Vaarweg Lemmer-Delfzijl krijgt in één dag een biografie.

Vijfentachtig schrijvers vatten vandaag post ergens langs de vaarweg tussen Lemmer en Delfzijl. Het groot onderhoud aan de vaarroute wordt aangegrepen om in één dag een biografie te maken.

Over waterwegen wordt haast altijd in economische termen gepraat, valt kunstenaar Sjaak Langenberg op. Dan gaat het over ’gestremde doorgangen’, ’te lage bruggen’ of ’te ondiepe vaargeulen’. Spannender, romantischer of avontuurlijker wordt het nooit. „Ik zeg wel eens: als je aan het water woont en er vaart iemand voorbij met een gebroken hart, dan weet jij het niet.”

Het kunstproject dat de provincies Groningen en Friesland koppelden aan het groot onderhoud van de vaarweg Delfzijl - Lemmer, gunt althans die vaarroute eens een keer een flitsender rol. Langenberg (1968) is een van de deelnemers aan het project. De kunstenaar, die vaak in de openbare ruimte werkt, kwam samen met grafisch ontwerper Vanessa van Dam (1973) op het idee om een biografie te wijden aan de belangrijke ader in het Europese vaarwegennet.

Vandaag zetten Langenberg en Van Dam overal aan de oevers van de kanalen tussen Delfzijl en Lemmer schrijvers. Die leveren allemaal een bijdrage aan de biografie.

Vijfentachtig auteurs en journalisten zullen de diverse bruggen, sluizen, jachthavens en aanlegsteigers bevolken. Regionale beroemdheden, zoals de Groningse stadsdichter Ronald Ohlsen en enkele voormalige huisdichters van de universiteit van Groningen. Maar ook Manon Uphoff (op de brug bij Dorkwerd), Nicolaas Matsier (in Irnsum) of de blinde cabaretier Vincent Bijlo op het industrieterrein van Kootstertille. Naast beroepsschrijvers nodigden Langenberg en Van Dam een aantal gelegenheidsauteurs uit, enkel om hun persoonlijke binding met de vaarweg. Zoals Jan Heida die in 1973 het WK schaatsen voor junioren won, tegenwoordig aan de vaarweg woont en rondvaarten op een Lemster aak verzorgt. Ook de in Limburg geboren architect Gunnar Daan doet mee, en de burgemeester van Opsterland, Sicko Heldoorn, die in 2002 door een paar watersportverenigingen tot Watersporter van het Jaar werd uitgeroepen. Daan legt zijn schip voor anker in het Bergumermeer.

Eerst zouden er honderd deelnemers zijn. Die zouden in mei al langs de kanalen zitten. Financieringsperikelen maakten dat de dag verplaatst werd en dat er ’slechts’ vijfentachtig auteurs meedoen. Die te vinden was geen enkel probleem. Benaderde schrijvers haakten alleen af omdat de datum niet schikte. Gerrit Krol bedankte om gezondheidsredenen. Heel jammer, vindt Langenberg, die aankondigt de Groningse schrijver absoluut in het voorwoord van de biografie te vermelden. „Hij ís bijna die vaarweg.”

„Als je het over mij als achttienjarige jongen hebt, kan ik daar wel ’ja’ op zeggen”, reageert de 71-jarige schrijver zelf telefonisch op de vraag of hij zich ook de vaarweg voelt. Als adolescent zocht hij ’s avonds vaak de stilte op die aan de oevers van het Van Starkenborghkanaal heerste. Hij fietste en wandelde er. „Vaak kwam ik met dichtregels thuis die ik dan gecomponeerd had.” Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de brug-in-aanbouw aan de Groningse Korreweg waar hij woonde, een favoriete speelplek voor hem en zijn vriendjes. Die brug is nu naar Krol vernoemd.

De biografen van vandaag mochten een voorkeur uitspreken voor een plek. Schrijver Atte Jongstra wilde naar Grouw. De in Friesland geboren schrijver (1956) wandelt rond bij het Pikmeer. Ergens in de vorige eeuw verdronk Jongstra’s opa daar haast in. Jongstra: „Hij voer in een roeiboot en werd overvaren door een plezierboot.” Grootvader Jongstra kwam in zijn benarde situatie op het idee het raamwerk van de scheepsschroef vast te grijpen. „Zo redde hij zijn eigen leven. Wel was hij behoorlijk gewond. Hij heeft een paar maanden thuis gelegen.”

Atte Jongstra vermoedt dat hij zijn aversie tegen water van opa heeft geërfd. Over zijn eerste zwemles: „Ik werd bij kop en kont gepakt en in een chloorbad geworpen. Geen prettige ervaring. De primitieve instincten kwamen boven: ik moet hier weer uit. Dat heb ik sindsdien bij alle vormen van water, of het nu de douche is, een ligbad of de zee. Water is een vijandig element – dat moet je mijden.”

Opa Jongstra heeft niet vaak meer kunnen verhalen over die dramatische belevenis op het Pikmeer. Toen Atte tien was, werd de man geschept door een automobilist die verblind was door de zon. „Dat heeft hij niet overleefd. Hij kwam met een boog in de sloot terecht.”

Jongstra sprak onlangs schrijfster Marjolijn Februari, vandaag aan het werk aan het Eemskanaal in Garmerwolde. „Zij vertelde dat ze nog geen idee had wat ze zou gaan schrijven.” Vrijwel zeker valt van de hand van Jongstra straks de historie van opa na te lezen in de biografie over Delfzijl-Lemmer. Jongstra geeft toe dat hij zijn bijdrage al grotendeels in zijn hoofd heeft. Misschien dat hij in Grouw wel gaat uitzoeken of een oude tante nog leeft.

Van Sjaak Langenberg hoeven de biografen ook niet heel de dag op een viskrukje over het water te turen, met notitieblok of laptop op schoot. De mooiste bijdrages ontstaan in zijn ogen juist door een mengeling van observaties, herinneringen en ontmoetingen ter plekke. Een grote publiekstrekker zal de geboortedag van de biografie niet zijn, schat de bedenker. Maar toeschouwers zijn welkom op alle posten. „Ik wil iedereen die een mooi verhaal heeft over de vaarroute, ook aanmoedigen de schrijvers aan te klampen. Er bestaat een kans dat je het boek binnenwandelt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden