Vader van fascisme geniet alom respect

Nietzsche is een proto-fascist, schrijft de Duitse filosoof Bernhard H.F. Taureck. Hij windt er geen doekjes om en daarin is hij een uitzondering: de meeste filosofen zwijgen immers nu al een paar decennia lang de giftigste uitspraken van Nietzsche stelselmatig dood.

Tegenwoordig willen wij niet meer geloven dat Nietzsche een van de inspirators is geweest van bruingekleurde misdaden tegen de menselijkheid. De hater van de massa is goedgekeurd door vooraanstaande filosofen en daarmee al tijden salonfühig. Met nationaal-socialisme en fascisme had hij niets te maken, menen wij te weten.

Om dit beeld te behouden is het raadzaam bij lezing van Nietzsche's werken zijn vernietigingsfantasieën over te slaan. Als hij schrijft dat 'de zwakken en mismaakten te gronde moeten gaan... en men hen daarbij moet helpen' (Der Antichrist) kan zo'n uitspraak namelijk niet worden afgedaan als een eenmalige uitglijder van een filosoof die graag provoceert.

Taureck heeft een aantal van Nietzsche's voorstellen tot genocide op een rij gezet. Hier de eerste, waarin hij massale vernietiging van harte aanbeveelt: ,,De mensheid als massa opofferen voor de bloei van een sterker soort mens- dat zou een vooruitgang zijn.' (Zur Genealogie der Moral)

Zij die vernietigd moeten worden van Nietzsche zijn 'de zwakken', zij moeten plaatsmaken voor een 'hogere mens'. Nietzsche schrijft: 'de grootste van alle opdrachten, het fokken van een superieure mensheid' houdt in 'de nietsontziende vernietiging van alles wat ontaardt en parasiteert'. (Ecce Homo, die Geburt der Tragödie)

Dat houdt ook een 'rassenvernietiging' in, maakt Nietzsche duidelijk in het volgende citaat: ,,Wij hebben een leer nodig, sterk genoeg om een teelt te effectueren; sterkend voor de sterken, verlammend en brekend voor hen die de wereld moe geworden zijn. De vernietiging van aftakelende rassen.'

Ten slotte waarschuwde Nietzsche -net zoals Himmler dat later zou doen in een speech ten overstaan van een van de Sonderkommando's, belast met de taak van het uitmoorden- dat de destructie van 'overtolligen' geen eenvoudige opdracht is om uit te voeren. Daarvoor moet men ,,de reusachtige energie van grootheid veroveren, om (...) door vernietiging van miljoenen mismaakten de toekomstige mens te vormen en daarbij niet te gronde gaan aan het leed dat men schept'.

Direct na de Tweede Wereldoorlog hadden dergelijke citaten van Nietzsche niemand verbaasd; Nietzsche stond toen bekend als Hitlers filosoof. Duitse nazi's en Italiaanse fascisten waren dol op nietzscheaanse termen als 'Übermensch' en de 'wil tot macht'. Nietzsche werd door de nationaal-socialisten publiekelijk geëerd en Mussolini mocht de filosoof graag parafraseren.

Tijdens de processen van Neurenberg in de herfst van 1945 noemde de hoofdaanklager van de Franse Republiek de reeds 45 jaar dode Nietzsche ,,een van de geestelijke vaders op wie het nationaal-socialisme zich terecht beroept, omdat hij de eerste was die systematische kritiek uitoefende op de traditionele waarden van het humanisme, en (...) omdat zijn visie op de dictatuur over de massa's door aan geen enkele wet gebonden heersers, het naziregime reeds voorspelde. Bovendien geloofde Nietzsche aan de heerschappij van een ras en meende hij, dat het recht daarop aan Duitsland toekwam.'

In 1945 was de heersende opinie dat Nietzsche's filosofie getuigde van angstaanjagende en gevaarlijke ideeen, waarvan de consequenties zich reeds hadden getoond. Vandaar dat Bertrand Russell in zijn Inleiding van de Geschiedenis van de Filosofie -uitgegeven in het bevrijdingsjaar- de filosofie van Nietzsche omschrijft als niets dan haat en onmenselijkheid.

Maar niet iedereen vond Nietzsche een proto-fascist. De Franse filosoof George Bataille zag in Nietzsche juist een potentiële tegenstander van het fascisme. En de toenmalige 'leider' van de Frankfurter Schule, Theodor W. Adorno, beschouwde Nietzsche als een scherpe analyticus van naar het fascisme leidende ontwikkelingen.

Deze stemmen ten gunste van een denazificatie van Nietzsche werden in de decennia daarop steeds luider. De linkse Italiaanse uitgever van Nietzsche, M. Montinari, wilde van geen nietzscheaanse openingen naar het fascisme weten. Net als de Duitse Jood Walter Kauffman -die de filosoof naar de VS exporteerde- wilde hij Nietzsche's werk niet alleen uitgeven, maar ook vrijspreken van elke gelijkenis met nazisme en fascisme.

In Nederland droeg de antifascistische auteur Menno ter Braak met zijn bewondering voor Nietzsche bij aan een Nederlandse herwaardering van diens filosofie. Maar vooral in Frankrijk kon Nietzsche rekenen op belangstelling. Filosofen als Foucault, Lyotard en Derrida waren niet helemaal blind voor de proto-fascistische kant van Nietzsche, maar zij vonden zijn kritiek op de Verlichtingsidealen zo belangrijk dat dit andere aspecten van zijn politieke filosofie verdrong.

In Duitsland vond Nietzsche weinig steun bij Jürgen Habermas. 'De koning van de naoorlogse Duitse filosofie' stond behoorlijk kritisch tegenover de verkondiger van Gods dood. Habermas bepleitte een minder radicale filosofische opstelling. De vooruitgangsgedachte en humanistische waarden bieden in zijn filosofie de enige hoop.

In het huidige filosofische klimaat vertegenwoordigt Habermas echter niet langer het geweten van Duitsland. Een nieuwe generatie filosofen is opgestaan, een generatie die meer wil dan Habermas' pleidooi voor de dialoog. En daartoe halen zij Nietzsche opnieuw uit de kast.

Nietzsche -zo luidt thans het credo der intellectuelen- is door de fascisten misbruikt en door antifascisten ten onrechte in het beklaagdenbankje gezet. De argumenten die zijn onschuld moeten bewijzen concentreren zich veelal op Nietzsche's nazi-zuster Elisabeth, die zijn werk aan het programma voor een duizendjarig rijk zou hebben aangepast.

Taureck onderzoekt deze en andere argumenten en concludeert dat zij Nietzsche niet sparen voor het stempel van proto-fascist. Ook in de boeken die Nietzsche zelf uitgaf staan voldoende uitspraken die zijn politieke positie duidelijk maken.

Nietzsche's prediking van de ongelijkheid tussen mensen, zijn afkeer van democratie, marxisme en socialisme, zijn verheerlijking van macht, kracht en leiderschap, zijn afschuw van zwakte, medelijden en moraal, zijn voorkeur voor een regerende elite, zijn stelling dat schoonheid belangrijker is dan waarheid (de kunstenaar moet aan de macht) en zijn oproepen tot oorlog en vernietiging spreken klare taal.

Hoe is het dan mogelijk dat deze kant van Nietzsche stelselmatig is verdrongen? De vraag waarom Nietzsche door zoveel gerespecteerde denkers met zulk een inspanning is schoongewassen van fascistische smetten komt helaas nauwelijks aan de orde. Taureck stelt uitdrukkelijk dat de meest enthousiaste verdedigers van Nietzsche zelf vaak antifascisten zijn. Complottheorieën over een fascistische samenzwering zijn in deze dus niet op hun plaats.

Nietzsche's apologeten voelen zich eerder aangesproken door de kritiek op de Verlichtingsidealen en het hartstochtelijke pleidooi voor een onafhankelijk individualisme. Wat verdrongen lijkt te worden is dat Nietzsche's ideaal van individuele ontplooiing op eigen kracht en tegen alle door de maatschappij opgelegde waarden in, volgens de filosoof zelf, slechts voor 'zeer weinigen' is weggelegd. Het merendeel van de mensheid noemt hij 'kudde'. Omdat de 'domme', 'gedegenereerde' en 'nihilistische' massa de kracht om te heersen mist -niet over een ander en niet over zichzelf- moeten zij van Nietzsche tot slaven gemaakt worden. Of, nog radicaler: zij moeten worden uitgeroeid.

Toch blijft het in kaart brengen van Nietzsche's politieke filosofie en de vergelijking met het latere fascisme een lastige onderneming. De anti-christelijke filosoof maakte zo vaak gebruik van paradoxen en tegenspraken dat het moeilijk is hem op grote lijnen in zijn gedachtegoed vast te spijkeren.

Waar Nietzsche echter nooit twijfel over heeft laten bestaan is dat het politiek gezien moet gaan over radicale oplossingen (Endlösungen) die de allergrootste leugen over de gelijkheid van de mensen aan de kaak moeten stellen. ,,Want zo spreekt mij de gerechtigheid: 'de mensen zijn niet gelijk.' En zij zullen het ook niet worden!', zegt Zarathustra hierover.

Daarmee zijn wij midden in het fascisme beland. ,,De staat is in zijn oorsprong een systeem van rangorden', hield Benito Mussolini de Italianen voor. Adolf Hitler wist het nog meer in de geest van Nietzsche te verwoorden: ,,Het gaat er niet om de ongelijkheid van de mensen af te schaffen, maar in tegendeel haar te verdiepen en haar -zoals in alle grote culturen- door middel van onoverkomelijke barrières tot wet te maken.'

Nietzsche's gebruik van het begrip ras ligt gecompliceerder. ,,Nietzsche was nationalist, noch antisemiet, noch racist', hebben zijn verdedigers steeds beweerd. Tegelijkertijd echter ziet Nietzsche -net als de nationaal-socialisten- ras op sommige plekken in zijn werk als de basiscategorie voor een 'natuurlijke rangorde'.

Dat is bijvoorbeeld het geval in dit citaat uit Zur Genealogie der Moral: ,,De facto heeft het onderworpen ras tenslotte weer de overhand gekregen, in kleur, in de korte schedel, wellicht zelfs in de intellectuele en sociale instincten: wie garandeert ons dat de moderne democratie niet (...) een enorme terugval betekent en dat het ras van de veroveraars en heersers (de ariërs) ook fysiologisch aan de verliezende hand is?'

In Zur Genealogie der Moral wordt Nietzsche's politieke filosofie helder uiteengezet. De geschiedenis tot nu toe, zo zegt hij in dit werk, kan worden beschreven als een oorlog tussen twee tegenovergestelde waarden, de idee der voorname aristocratie versus de geest van het lage ressentiment. Romeinen zijn volgens Nietzsche de incarnatie van de aristocratie en de joden zijn de vleesgeworden wraakzucht.

Deze tegenstelling tussen 'Rome en Judea' is in Nietzsche's visie een strijd die door bijna de gehele geschiedenis heenloopt. Het christelijk worden van Rome betekende een groot succes voor Judea. De Renaissance daarentegen was weer een kortstondige aristocratische opleving. De Renaissance vond echter zijn einde in de Reformatie, die de idealen van de 'slavenopstand' opnieuw aan de macht bracht en wederom een 'moraal der zwakken' installeerde.

Nietzsche: ,,Nog ingrijpender en radicaler dan voorheen overwon Judea nog eenmaal met de Franse revolutie het klassieke Romeinse ideaal: de laatste politieke aristocatie die Europa gekend heeft, de 17de- en 18de-eeuwse Franse aristocratie, bezweek onder de agressie van het populaire instinct-van-wraak... Maar toen gebeurde midden daarin het allergrootste en meest onverwachte: het antieke ideaal zelf presenteerde zich lichamelijk en in schitterende vormen voor de ogen en het geweten der mensheid en nog eenmaal en nog sterker, eenvoudiger en indringender dan ooit weerklonk tegenover de oude leugenachtige keuze van het ressentiment van het recht der meesten... het schrikwekkende en extatische anti-parool voor het recht der zeer weinigen!'

In deze pathetische bewoordingen beschrijft Nietzsche de komst van zijn held, Napoleon. Zeker weten doen we het nooit, maar hieruit zou men toch mogen opmaken dat de Russische revolutie het ressentiment aan de macht bracht, terwijl met de komst van de fascisten een nieuwe grootse overwinning op Judea werd behaald?

Nietzsche: ,,waarnaar moeten wij onze hoop richten? (...) Naar mensen van de toekomst, die in het heden de dwang organiseren en de zweep erover leggen. (...) Het beeld van zulke leiders is het, dat ons voor ogen staat.'

'Zulke leiders' zijn volgens Taureck gekomen en zij naderden 'hun bron Nietzsche dicht'. Mussolini wilde het oude Rome doen herleven ten koste van de uit Judea overgewaaide moraal, terwijl Hitler terug wilde naar het Germaanse heidendom van voor de kerstening.

Wat precies de motieven waren van de bruine horden die in de jaren '30 en '40 Europa bestormden, zullen wij nooit helemaal kunnen achterhalen. Of zij zonder Nietzsche hetzelfde hadden gedaan, is volgens Taureck een zinloze vraag. De intellectuele elite van vandaag echter -die momenteel druk bezig is om de honderdste sterfdag van Nietzsche met luister te gedenken- zou zich wellicht aangesproken kunnen voelen door het verwijt gebrek aan interesse te hebben getoond in de duistere kant van deze zo populaire filosoof. Met zijn meeslepende stijl beschikte hij over een uitzonderlijk talent waarmee hij zowel 'vrije geesten' als 'tirannen' wist te bekoren. Op zichzelf lijkt dat al reden genoeg om enig wantrouwen te koesteren jegens de honderd jaar dode denker.

Nietzsche's dubbelzinnigheid is voor Taureck in ieder geval geen belemmering om zijn werk als proto-fascistische politieke filosofie te brandmerken. ,,In Nietzsche's denken woonden twee zielen', stelt Taureck. De ene liet zich bekoren door macht, heerschappij, oorlog en geweld. Dat was de stem van Machiavelli. De andere ziel was volgens Taureck minder goed hoorbaar. Deze sprak over de vergankelijkheid van wereld en mensen. Dat was de stem van de ontdekker van de individualiteit, de stem van Montaigne.

Die laatste stem komt in het boek niet of nauwelijks aan het woord, hij wordt overschreeuwd door de man die in klinkende en radicale bewoordingen een einde droomde aan democratie, rechtsstaat, moraal en religie.

,,Waarover men niet kan zwijgen, moet men spreken', schrijft Taureck. Hij heeft een reden om de beroemde woorden van Hitlers klasgenoot Ludwig Wittgenstein om te draaien: Lang heeft men gezwegen over Nietzsche's fascistische bruikbaarheid, misschien is het nu tijd geworden om te spreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden