Utrecht

STADSGEDICHT (UTRECHT)

een stadsgedicht waarvan je zegt een stadsgezicht

een foto uit de oude doos komt weer tot leven

tenminste ja je ziet de beelden voor je

aangereikt door familie van boven de tachtig die

flappen er op 't laatst nog van alles uit zoals van het bed

dat zo lustig kraakte zei tante rietje die het weer had van

oudtante marie ja elke nacht was het raak al die dooie

kinderen moesten weer opnieuw gemaakt hun haar hing

gevlochten om overoma haar hals levenslang achter glas

in een hanger

't was hier in dit pand waar ik vandaag de geneugten van film

en café geniet - kraambed waar nu kassa de slachtstraat nog echt

van de vleeshouwers dicht bij de vleeshal aan de voorstraat immers

met zijn gevel vol stenen koeiekoppen tegenover de koning

van poortugaal was

en overgrootpa's tranen spoten steevast uit zijn vollemaanskop

bij 't slachten hier op het plaatsje met diezelfde handen die 's avonds

kopieerden hele bundels poëzie van de geliefde beets die ook niet

ver van hier in de boothstraat resideerde ja diezelfde vingers beroerden

na de avondboterham piano en vrouw tot galmende psalm en golf van één vleesch

en keerden met zorg zure zult uit de vorm tot feestelijke pudding met pauw bovenop

voor de uitstalkast

ja laat je drijven nog steeds aan je leestafel gezeten kintgenshaven uit

langs kindje in wieg in het water door kat in balans waarvan oma vertelde

dus daar had ze het van en je komt op de neude het neu waar een voorvader

een herberg begon in nog steeds het café dat men kent als het huis met de luifel

maar voor oma en d’r broertje en zusjes als kind verboden terrein dat plein

te gevaarlijk te druk met zijn markten zijn boertjes van buten de teelingstraat

bij hun in 't verlengde vol huizen van ontucht dienaren der wet en des woords

domein van dronkenschap en inwendige zending dus ze bikkelden maar

op de stoepen van 't hoogt veilig bij ’t poortje en naar school was het gauw

ganzenmarkt over naar 't oudkerkhof maar wel door de schoutenstraat

langs bakkerij in den dubbelden arend van vriendinnetje to

een hoop van die familie lag toen allang in de buurkerk nu speelklokmuseum

waar de pierementen boven hun knekels gieren maar later was 't chique

in een engelse tuin aan de gansstraat te liggen in ’n gelaagde rotonde

van grafkelders van meet af als de taart van zocher in de volksmond bekend

naar de ontwerper van dat funeraire bouwsel en die dodenakker aan het luie end

daar lagen ze tot er een zei in de familie nee 't is me te kil en te klam

aan de botten zo'n kelder we gaan weer gewoon in de grond

zo verder ga ik nu maar even niet zo'n oude oudtante vertelt je nog

op de valreep je vader hield jou en je broertje boven het trapgat

ja om je moeder te sarren maar dat was aan de jan van goyenkade

en in een heel andere stad

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden