Vader van de haptonomie

Hij was een gesloten man, toch ontwikkelde hij een behandeling die gevoelens naar boven moest brengen. Hij bewaakte zijn leer streng.

Het moet zijn gebeurd toen Frans Veldman het boek ’Venture to the Interior’ las, van de Zuid-Afrikaanse officier Laurens van der Post. Daarin trof hem een scène waarin drie officieren in de Tweede Wereldoorlog een executie moesten aanzien. De middelste van het drietal reikte uit naar de twee mannen aan zijn zijde. Een hand naar links en een hand naar rechts.

Dat was meer dan een aanraking. Het was een bewuste, stevige beweging, met alles wat deze officier in zich had. Dat gebaar maakte de last te dragen. Door aanraking kon er blijkbaar iets gebeuren tussen mensen wat de situatie hanteerbaar maakte.

Het fragment inspireerde de fysiotherapeut Frans Veldman tot het ontwikkelen van de psycho-tactiele therapie, vanaf de jaren zestig haptonomie genoemd. Een mystieke ervaring was zijn inzicht niet, ’overstijgend’ was het wel.

Veldman ging er vanuit dat ook het lichaam drager is van gevoelens. Door aanraking ontstaat bewustwording van problemen en blokkades, die vervolgens een plek kunnen krijgen. Veldman ontwikkelde zijn theorie voor de zowel de medische als de psychologische praktijk. In de buitenwereld werd de aanpak bekend door topsporters. Ook wordt de haptonomie veel in de gynaecologie gebruikt, onder meer bij zwangerschapsbegeleiding.

Veldman zag het als zijn levensopdracht om zijn theorie uit te denken. Hij schreef er onder meer zijn ’Opus Princeps’ over, naar het Nederlands vertaald als ’Levenslust en levenskunst'. Voor hem was haptonomie gericht op bevordering van het levensgeluk.

Het basisboek probeerde hij zo precies mogelijk te maken: soms gebruikte Veldman vier of vijf bijvoeglijke naamwoorden voor een zelfstandig naamwoord. Dat maakte het ingewikkeld en het bevatte een overvloed aan details.

Veldman was streng in zijn leer. Zijn ’kind’ was niet voor iedereen weggelegd. Leerlingen moesten minimaal een hbo-opleiding hebben op het medische vlak. Soms zei hij het letterlijk: „Wij moeten ons goeie goed beschermen.”

Enkele leerlingen herinneren zich hoe de boerderij in Overasselt volgepakt zat. Dagen waarop tachtig mensen – veertig per sessie, één ’s morgens en één ’s middags – de grondbeginselen van de haptonomie wilden leren, kwamen veelvuldig voor.

Veldman kon de zolder van de boerderij bestijgen als een ster in zijn eigen show. Hij hield van de aandacht. Met open mond luisterde men naar deze aanstekelijk glimlachende, mooie man. Het was er muisstil, er werd enkel genotuleerd en de boerderij werd ook geruisloos weer verlaten. Ruimte voor discussie was er niet, dat kwam pas later.

Charismatisch was hij. Tien jaar nadat hij te zien was in het KRO-programma ’De baby is al een mens’ verschenen er nog steeds vrouwen in haptonomische centra die door hem geïnteresseerd waren geraakt in zwangerschapsbegeleiding volgens de haptonomische methode.

Als een leeuw bewaakte hij zijn theorie, wat voor zijn leerlingen – die wel eens een nuance wilden aanbrengen – niet eenvoudig was. Meermalen leidde zijn gebrek aan delegatievermogen tot afscheidingen binnen het docentenkorps. In 1978 ontstond een definitieve scheiding.

Vanuit de Academie voor Haptonomie en Kinesionomie in Nijmegen en later in Overasselt, werd de eerste onafhankelijke academie voor haptonomie opgericht, onder leiding van Ted Troost en Anne Jan van Minnen.

Veldman vertrok naar Frankrijk, om in het stadje Oms in de Pyreneeën het nieuwe Centre International de Recherche et de Développement de l’Haptonomie op te bouwen. Vanuit Frankrijk hield hij per brief contact met leerlingen in Nederland. Vermoedde hij dat een leerling meer verduidelijking kon gebruiken, dan schreef hij: „Kom hierheen en ik leer het je alsnog”. Als leerlingen interviews gaven of een boek schreven over de haptonomie, dan was dat voor hem spannend, maar ook moeilijk. Zelf meed hij de publiciteit.

Viel het Veldman in Nederland soms zwaar om erkenning voor zijn vak te krijgen, in Frankrijk kreeg hij de erkenning die hij verlangde. Hij leidde er gynaecologen, psychiaters en psychologen op. Hij werd er op handen gedragen. Drie jaar geleden droeg hij het centrum over aan zijn staf in Parijs.

Zijn aanhang in Frankrijk noemde hem ’le papa’ genoemd: de hoeder van het gedachtegoed, de toegewijde vader van zijn theoretische kind. Voor zijn zeven echte kinderen was hij afstandelijker. De grondlegger van de wetenschap van de affectiviteit kon zijn werk niet combineren met een warm gevoelsleven.

Hij overleed vrij plotseling na een kort ziekbed. Hij schreef nog aan een boek, had zelfs nog plannen gemaakt voor een groot congres. Zijn levenspartner zet het voort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden