Utrechtse Pieterskerk 950 jaar

UTRECHT - Een van de best bewaard gebleven romaanse kerken in Nederland is de Pieterskerk te Utrecht. Op 1 mei 1048, vrijdag precies negenhonderdvijftig jaar geleden, werd de kerk gewijd. Dat gebeurde ongetwijfeld in het bijzijn van haar stichter, bisschop Bernold (1027-1054). Het was niet de enige kerk die hij in Utrecht liet bouwen, ook twee andere kerken kwamen onder hem tot stand. Bernold wilde van Utrecht een hemel op aarde maken.

Bisschop Bernold zou geschokt zijn wanneer hij Utrecht nu bezocht: 'zijn' kerken zijn niet makkelijk terug te vinden. De Pieterskerk, iets ten oosten van de Dom, gaat grotendeels achter latere aanbouwen schuil en het tweetorenfront verdween tijdens de orkaan van 1674. Ook de Janskerk, het iets kleinere tweelingzusje van de Pieterskerk, leverde toen haar torens in. Bernolds koorpartij was al in de 16e eeuw afgebroken en door gotische nieuwbouw vervangen. Lawaai van langsrazend verkeer en stappende cafégangers heeft de rust van het Janskerkhof verdreven. Voor Bernold zou dit alles een gruwel zijn. Vluchten - naar het klooster - kan niet meer: zijn benedictijner Paulusabdij werd ook al lang geleden afgebroken.

Hoe anders stelde Bernold zich de toekomst voor, toen rond 1040 begonnen werd met de bouw van drie spiksplinternieuwe kerken. Op 'maagdelijke' grond verrezen de Pieters-, de Janskerk en de Paulusabdij. De eerste kwam ten oosten van de Dom te liggen, de tweede ten noorden en de derde ten zuiden ervan. Bijna een keurig kerkenkruis vormend met de Dom als middelpunt. Bijna, want de kerk die dit assenkruis aan de westzijde had moeten completeren, verrees pas een halve eeuw later. Dat was de Mariakerk, gelegen op de plek waar nu het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen staat. Maar die kerk - waarschijnlijk de fraaiste romaanse kerk van ons land - kwam onder een andere bisschop tot stand.

Toch lijkt het erop dat Bernold van plan was een kruis van kerken rond de Domkerk te stichten, maar dat zelf niet heeft kunnen realiseren. In de archieven zijn echter geen documenten hierover aangetroffen en om die reden wordt het idee van een kerkenkruis in Utrecht dan ook wel aangevochten. Maar de theorieën klinken zo fraai, dat het jammer lijkt om het idee zonder meer af te wijzen.

Het kerkenkruis was allereerst geen nieuwe uitvinding: oudere voorbeelden zijn Bamberg en Mainz. De gedachte erachter was dat de kruisvormige opzet het kwade afweerde. Tegelijkertijd verbeeldde de kruisvorm ook de Stad Gods op aarde waarvan keizer en paus het hoofd waren. In die volgorde en niet anders.

Toen in 1039 keizer Koenraad II tijdens de pinksterviering in de Dom van Utrecht onwel werd en een dag later stierf, zou dat droeve feit de aanleiding zijn geweest om in Utrecht ook zo'n kerkenkruis te bouwen. De theorie - uitgedacht en uitgewerkt door kunsthistoricus prof.dr. Aart Mekking - wil dat Bernold in nauw overleg met zijn 'baas', keizer Hendrik III, toen besloot tot de bouw ervan. Een kruis van kerken dus rond Koenraads hart, want zowel dit orgaan als de ingewanden van de keizer waren in 1039 in de Utrechtse Dom bijgezet. Het kerkenkruis diende derhalve als nagedachtenis aan Hendriks vader.

De nieuwe interpretatie heeft ook gevolgen voor de visie op de persoon van bisschop Bernold: van een initiatiefrijk en voortvarende bouwer veranderde hij in een aan de keizer gehoorzame bisschop. Wat de keizer wilde, voerde Bernold uit.

Niet zo vreemd als we bedenken dat Bernold in feite een leenman van de keizer was. In de 11e eeuw werden de bisschoppen benoemd door de keizer, die zo op kerkelijk-politiek terrein de touwtjes strak in handen hield. Maar dat maakte de rijksbisschoppen zeker niet louter tot loopjongens van de keizers. Omdat er echter zo bitter weinig over Bernold bekend is, kan er veel over hem gespeculeerd worden.

Het enige dat we van hem weten is dat hij in 1027 bisschop werd en in 1053 overleed. Vervolgens werd hij begraven in zijn lievelingsgebouw, de Pieterskerk. Ook staat vast dat hij in de late middeleeuwen steeds meer de status van heilige kreeg. Die verering blijkt ook uit Bernolds prominente aanwezigheid op een grote schildering in de Pieterskerk. Zijn rol als bouwheer werd daar letterlijk en figuurlijk breed uitgemeten. Dankzij Pieter Saenredam, die het interieur van de Pieterskerk in 1636 vastlegde, kennen we die inmiddels verdwenen 15e-eeuwse voorstelling. Op de triomfboog, de boog die het koor van het schip scheidt, wordt Bernold geflankeerd door Petrus en Andreas. Twee kerken houdt hij vast, twee andere staan aan zijn voeten.

Inderdaad, víer kerken, want behalve de drie Utrechtse kerken had Bernold zich in Deventer met de (her-)bouw van de Lebuinuskerk bemoeid. De crypt die daar nu nog te zien is, herinnert onmiskenbaar aan Bernold die een voorliefde had voor crypten met rijk bewerkte zuilschachten en fraaie dobbelsteenkapitelen. De crypt in de Pieterskerk kan wedijveren met die van Deventer.

Dat brengt ons terug bij de jarige, om wie het in dit artikel gaat: de Pieterskerk die op 1 mei 1048 werd ingewijd. Het interieur zal de enige nog herkenbare plek in Utrecht voor Bernold zijn, ook al gaat nu de Waalse Gemeente hier ter kerke en valt er dus geen hoofdaltaar meer te ontwaren.

Het is een sfeervolle kruisbasiliek, die door de restauratie in de jaren vijftig en zestig haar oude luister grotendeels op verantwoorde wijze terugkreeg. De ruimtewerking ademt ondubbelzinnig de sfeer van romaans. De forse rode zandstenen zuilen, uit één stuk vervaardigd en zo'n 5500 kilo wegend, bleven bewaard.

Wie door het middenschip naar voren loopt, komt uit in het midden van de kerk, de plek waar Bernold ooit begraven lag. In 1656 werd de zandstenen bisschopssarcofaag opgegraven en opengemaakt. Bernolds beenderen werden aangetroffen - de schedel rustte op een steen -, stukjes kleding, een gouden ring, een houten staf, een zilveren kelkje en een dito schaaltje. Het zijn de gebruikelijke grafgiften, maar sober uitgevoerd.

Sinds 1952 staat de sarcofaag in de crypt, een prachtige ruimte onder het koor. Zes schitterende zuilen staan daar met visgraat-, zigzag- en spiraalmotieven. Misschien is het goed om eerst in die crypt af te dalen, want dan kan daarna het hoogtepunt van het bezoek ook als sluitstuk worden beleefd: de vier gebeeldhouwde reliëfs aan weerskanten van de trap naar het hoogkoor.

Ze passen wonderwel binnen Bernolds kerk, al zijn ze niet door hem besteld. Om precies te zijn werden ze rond 1150 gemaakt. Ze tonen de kern van de christelijke heilsleer: de kruisiging en de opstanding van Christus.

De gekruisigde Christus wordt omringd door soldaten die zijn voeten vastspijkeren, de spons met azijn aanreiken en zijn zijde doorboren. Ernaast zit een man op een vouwstoel met dierenkoppen en -klauwen die het gebeuren gadeslaat en ernaar wijst. Is het Pilatus of koning David, zoals onlangs is geopperd? Zijn zwaarddrager grijpt zich in de baard in een gebaar van opperste verbijstering. De knoopjes van de schoenen van de zittende man lijken wel gisteren vastgemaakt, zo puntgaaf is het allemaal. Ook het tafereel van de engel op de rand van de lege sarcofaag kan niemand onberoerd laten. Hij verwelkomt de drie Maria's met de mededeling dat Christus niet dood is, maar leeft.

Tot 1965 lagen de vier reliëfs ondersteboven onder de vloer in de kerk. Toen werden ze ontdekt en naar hun oude plek teruggebracht. Het is het enige romaanse beeldhouwwerk van hoge kwaliteit dat het noorden van ons land kent. De werkplaats waar ze vandaan komen, bevond zich in de omgeving van Maastricht. Zulke juweeltjes van beeldhouwkunst maken een bezoek aan de Pieterskerk onvergetelijk.

Toegegeven, bisschop Bernold is er niet helemaal in geslaagd om van Utrecht een hemel op aarde te maken, maar er is wel een plek waar dat idee nog geproefd kan worden: zijn Pieterskerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden