Opvoeding

Vader wil naar de bergen, maar zijn kroost is niet vooruit te branden

Vader en kind samen in de bergen.Beeld ThinkStock

'Ik heb dorst, ik heb het heet.' Hoe krijg je kinderen mee op wandel-vakantie?

De overburen vertelden enthousiast over hun vakantie in de Alpen, schrijft een vader. Met drie kinderen trokken ze dagenlang van berghut naar berghut. "Hun jongste is vijf jaar oud en zelfs hij leek energie te krijgen van uren lopen, af en toe een berggeit tegenkomen en de vele klimpartijen."

Deze vader wil dat ook, maar zelfs een klein stukje lopen roept al weerstand op bij zijn kroost. "Ze spelen op straat, doen verstoppertje op het schoolplein, voetballen, skeeleren. Het zijn geen binnenzitters, maar een keertje wandelen in de duinen, ho maar." Pas was er een loopje van niks, van metrostation Waterlooplein in Amsterdam naar Artis. Na 200 meter al een klacht van zoon (6): "Ik heb het heet." "Ik heb dorst", werd al snel gevolgd door: 'Ik heb hartkloppingen."

"Dochterlief van negen liep in haar eigen trage tempo vijftig meter achter ons", zegt vader. "Of ik haar jackie kon dragen, want dat kon ze zelf echt niet."

De avondvierdaagse leek hem eerst nog een goed idee om te wennen aan een paar uur stevig stappen en om de lol van wandelen te leren inzien. Maar na het helse tochtje door de stad heeft hij ervan afgezien. En de vakantie in de bergen heeft hij ook uit zijn hoofd gezet. Terecht? Of is er een manier om ze toch aan het wandelen te krijgen?

Niet te lang

Dat kinderen zuchten bij een trip door de stad, vindt Marleen Raats niet zo gek: dat is van A naar B, dat is ook vrij saai. "Je moet het als ouders wel een beetje leuk maken." Ze doet de marketing voor SNP reizen en zou een vakantie in de bergen toch aanraden. Zelf nam ze haar zoon al mee toen hij vier was. Ze deed veel lekkers in haar tas en zorgde voor veel rustmomenten, liet hem lekker klooien bij een beekje, nam spelletjes mee voor onderweg. "Kleine paadjes, veel afwisseling en vooral niet te lang", zegt ze. "Je zegt niet 's morgens tegen je kinderen dat je urenlang gaat lopen."

Oostenrijk en Zwitserland zijn gericht op kinderen, zegt ze. "Daar kom je op de vaste wandelingen al veel speelplaatsen of waterbanen tegen. Zomaar een huisje met klingel-klangels waarop je geluiden kunt maken. Of blijf eens overnachten in een berghut, dan hoef je niet nog dezelfde dag naar beneden."

Dorine Collard van het Mulierinstituut deed onderzoek naar de motorische fitheid van basisschoolkinderen, en naar intensieve sportbeoefening. In het algemeen neemt de fitheid van kinderen af, weet de bewegingswetenschapper. Kinderen van nu hebben minder kracht, zijn minder wendbaar, zo blijkt uit diverse onderzoeken. De oorzaken zijn niet even goed onderzocht, maar Collard vermoedt dat het in te veel zituren zit. Het lidmaatschap bij sportverenigingen is gelijk gebleven. "Maar als kinderen dagelijks minstens een uur bewegen, lekker sporten en buiten spelen, dan moeten ze een wandelvakantie fysiek goed aankunnen." Het zit in de aard van kinderen om te bewegen, te springen en op onderzoek uit te gaan, zegt de onderzoeker. "En ze herstellen waarschijnlijk ook sneller van inspanningen dan de ouders."

Geen prestatie

Houd het klein, adviseert Doede Wessels. Ook hij werkt bij SNP, maar dan als reisleider van gezinsvakanties in het Stubaital in Oostenrijk. Veel ouders hebben zelf mooie herinneringen aan bergtochten, merkt hij. Misschien van toen ze klein waren, maar ook als twintiger, zonder kinderen. "Logisch dat je een geweldige ervaring wilt overbrengen, maar haal de ambitie er uit. Het moet geen prestatie zijn."

Per dag maakt hij meestal tochten van maximaal vier uur, waar de gezinnen een hele dag over mogen doen. "Tenzij het weer omslaat, dan moeten ze wel doorstappen." Hij zorgt dat er genoeg leuks te zien is op de route: ijsmeertjes, een waterval, een klimrots. En hij vertelt vooral ook veel verhalen. "Als we langs een gletsjer komen, vertel ik over klimaatverandering. Ik leg uit dat de gestapelde stenen die we tegenkomen bedoeld zijn als markering. We maken er zelf ook een."

Een groepsvakantie is voor ouders soms even slikken, maar voor kinderen is het een uitkomst. "Ik hoor ze op de eerste dag nog weleens zeggen dat ze mee moesten van hun ouders. Maar aan het eind zijn ze het enthousiast van allemaal. Leeftijdsgenoten maken zo'n vakantie met elkaar. Ze trekken elkaar de berg op, spelen 's avonds spelletjes." Zelfs pubers blijken bij Wessels heel goed zonder wifi te kunnen. Want 'bereik' heb je niet in de bergen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden