Utrechts verstopte parels

Het loont om onderweg naar de bekende plekken van Utrecht een omweg te maken.

Grote kans dat een dagje historie en cultuur proeven in Utrecht er zo uitziet: een bezoek aan de Dom, daarna naar het nabijgelegen museum het Catharijne Convent voor een duik in de geschiedenis van het christendom in Nederland en dan door naar het Centraal Museum, voor oude en hedendaagse kunst en stadsgeschiedenis.

Een prima uitstapje, maar het loont de moeite om een kleine omweg op te nemen in dat parcours en een wandeling te maken in het gebied tussen deze highlights. In anderhalf uur is het mogelijk om veel meer van Utrecht te leren kennen. De middeleeuwse stad waarvan nog veel ongeschonden bewaard is gebleven, maar ook het jongere Utrecht. Kloosters en kerken, hofjes, grachten met werven, de singels met het park erlangs: je vindt het allemaal op loopafstand. Voor 3 euro leidt een van de dertig gidsen van Gilde Utrecht u rond. De vrijwilligers van Gilde Utrecht geven jaarlijks voor zo’n 10.000 mensen rondleidingen en weten veel, heel veel, van de stad.

We beginnen de wandeling bij het Louis Hartlooper Complex aan het Ledig Erf en hebben daarmee ons 21ste-eeuwse monument te pakken. Het film- en cultuurcentrum, vernoemd naar een van de beroemdste explicateurs – mensen die stomme filmbeelden in woord en gebaar verklaarden voor het publiek – is gevestigd in een voormalig politiebureau uit 1926. Het is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School en is ontworpen door stadsarchitect J.L. Planjer, die ook de ernaastgelegen brug en tramhalte ontwierp. We steken het Ledig Erf over en gaan bij de Oudegracht, in de vroege Middeleeuwen aangelegd als verbinding tussen de Vecht en de Rijn, een trap af en de werf op. Die werven, lage kades waarop de kelders van de huizen aan de gracht uitkomen, zijn uniek in de wereld. We lopen dus langs een stuk levende middeleeuwse geschiedenis. Maar wie omhoog kijkt, ziet verschillende tijdperken, letterlijk aan elkaar gesmeed. Langs de gracht staan gietijzeren lantaarnpalen, oorspronkelijk voor gasverlichting, maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw geschikt gemaakt voor elektrische verlichting, met een nieuwe kop, ontworpen door de Utrechtse schilder Pyke Koch. De lantaarnpalen rusten op stenen consoles met gebeeldhouwde reliëfs eronder van verschillende kunstenaars.

Over de gracht lopen we terug, een Rijksmonument in: het park langs de singel, halverwege de 19de eeuw ontworpen door landschapsarchitect J.D. Zocher in Engelse stijl (glooiend, transparant, zonder naaldbomen), dat op dit moment door de gemeente Utrecht wordt gerestaureerd. Daar stuiten we in de bocht op Sterrenborgh, een van de vier stenen bolwerken die Keizer Karel V tussen 1544 en 1558 liet aanleggen om de stad beter te kunnen verdedigen. Langs de overblijfselen van de oude middeleeuwse stadsmuur aan de Pelmolenweg, lopen we vervolgens weer de 19de eeuw in bij de Zeven Steegjes. Dit volkswijkje, zo’n 150 jaar geleden gebouwd voor de arbeiders die werkten voor bierbrouwerij de Boog en sigarenfabriek Ribbius Pelletier, is in 1992 geheel gerenoveerd, maar bestaat nog altijd uit hele smalle straatjes en huisjes, en heeft zijn eigen karakter behouden.

Via de Lange Rozendaal lopen we de Twijnstraat in en terug in de 21ste eeuw. Hoewel al een eeuwenoude straat, springen nu vooral de hippe meubel- en kledingwinkels en cafés en restaurants in het oog. Maar zodra we De Doelenstraat in gaan, stuiten we weer op het oude Utrecht. We openen een poort en komen in de tuin van het Sint Nicolaas Klooster (gebouwd in 1407). Nog te zien is de gang boven de arcadeboog die de zusters Karmelietessen die geen contact mochten hebben met de buitenwereld, ooit de kans gaf om ongezien van het klooster naar de kapel te lopen. Voorbij het Centraal Museum aan de Agnietenstraat stuiten we vervolgens op een 18de-eeuws pand in rococostijl, het voormalig regentenhuis van de Fundatie van Renswoude. De fundatie werd in 1756 gesticht als school voor begaafde kansarme jongens. Via de Pallaescameren, een 17de-eeuws hofje, voor de armen neergezet door Maria van Pallaes, lopen we weer het Zocherpark in. De heuvel op, langs bolwerk Sonnenborgh. Nu zit er de Sterrenwacht, maar tussen 1854 en 1897 was het het eerste gebouw van het KNMI.

Via de Bruntenhof, met in de tuin een bronzen beeld gemaakt door Hans Bayens naar een personage van de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone (1914-1951), naderen we het eindpunt. En dat is meteen een echte geheimtip. Als je niet oplet, loop je er zo voorbij, maar halverwege de Schalkwijkstraat zit een houten poort die toegang geeft tot een nauwe steeg met een slangenmuur. Die komt uit op een idyllische binnentuin waar 16de- en 17de-eeuwse huizen broederlijk staan naast sociale woningbouw uit de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden