Utrecht, een ontwaakte stad

Utrecht, de stad waar ik woon, is bezig te veranderen. Dat lijkt vanzelfsprekend - welke stad verandert er niet - maar ik heb lang de indruk gehad dat Utrecht stilstond, een middelgroot studentennest in het hart van het land, met middelmatige restaurants, middelmatige winkels en middelmatige musea. Ja, er was het Nederlands Film Festival. Daar draaiden ze middelmatige films.

Zo sukkelde de stad voort, en klopte zich op de kleine borst met Nijntje. Maar nu is het allemaal anders. De stad lijkt ontwaakt, pulseert, en plotseling begint alles te glanzen, en misschien is dat allemaal wel begonnen met het plan om dat vreselijke stationsgebied met dat ongeliefde Hoog Catharijne aan te pakken.

Het eerste grote onderdeel van dit megaproject, de machtig golvende stationshal, beleefde deze week zijn officiële inwijding, en aan een spectaculaire nieuwe loper stadinwaarts wordt gewerkt, net als aan 's werelds grootste fietsenstalling, begaanbaar over meerdere verdiepingen, state of the art.

Met TivoliVredenburg verrees een swingend muziekpaleis, en deze maand nog opent een megabioscoopcomplex zijn deuren, zodat de stad eindelijk over werkelijk goede zalen zal beschikken, naast alle oude cinemaliefde in afgeragde, intieme pijpenladen.

Het ene restaurant na het andere opent, net als hipsterkoffietenten met appelvijgentaart, en ook hotels, grotere en kleinere, ontkiemen in het organisme van de stad, meeliftend op het overstelpend en betreurd succes van Amsterdam als toeristenmagneet, maar ook vanwege efficiënte stadsmarketing rond een groot event als de Tourstart.

Utrecht sells.

Je hoort het terug in de talen langs de grachten van de binnenstad.

De grootsteedse allure is ook te voelen in het door mij vaak beklaagde Centraal Museum, dat nu werkelijk een modus heeft gevonden in de omgang met een onmogelijk gebouw middels een aantal intelligente en creatieve ingrepen in de 'routing'.

Maar ook inhoudelijk laat het museum grootse, stadsgrenzenoverstijgende schoonheid zien, zoals in de tentoonstelling van kunstenaar-fotograaf Craigie Horsfield.

Daarvoor heeft men een aantal geschakelde zalen omgetoverd in donkere kijkdozen, met getemperd licht op de kunstwerken: intieme, verstilde fotoportretten van Utrechters (ik herkende oud-collega Kees de Vré) naast immense, adembenemende wandtapijten, foto's als gobelins, in warme kleuren die aan de 17de-eeuwse Utrechtse caravaggisten herinneren.

Werkelijk kolossaal en overweldigend is Horsfields nachtgezicht op Napels: te zien is een brandend schip te midden van kolkende groene wolken, een hele zaalwand vullend. Een joekel van een weefsel uit de inktjetprinter. Even in deze zaal verblijven is een bijna transformerende belevenis, mede omdat geluidskunstenaar Reinier Rietveld (een Rietveld!) er een mystieke soundscape bij maakte. En dan heb je de stillevens van de opengebarste pioenrozen en de ontroerende neushoorns in zwartwit nog niet gezien.

Het is de afscheidstentoonstelling van directeur Edwin Jacobs, die het opstuwende Utrecht verlaat voor Dortmund, en hij heeft er een kroontje mee op zijn werk gezet, zinnebeeldig voor een ontluikende stad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden