Utrecht dankt zijn toren aan ijdelheid

Historici ontrafelen het raadsel van de vrijstaande toren: ruzie met de buren

UTRECHT - Waarom staat de toren los van de kerk? Het is een vraag die elke keer weer opkomt bij het aanschouwen van de Domtoren in Utrecht. Het is een van de vragen die de drie makers van het boek 'De Utrechtse Domtoren' na een negen jaar durende studie proberen te beantwoorden. Het boek wordt vandaag aangeboden aan alle nog levende oud-burgemeesters van de stad.

Het antwoord op het raadsel van de vrijstaande toren is volgens een van de schrijvers, René de Kam, kort samen te vatten in één uitspraak: ruzie met de buren. En het had ook te maken met politiek. Het bisdom Utrecht bestond in de veertiende eeuw, toen de bouw van de toren en de kerk een aanvang namen, uit vijf zogeheten kapittels. Dat waren adviesraden van de bisschop. Dat het er vijf waren was bijzonder, want normaal was er maar één. Die vijf raden met in totaal wel 120 chique, adellijke leden, stonden elkaar naar het leven.

Het Domkapittel had officieel het recht om de nieuwe bisschop aan te wijzen, maar in de praktijk slaagde het daar niet in. Zelfs de Graaf van Holland had bij die benoemingen een vinger in de pap. "Om te laten zien dat ze toch machtig waren, besloten ze tot de bouw van de hoogste toren van het land", zegt De Kam. "Dat vonden de buren, het kapittel van Oud-Munster, een belediging. Als tegenzet besloten zij om recht van overpad te eisen. Langs de toren moest daardoor een strook onbebouwd blijven." En zo viel het besluit om de toren en de kerk los van elkaar te bouwen.

Later bedachten ze dat dit toch wel onhandig was en kwam er een luchtbrug tussen de toren en de kerk. "Het waren roem, ijdelheid en trots die leidden tot een toren die nu iets meer dan 112 meter hoog is, en daarmee nog steeds het hoogste bouwwerk van de stad is en een van de meest bekende monumenten van Nederland.

Niet voor niets werd de toren zo hoog: met helder weer was zij zelfs vanuit Holland, met die dekselse graaf, te zien.

De schrijvers doken voor hun onderzoek Het Utrechts Archief in en vonden daar tot hun verbazing rekeningen die bijna teruggingen tot het begin van de bouw in 1321. Zij kregen daarmee een heel gedetailleerd beeld van het middeleeuwse bouwbedrijf.

In tegenstelling tot wat iedereen dacht, bestond de harde kern van de bouwploeg uit slechts vijftien man, die daar dan wel dertig tot veertig jaar bleven werken. De rest waren allemaal zzp'ers die werden ingehuurd als ze nodig waren.

Een ander misverstand die de schrijvers rechtzetten, gaat over de tornado in 1674 die het schip van de kathedraal in puin legde. Dat kwam dus niet doordat dat deel van de kerk zo slecht gebouwd was, zoals is aangenomen.

"We weten zeker dat het bouwbedrijf heel zorgvuldig werkte", zegt De Kam. "De instorting kwam door het explosieve karakter van de tornado die ook nog eens dwars op het schip kwam te staan. We weten inmiddels dat langs de zijkant van een tornado het windstil is en dat is de reden waarom de toren onbeschadigd bleef. Puur geluk dus."

Volgens De Kam was niet iedereen enthousiast over de Dom. De beroemde theoloog Geert Grote, grondlegger van de Moderne Devotie, maakte de voltooiing nog net mee en vroeg zich af wat het nut was van een enorm hoge toren. Het was volgens hem 'louter om te voldoen aan een zucht naar nieuwigheid' die God juist afwees. Deze toren van Babel, zoals hij hem noemde, was eerder tot 'ergernis en schande van de kerk'.

R. de Kam, F. Kipp en D. Claessen: De Utrechtse Domtoren. Trots van de stad. Uitgeverij Matrijs. euro 39,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden