'Vader had ons in het bedrijf hard nodig' Heimwee, gezinshereniging, meer kansen daar dan hier en het herstel van de democratie. De redenen van Surinamers die Nederland verruilen voor een bestaan in de voormalige kolonie, hun geboortegrond, lopen uit...

Jalan Jankie (25) laat in de aircoroom de mooie nieuwe faxtelefoon zien. Verliefd streelt hij over de lichtgevende knopjes. "Kijk, dit is nou leuk" , zegt hij trots. Met dit apparaat kan je gewoon echt alles doen."

Later, als hij samen met zijn broer Subhaas (32) buiten op het terras zit, zal hij nog een keer benadrukken waar het leven om gaat. En dat is werken, hard werken. Want tijd betekent geld en als zelfstandige ondernemer valt met dat feit niet te spotten.

De gebroeders Jankie zijn snelle jongens. Ze praten snel, denken snel en oordelen snel. Samen voeren ze leiding in het aannemersbedrijf van hun vader in Paramaribo. Door hem werden ze ook naar Nederland gestuurd voor hun middelbare schoolopleiding. Na hun studie keerden ze weer naar Paramaribo terug omdat vader Jankie hen nodig had voor het bedrijf. "Als Jalan en ik niet terug waren gekomen" , zegt Subhaas, "was het bedrijf over de kop gegaan. En dat konden we m'n vader niet aandoen. Hij is ziek en kan het werk niet alleen aan, hij heeft ons hard nodig."

Subhaas kwam in 1972 als twaalfjarig jongetje naar Den Haag waar hij bij een oom in huis kwam die al sinds de jaren vijftig in Nederland woont. Hij ging eerst naar de Mavo en later naar de Havo. "Ik vond het geweldig in Nederland" , zegt Subhaas, geestdriftig met zijn vingers op de houten tafel trommelend. "Alles was daar zo modern en goed georganiseerd. Op school deden we fantastische dingen. Er werden schoolreizen georganiseerd en de manier van lesgeven was heel leuk. We konden in kleine groepjes werken en leraren mochten we gewoon bij de voornaam noemen. Dat was een enorm verschil met het onderwijs in Suriname. Eigenlijk wist niemand op school dat ik daar vandaan kwam." Met z'n handen drukt Subhaas z'n neus plat en maakt dikke lippen. "In Nederland denken ze dat er alleen creolen in Suriname wonen. Dat de helft van de bevolking uit hindoestanen bestaat weten ze niet. De andere kinderen vonden me dan ook heel interessant. Aan vriendjes dan ook geen gebrek, ik werd op alle feesten uitgenodigd."

Na de Havo werd Subhaas opgeroepen voor militaire dienst. Op aanraden van zijn vader, die een duidelijke aversie tegen het leger had, ging hij terug naar Suriname. "Ik had totaal geen zin om in militaire dienst te gaan en mijn vader had me in het bedrijf hard nodig. Bovendien" , voegt hij er aarzelend aan toe, "wist ik ook niet op welke manier ik in Nederland kon blijven. Mijn oom had zelf vier kinderen en woonde op een kleine flat. Er was gewoon geen plaats voor me."

Dat hij werd opgeroepen voor de Nederlandse krijgsmacht kwam door z'n zwarte paspoort. In 1974, vlak voor de onafhankelijkheid mochten alle Surinamers kiezen of ze een Surinaams of een Nederlands paspoort wilden. Moeder Jankie zorgde ervoor dat het hele gezin de Nederlandse nationaliteit kreeg. "Ik denk dat de meeste hindoestanen daar voor kozen, zegt Subhaas, "omdat ze niet achter de onafhankelijkheid stonden. Ze waren bang dat het land in een puinhoop zou veranderen als de creolen de touwtjes in handen zouden krijgen. Tenslotte bepalen die het politieke gezicht in Suriname, de hindoestanen zijn vooral de ondernemers en handelaren."

In de zomer van 1982 keerde Subhaas naar Suriname terug. "Er was heel veel veranderd in de periode dat ik weg was" , zegt hij. "In de winkels was haast niets meer te krijgen. En politiek was het helemaal een zootje geworden. Een paar maanden nadat ik terug was, werden de decembermoorden gepleegd. 's Avonds hoorden we geweerschoten en lichtkogels maar wisten niet waar die vandaan kwamen. De avondklok werd ingesteld, na zeven uur mocht niemand op straat lopen en als je werd betrapt moest je mee naar de kazerne.

Ons bedrijf werd door de anti-militaire opstelling van mijn oom die politiek actief was, door de militairen geboycot. We kregen geen opdrachten meer omdat er werd gezegd dat we voor de Hollanders werkten. Er werkten op het bedrijf een paar Nederlanders en dat wekte argwaan. Die jongens zijn later vertrokken omdat we ze niet meer behoorlijk konden betalen. De economie ging steeds meer achteruit. Niemand investeerde nog in Suriname en veel mensen vertrokken naar Nederland, vooral ondernemers en hoger kader. Eigenlijk is dat de redding van ons bedrijf geweest. Omdat iedereen wegging, ontstond er een gat in de markt en daar konden wij mooi inspringen. We kregen weer wat kleine projecten waardoor we de crisis te boven kwamen. Vooral na '87 toen er weer een democratische regering was ging het veel beter."

Jankie is een bekende ondernemersnaam in Suriname. Drie broers van Subhaas en Jalan hebben ieder hun eigen aannemersbedrijf. Er is dan ook regelmatig familiecontact over opdrachten en uitvoering van projecten. We hebben het ondernemen in ons bloed" , zegt Jalan. "Alle kneepjes van het vak zijn ons met de paplepel ingegoten." Hij klopt op z'n borst. "Ze kunnen mij rustig zonder een rooie cent in Nederland neerzetten, ik zou me wel redden hoor."

Jalan werd na een auto-ongeluk op dertienjarige leeftijd voor medische behandeling naar Nederland gestuurd. Hij laat z'n linkerhand zien waar nog maar vier vingers aanzitten. "Kijk, die konden ze niet meer redden. Ik heb nog geluk gehad. In Suriname waren ze van plan m'n hele arm te amputeren, maar toen ze wisten dat ik uit een welgestelde familie kom, werd ik voor verdere medische behandeling naar Nederland gestuurd." Jalan bleef in Nederland om het VWO te volgen. Na z'n examen werkte hij een paar maanden in een garage. Gniffelend zegt hij. "Daarna kocht ik in Duitsland zelf tweedehands auto's, knapte ze op en bracht ze in Nederland op de markt. Dat verdiende goed hoor."

In 1987 keerde ook Jalan op verzoek van zijn vader terug naar Suriname. Ach, zegt hij, "ik heb het hier best naar m'n zin. Het is hier altijd mooi weer toch? Het uitgaansleven mis ik niet. In Nederland ging ik toch nooit naar kroegen of discotheken, dat kost alleen maar geld. En de tijd dat ik met stappen kwijt ben kan ik beter aan het bedrijf besteden. In Suriname zijn er genoeg mogelijkheden om goed geld te verdienen. Mijn broer en ik hebben hier grote investeringen gedaan. Dus voorlopig denken we er niet over weg te gaan."

De gebroeders Jankie voeren opdrachten uit van zowel particulieren als de overheid. Ze bouwen bruggen, wegen, sluizen en woningen. "Op dit moment is het overheidstekort zo groot dat de regering niets meer aan infrastructuur of aan sociale woningbouw doet" , zegt Subhaas. "De militairen hebben na 1980 met geld uit de Nederlandse ontwikkelingspot zo'n tweeduizend volkswoningen laten bouwen. Maar toen dat geld op was werd er ook geen paal meer in de grond geslagen. De particuliere woningbouw is altijd gewoon doorgegaan hoewel de vraag naar woningen oneindig veel hoger ligt dan het aanbod. De materialen zijn zo duur geworden dat nog weinig mensen het zich kunnen veroorloven een eigen huis te laten bouwen.

Volgens Subhaas beleggen vooral veel Surinaamse Nederlanders hun spaargeld in een huis of kavel in Suriname. En komen er ook regelmatig opdrachten van grote handelaren binnen, die gezien hun luxe smaak er zeer warmpjes bij zitten. "Kijk" , grijnst Subhaas. "Bij mij in de buurt heeft iemand een waar kasteel laten bouwen. Daarover wordt natuurlijk flink geroddeld. Iedereen zegt dat het met cocainegeld wordt betaald. Als dat zo was zou ik er niet van opkijken, maar bewijs maar eens dat het waar is. Misschien heeft zo'n man wel succes met het ondernemerschap" .

Voor iemand die met een normale baan bij de overheid zo'n duizend Surinaamse guldens in de maand verdient, is een woning van 3 a 4 ton niet te betalen. "Maar" , zegt de ondernemer er direct bij "met de ambtenaren die een verantwoordelijke functie hebben, hoef je echt geen medelijden te hebben. Die leven echt niet alleen van dat armoedige salaris maar sjoemelen er flink wat bij. Als ik een bouwvergunning nodig heb, kom ik er niet onderuit om geld onder de tafel te schuiven. Als ik dat niet zou doen, laten ze de formulieren rustig een jaartje in de la van het bureau liggen. Iedere Surinamer die iets voor elkaar wil krijgen betaalt extra, anders gebeurt er niets in dit land. Een uittreksel van de burgerlijke stand kost zo'n 25 gulden maar een vestigingsvergunning voor zelfstandige ondernemers kost zeker een ton."

Subhaas benadrukt dat echt niet iedere Surinamer in een krot woont. De Nederlandse media spiegelen het leven hier altijd zo zwart af, het lijkt wel alsof ze alleen volksbuurten willen filmen. Maar daardoor ontstaat wel een vertekend beeld van Suriname. Er zijn hier zoveel mooie wijken en villa's. En het zijn echt niet alleen drugsbaronnen die erin wonen."

Subhaas kan er over meepraten. Samen met zijn vrouw en drie kinderen woont hij in een mooie lage villa in een rustige buurt in Paramaribo. Net als Jalan voelt hij er niets voor om uit Suriname weg te gaan omdat de familie al haar geld in Suriname heeft geinvesteerd. Hij is niet bang voor de toekomst. "Voorlopig is er werk zat en als dat niet meer het geval is, tja, dan moeten we iets anders zoeken" , zegt hij lakoniek. Economische redenen om terug te keren zijn er dan ook niet. Wel overweegt Subhaas naar Nederland te gaan als zijn kinderen groter worden. "Als ze door willen leren, zijn er veel meer studiemogelijkheden in Nederland en daar is het onderwijs ook beter. Maar als de kinderen weg willen, ga ik wel met ze mee. Het was indertijd van mijn oom heel aardig dat ik bij hem in huis mocht wonen, maar ik voelde me toch ook wel een beetje eenzaam zo alleen. En dat wil ik mijn eigen kinderen niet aandoen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden