en maakte de doorgang naar het altaar vrij, terwijl hij zei: Des mensen wegen zijn eng. Maar breed is de poort van de Almachtige!''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden