klein verslag

Utrecht, de eerste ochtend van het jaar

“De binnenstad was nat en brak” Beeld Maarten Hartman

Om acht uur in de ochtend van de eerste januari van 2019 verliet ik in het halfdonker het huis. Er daalde een ragfijne miezerige regen neer met prikjes tegen het gezicht. In de straten van de stille wijk ­lagen bescheiden resten van vuurwerk. 

De mantel van een afvalbak was ­opengesprongen, hij stond er met open armen en geschonden buik.

De trein uit Baarn was precies op tijd en bracht me in vier minuten naar Utrecht Centraal. Bij het uitstappen ­telde ik zeven mensen, van wie twee van de NS.

Wat is het toch heerlijk om grote drukke steden helemaal voor jezelf te hebben. In Venetië nam ik eens een heel vroege vaporetto, de eerste van de dag, vanaf het groente- en fruiteiland Sant’ Erasmo richting de terminal van Fondamente Nove.

De donkere vaart langs brandende lantaarns, mysterieus oprijzend uit het water van de lagune, langs Murano en langs het dodeneiland van San Michele met zijn zwarte cipressen. De wandeling door de muisstille stad, met slechts enig leven op het Canal Grande, waar leveranciers langs de kade hun waren losten voor de cafés, de restaurants en de hotels.

Een eerste espresso aan een bar, en dan door naar San Marco, het plein, dat ik bij doorbrekend licht deelde met een veger. En hoewel Utrecht op deze vroege nieuwjaarsochtend in niets leek op Venetië, was de magie van een stille, verlaten stad dezelfde, ook nu er op Utrecht CS nog geen espresso te krijgen was. Verdeeld over de ruime lege hal ­zaten wat mensen bijeen; ze hoorden omroepen dat de treinen naar Almere wegens vandalisme niet konden rijden.

Ik wandelde door, stadinwaarts, via Hoog Catharijne, waar me op de glanzende tegelvloer een man tegemoetkwam op een dweilmachine. Je bent ­geneigd op zo’n ogenblik elke passant te groeten, maar de schoonmaker keek strak voor zich uit.

Beeld Wim Boevink

De binnenstad was nat en brak. Vuurwerkresten, cavaflessen bij de hals gebroken, meeuwen (de eerste ­vogels die ik zag) pikkend in braaksel.

Winkels en cafés gesloten, krukken met hun poten omhoog op de tafels, nergens een lokkend lamplicht in de grijze miezerregen.

Op de Oudegracht een leeg kartonnen magazijn van vuurwerkpatronen, de woorden ‘The Chosen One’ erop ­gedrukt. Het plein van de Neude lag er, met vuil en vet glimmend plaveisel, ­afgedankt bij en kleefde aan mijn zolen.

Een cyperse kat schoot weg, dicht langs de gevels; ik hurkte neer, hij draaide zich naar me om, wipte even via mijn knie op mijn schouders en veegde zijn natte staart over mijn gezicht.

Beeld Wim Boevink

Geen mens te zien. Wel een nabrallend gelal om de hoek, wegstervend in de stegen. Het daglichtdeel van 1 januari 2019 moest nog op gang komen. Ik liep terug naar het station, in de hoop op een koffie, maar bij het Illy-café dat net open was, was de espresso nog niet geleverd. De vrouw achter de toonbank bood me thee aan. De croissants moesten nog uit de oven komen.

Om het jaar kalm te beginnen, kocht ik bij de Ako de kalmste krant van de wereld, de oudejaarseditie van de Neue Zürcher Zeitung, met op zijn beeldloze voorpagina een beschouwing onder de kop ‘In het land van de zelfvoldanen’. Dat ging over de tevreden Zwitsers, maar het paste ook goed in dit lage land langs de grijze rivieren.

Klein Verslag 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden