Utrecht Centraal is nu officieel open

Waterkoud was het. De gasten zaten op witte klapstoelen. Trudy's schouders en armen waren bloot. Haar huid schemerde blauw. Maar koud had ze het niet hoor, zei een collega. Trudy's trouwjurk was roomwit, net als haar haar. Robert, de bruidegom, droeg zijn driedelig NS-uniform, al klinkt dat wat vreemd.

Robert is machinist, Trudy hoofdconductrice. Ze leerden elkaar tijdens de dienst kennen, op een sprinter. Ze deden 'een slagje Naarden-Bussum', zei de burgemeester grinnikend. Hij kende dat NS-jargon niet. De burgemeester sprak het bruidspaar toe, daar in die waterkoude hal van Utrecht CS, dat gisteren na een bouwperiode van zes jaar officieel werd geopend.

Hij stond op het balkon van de hal, achter hem twee witte, met kunstrozen gevlochten bogen. Opzij, achter een rood koord, een groep fotografen en cameramensen. De trouwerij van Trudy en Robert was een van de feestelijke elementen van de dag.

Ik keek vanaf het balkon naar het immense golvende dak van aluminium, door tal van grijze, slanke kolommen geschraagd. Liften in het gelid. Beneden krioelden de mensen, in hun donkere omhulsel, hun winterpels; zwarte silhouetten tegen een lichte vloer.

Op het linkerschouderblad van Trudy was een engel getatoeëerd met het woordje 'paps' eronder. Je kon een stil gemis vermoeden. Ik hoopte dat iemand iets warms om haar schouders zou leggen.

Na de ceremonie warmde ik mezelf op in het grote café van Bistrot Centraal, waar de goede Maria een cappuccino voor me maakte, met een hartje in de melk. Haar naam staat op haar badge. Ik kom hier vaker, Maria begroet me altijd met een blik van herkenning zonder dat ze mijn naam kent.

Ik houd wel van dit café, het is er groot en je moet jezelf bedienen, maar dat is ook een prettige garantie voor anonimiteit - het kostbare geschenk van een metropolitane stad. Want die allure begint in Utrecht te groeien en misschien draagt dat grote plein onder dat golvende dak daaraan bij.

Tweehonderdduizend mensen bewegen zich dagelijks onder dat dak, passanten, elk met zijn eigen sores, even uitwaaiend onder dat hoge plafond na een benauwde treinrit.

Goed, er hing een zekere kilte, zo'n gebouw moest robuust zijn en functioneel en vooral duidelijk in zijn bewegwijzering. En het zijn de mensen die er kleur aangeven, zei de verantwoordelijk ontwerper van het grote Benthem Crouwel Architekten. Jan Benthem zelf zei gisteren dat iedere stad een passend station krijgt. Hij droeg een pak, geen jas. Wel een warme shawl.

Ik wandelde een stukje mee met een rondleiding. De gids droeg een reflecterende jas van ProRail. De glazen façades hangen als gordijnen aan het dak, zei hij, want de grote hal beweegt, zet uit, krimpt in. Hij liet op het balkon de EHBO-ruimte zien. Met rustruimte, bed en douche. Gemiddeld kwam twee keer daags een motorambulance bij CS, zei hij. Wat wil je, met tweehonderdduizend mensen. Juist op dat moment passeerde beneden een brancard. Je kon hier trouwen, maar misschien ook geboren worden en sterven.

Buiten zag ik het bruidspaar weer. Ze rookten. Trudy's schouders waren nog steeds bloot. 'We kunnen die van 25 over het heel nemen', zei Robert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden