Vaarwel, bruine parel....

Stiekem, droomde ik al jaren van een groot gezin, zo’n gezin dat je op oude, vergeelde, zwart-wit foto’s aantreft.

door Tecla de Kam-Schotanus

Minimaal zeven kinderen, oplopend in grootte.

(Later begreep ik dat er in zulke gezinnen veel geleden werd, armoede vooral, dat zag je er, in mijn ogen, niet vanaf).

Maar, “it takes two to tango”, en mijn danspartner liet behoorlijk op zich wachten.

Toen het moment daar was, herkende mijn lichaam hem onmiddellijk: een actievoerder in een houtje-touwtje jas, opwindende handen, een man met een “gebroken geweertje”, een non-conformistische idealist, gelouterd door een Gereformeerde opvoeding.

Wij waren precies wat wij nodig hadden.

Lichtelijk verbaasd keken wij het geluk in het gezicht.

Voortvarend begonnen wij onze droom te realiseren en al snel vormden de actievoerder en ik een roedel, waarin drie blonde, blauwogige kindjes, twee eigen kinderen en een pleegkind een plekje vonden.

Toen, een paar dagen voor Sinterklaas, kwam jij‿

Je was het kadootje waar wij lang en vurig naar verlangd hadden.

Jij was de parel in onze kroon.

Trotse bezitter van een Down syndroom, een mokkakleurig velletje en een robuuste gezondheid.

De eerste avond bij ons aan tafel was je je helemaal bewust van de feestelijke stemming, je glom en je straalde en wij straalden allemaal mee.

Liefdevol leerde je moeder mij om jou, met behulp van exotische olie en doeken, in de oorspronkelijke staat te behouden, ons grauwe en grijze klimaat vormde een voortdurende bedreiging voor je uitbundige tropische glans.

Van nu af aan hoefden wij ons nooit meer te vervelen, je was net zo onstuimig en vertederend als een puppy.

Indrukwekkend was je lenigheid. Toen we je op een avond nog even onderstopten, bleek er onder je wang geen handje, maar een voetje te liggen.

Misschien was een vergelijking met een jonge chimpansee wel meer op zijn plaats, ook omdat de kinderen in de speeltuin je aanriepen met “apeneuker”‿

Je deed ons tot eenhandigen evolueren, we hadden nl. altijd een hand nodig om je in bedwang te houden.

Eens liet je bijna een invalide verongelukken door op een rode knop te drukken in de armleuning van zijn elektrische rolstoel, goddank maakte een grote machine waar fel gekleurde, plastic eitjes uitrollen met een kinderverrassing erin, een einde aan deze ongewenste rit.

Ook molesteerde je eens op straat een baby in een kinderwagen, nadat je deze eerst langdurig en uiterst behoedzaam over het weke, nog kloppende, schedeltje had geaaid.

Dacht je toen aan je babybroertje, dat wel bij je moeder mocht blijven?

De buschauffeur van het busje dat je dagelijks naar en van school bracht, had helaas haar beide handen nodig aan het stuur.

Dit stelde jou in staat om kleine vernielingen aan te richten aan medepassagiers en aan jezelf, en grotere aan het interieur van de bus.

Gelukkig viel er ook veel te lachen.

De dag dat je keihard ”Jezus, kom eens” brulde naar de priester in een afgeladen kerk, zullen wij bijvoorbeeld niet licht vergeten.

Wij lieten ons door deze kleine voorvalletjes niet kisten.

Wij waren ervaren opvoeders en ook zo verschrikkelijk gek op je‿

Nee, wat ons uiteindelijk fataal werd (en jou natuurlijk het meest), was je voortdurende en onbedwingbare zucht naar oorlog.

Je slaagde er op een onnavolgbare manier in om overal een strijd van te maken.

Ondanks ruimhartige en inspirerende begeleiding van hulpverleners, moesten wij concluderen dat we er meestentijds niet in slaagden de strijd te bezweren.

Zodra wij vrede wisten te bewerkstelligen aan het westelijk front, vlamde aan het oostelijk front de strijd alweer op.

De actievoerder dreigde het geloof in geweldloze weerbaarheid als pressiemiddel te verliezen.

Na een lange, donkere nacht spraken wij naar elkaar het ondenkbare, het onverdraaglijke, het onzegbare uit: “Misschien is het beter, als‿.”.

Bij zonsopgang proefden wij de bittere, bittere smaak van de nederlaag op onze lippen.

Op een kwade dag verzamelden de actievoerder en ik al ons kroost en propten jullie op de achterbank van onze, te kleine, auto.

Net als de ouders van Klein Duimpje, moesten wij onder ogen zien dat wij niet langer voor je konden zorgen.

Wij brachten je diep, diep, in het donkere bos en lieten je daar, zonder broodkruimels, achter.

Een zingende kring van afzichtelijke, kwijlende zwakzinnigen heette je welkom, je werd opgenomen in hun magische cirkel, een heidens ritueel in het woud.

Vaarwel, vaarwel, verloren voor altijd, mijn mooiste sieraad, bruine parel in mijn kroon‿

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden