Utopia met gebreken

In het noordoosten van Syrië vechten Koerden op leven en dood tegen IS. Ondertussen bouwen ze aan een alternatief maatschappijmodel. Vrouwenemancipatie, bottom-up-democratie, ecologie en antikapitalisme staan hierin centraal. In linkse kringen is er sympathie voor het experiment, critici zien een eenpartijstaat oprijzen.

Op een heldere winterochtend in 2014 meldt zich een wel heel ongewoon gezelschap bij de grenspost Semalka in het uiterste noorden van Irak. Het jaar loopt op zijn einde en in hun tot kantoor omgebouwde container wrijven de douaniers de ogen uit. Dit is de enige legale grensovergang tussen Syrië en Irak en inmiddels hebben ze de nodige westerlingen zien passeren. Journalisten waren dat meestal, en zo nu en dan idealisten die tegen Islamitische Staat kwamen vechten, al staken die doorgaans illegaal de grens over, even verderop, waar hoge rietkragen de oversteek van de rivier maskeren. Maar prominente intellectuelen melden zich niet iedere dag.

Met zijn veertienen zijn ze, inclusief een tolk: hoogleraren, onderzoekers en promovendi. Het gezelschap wordt aangevoerd door niemand minder dan David Graeber, docent aan de London School of Economics, één van de drijvende krachten achter de Occupy-beweging en auteur van essays en boeken waarin hij de bestaande economische orde uitdaagt. Graeber is vooral populair bij jongeren die op zoek zijn naar een alternatief voor de neoliberale orde. Wanneer de nodige formaliteiten zijn afgerond, beweegt het gezelschap zich naar een overkapping die zicht biedt op de Tigris.

Aan de Syrische kant van de rivier zet een van de twee aangemeerde platbodems zich in beweging. Graeber en de anderen pakken hun tassen op en lopen naar de betonnen kade. Dankzij de 150 pk Yamaha viertaktmotor is de overtocht snel gemaakt. Met een busje gaat het vervolgens door heuvels bezaaid met stilstaande ja-knikkers en door uitgestrekte graanvelden. De reis, georganiseerd door een in Duitsland gevestigde Koerdische organisatie, moet het gezelschap een beeld geven van het experiment met democratisch zelfbestuur, ook wel bekend als de Rojava Revolutie.

Dat er in Koerdisch Syrië (of westelijk Koerdistan, 'Rojava', zoals de Koerden zeggen) een kleine revolutie bezig is, blijft doorgaans ongenoemd in de berichtgeving vanuit de regio. Daarin eisen de wandaden van Islamitische Staat, de gruwelen van het Syrische conflict en de exodus van vluchtelingen alle aandacht op. Maar het is opmerkelijk genoeg. Een alternatief maatschappijmodel waarin vrouwenemancipatie en een duurzame omgang met het milieu centraal staan, en dat in een regio die sinds mensenheugenis gebukt gaat onder patriarchaat en dictatuur.

Graeber toont zich bij thuiskomst hoopvol. "Het was heel bijzonder", schrijft hij in een ingezonden stuk in The Guardian. "Mijn hele leven heb ik nagedacht over de vraag hoe we een waarlijk gelijkwaardige en democratische samenleving in een verre toekomst kunnen realiseren en de meeste mensen verklaarden me voor gek. Maar in Rojava lukt het ze." Voor een zaaltje in de prestigieuze School of Oriental and African Studies in Londen vertelt Graeber over zijn avontuur en zegt dat hij zich 'tien jaar jonger' voelt. Hij spreekt van een incredibly exciting experiment.

Deze zomer verbleef ik zelf enige tijd in het gebied. Ook ik nam de pont over de Tigris en liet me langs de ja-knikkers en door de graanvelden naar Amude shuttelen - het stadje langs de Turkse grens vanwaaruit het belangrijkste deel van Rojava bestuurd wordt. Ik verbleef in dezelfde zwaarbeveiligde villa aan de rand van de stad. Ik ging op pad met dezelfde tolken en officials die eerder Graeber c.s. hadden begeleid. Op eigen houtje eropuit gaan bleek niet de bedoeling. Ik deed het toch en ontmoette mensen die minder enthousiast waren over de verworvenheden van de Rojava Revolutie. Zij zagen geen Nieuwe Mens opdoemen, eerder een eenpartijstaat met autoritaire trekjes.

Opstand

Het verhaal van de Rojava Revolutie begint in 2011, wanneer een golf van opstanden door de Arabische wereld trekt die het Assad-regime steeds verder in het nauw brengt. Regeringstroepen in het noordoosten worden overgeheveld naar de stad Aleppo om de rebellie het hoofd te bieden. De Syrische Koerden, met circa twee miljoen de grootste minderheid in Syrië, hoeven geen twee keer na te denken. Jarenlang waren ze afgeknepen, velen beschikken niet eens over identiteitspapieren. Ze organiseren zich, vormen milities en in de zomer van 2012 hebben ze het gebied, ongeveer de helft zo groot als Nederland, onder controle.

Helemaal verdwenen is het Assad-regime niet. In zowel Qamishlo, de regionale hoofdstad, als het dieper landinwaarts gelegen Hassaké vind je nog regeringstroepen. Dat leidt regelmatig tot surrealistische taferelen, want het ene moment rijd je door een straat vol afbeeldingen van Koerdische martelaren, het volgende ogenblik passeer je een ruiterstandbeeld van Bashar al-Assad.

De Koerden (en de Arabieren en Assyrische christenen die met hen samenwerkten) verdeelden het gebied in drie autonome 'kantons' en er kwam een voorlopige grondwet. Deze heeft de gelijkheid tussen man en vrouw als uitgangspunt, garandeert religieuze vrijheid en respecteert etnische diversiteit.

Maar de ambities van de Rojava Revolutie gaan veel verder. In de traditie van de Franse en Russische revoluties stelt zij niet minder dan een 'nieuwe mens' in het vooruitzicht, bevrijd van zijn paternalistische en kapitalistische ketenen.

Zo blijkt ook uit de ontmoeting met Asia Abdulla, co-voorzitter van de Partij van Democratische Unie (PYD), een zusterpartij van de Turkse militante verzetsbeweging PKK, die in Rojava een dominante positie inneemt. Ze houdt kantoor in het centrum van Qamishlo. Betonnen rioleringsbuizen doen dienst als wegversperringen. Dat is geen overbodige luxe. Sympathisanten van Islamitische Staat pleegden afgelopen jaar talrijke aanslagen in de stad.

Abdulla is een kleine, gedreven vrouw van begin veertig. Een jaar geleden vocht ze mee in de slag om Kobani en onvermoeibaar lobbyde ze voor steun in de strijd tegen IS. Ze was te gast in het Europees Parlement en werd eerder dit jaar ontvangen door de Franse president Hollande. Vrouwenemancipatie is de kern van de Rojava Revolutie, legt ze uit. "Kapitalisme en de natiestaat zijn niets anders dan voortbrengselen van eeuwenlange mannelijke dominantie. Ieder maatschappij-alternatief zal daarom de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen als vertrekpunt moeten hebben." Ze wijst erop dat polygamie inmiddels verboden is en dat er waar mogelijk met quota voor vrouwen wordt gewerkt. Van de 50.000 strijders waarover de YPG - de sterke arm van de PYD - zegt te beschikken, zou 40 procent vrouw zijn. Verder wil de Rojava Revolutie bovenal een volksrevolutie zijn. Zo kwamen er volksraden, waar gewone burgers op wijkniveau beslissingen nemen. Ook zijn er volksrechtbanken met juryrechtspraak

Het is vooral dit aspect dat linkse intellectuelen als Graeber interesseert. De westerse democratieën stellen volgens hem niet veel meer voor. Zelfs met verkiezingen lukt het niet de macht van 'het politiek-financiële complex' te breken. Toen ik Graeber onlangs in Turkije sprak wees hij me op het lot van de voormalige Griekse minister van financiën Varoufakis, die zijn hervormingsplannen door zijn Europese collega's afgeschoten zag. 'Rojava' biedt voor hem de hoop op een waarachtige democratie, één waarin burgers op lokaal niveau participeren, 'gevrijwaard van de corrumperende macht van het grootkapitaal'.

Test

De grootste test voor de Rojava Revolutie tot dusver is een aanval van IS-strijders op het Syrisch-Koerdische stadje Kobani op 13 september vorig jaar. Met behulp van westerse luchtsteun wordt de aanval afgeslagen. Toch is de strijd allerminst voorbij. In de periode dat ik in Syrië verblijf, veroveren strijders van de YPG het stadje Tal Abyad op IS. Koerdische tv-zenders berichten euforisch over de gebeurtenis, ook omdat de Koerden nu twee kantons met elkaar kunnen verbinden. Hoe kwetsbaar de situatie is blijkt twee dagen later wanneer als Koerden verklede IS-commando's een verrassingsaanval op Kobani uitvoeren, waarbij honderden doden vallen. Paniek ontstaat wanneer de terreurgroep een dag later een offensief op Hassaké begint en een vluchtelingenstroom de parallelweg langs de gesloten Turkse grens verstopt.

Ook van Turkse kant ligt de Rojava Revolutie onder vuur. Het is zelfs een belangrijke oorzaak van de recent opgelaaide strijd tussen de PKK en het Turkse leger. President Erdogan liet weten 'al het noodzakelijke te doen' om de opmars van Syrische Koerden te stuiten. Als het aan hem ligt komen strijders van de YPG niet ten westen van de Eufraat. Toen ze dat onlangs toch deden, vielen Turkse gevechtsvliegtuigen tot twee keer toe aan. Een verdere escalatie van het Syrische conflict ligt op de loer. "Als er geen akkoord over Rojava wordt bereikt, valt Erdogan het gebied mogelijk binnen", zei de Turkse socioloog Mesut Yegen onlangs in Trouw. "Met alle risico's van dien."

Koerdische strijders laten zich er niet door ontmoedigen. Wanneer ik de frontlinies bezoek word ik getroffen door het elan dat na twee jaar vechten nog springlevend is. Afgezien van een DShK-machinegeweer zijn er geen zware wapens. "Het is het moreel dat telt", antwoordt Botan Cizir, een 28-jarige commandant, wanneer ik hem daarnaar vraag. In de verte is de zwarte vlag van het kalifaat in de trillende hitte zichtbaar. Cizir wijst me op het goed uitgeruste Iraakse regeringsleger dat halsoverkop vluchtte toen het IS in zicht kreeg.

Bij Elisabeth Kauria, bestuurder in het kanton Jazira, proef ik een vergelijkbare vastberadenheid. "Westerse steun is uiteraard welkom", zegt ze in haar kantoortje in het zwaarbewaakte Amude. "Maar dankzij onze uitmuntende strijders en het voorbeeld van onze ideologie zullen we zegevieren."

De ideologie van de Rojava Revolutie stamt uit de geschriften van PKK-leider Abdullah Öcalan. Na allerlei omzwervingen werd Öcalan in 1999 door Turkse veiligheidsdiensten in Kenia gearresteerd en overgebracht naar een gevangenis op een eiland in de Zee van Marmara, waar hij nog steeds verblijft. Hier kwam hij in aanraking met het werk van Murray Bookchin, een obscure Amerikaanse anarchistische denker. Wat volgde was een opmerkelijke ideologische 'herbronning'. Sinds de val van de Berlijnse Muur was de PKK op zoek naar een

alternatief voor het marxisme uit haar begintijd. Het leiderschap had weinig zin te eindigen op de mestvaalt van de geschiedenis, zoals linkse guerrillabewegingen elders in de wereld. "Het besef daalde in dat het marxisme geen zinvolle schematisering van de werkelijkheid meer was", zegt Riza Altun, een van de medeoprichters van de PKK, wanneer ik hem voorafgaand aan mijn reis naar Rojava opzoek in zijn schuilplaats in het Qandilgebergte, op de Iraaks-Iraanse grens. "We moesten op zoek naar iets anders." Dat werd Bookchin.

Volksacademie

In de Amerikaanse libertaristische traditie - zoveel mogelijk individuele vrijheid, zo weinig mogelijk overheid - toont de in 2006 overleden denker zich kritisch tegenover de rol van de staat. Hij pleitte voor lokaal zelfbestuur en collectivisering van de productiemiddelen. Opmerkelijk genoeg publiceerde Bookchin ook veel over duurzaamheid. Hij betoogde dat voor de oplossing van ecologische problemen een sociale en culturele revolutie nodig is. 'Democratisch confederalisme' noemde Öcalan de variant waarmee hij uiteindelijk zelf op de proppen kwam. Vanuit zijn cel maakte de PKK-leider kenbaar Bookchins ideeën op het Midden-Oosten te willen toepassen. In Rojava is dat nu gebeurd. Niet alleen met volksraden en rechtbanken met juryrechtspraak, ook met een volksuniversiteit: de Mesopotamië Academie.

Öcalans beeltenis hangt overal, net als elders in Rojava. Bij de entree van de academie hangt diens portret zelfs naast dat van Einstein. Volgens Walid Ali, een ernstig kijkende jongeman van 21 jaar in een groen-wit geblokt overhemd, probeert men een synthese van de twee te maken. Ali is een van de leden van het inderhaast opgetrommelde 'managementteam' dat me ontvangt. "Het is de toepassing van de quantummechanica op de samenleving die we hier nastreven", zegt hij. "Koerden, Arabieren, Assyriërs... dat zijn hier in Rojava de verschillende componenten. Daaruit proberen we één groot geheel te maken." Het is de bedoeling dat er elders in Rojava meer van dit soort academies zullen verrijzen. Deelname is vrijwillig, maar veel animo is er vooralsnog niet.

Bij de Volksrechtbank, in het centrum van Qamishlo, is aanzienlijk meer leven. Advocaten in zwarte toga's lopen met dikke dossiers door de gangen. Wat begon met groepjes juristen die juryrechtspraak wilden introduceren, groeide uit tot een alternatief netwerk van rechtbanken. Rechtbankpresident Mahmoud Khallo spreekt van een succes. "Afgelopen jaar kwamen er 16.000 zaken onder de hamer. Als zo veel mensen hier hun recht komen halen, is dat is een belangrijk signaal dat mensen het systeem vertrouwen." Het uiteindelijke doel, zo zegt hij, is een samenleving zonder criminaliteit. "Natuurlijk, sinds mensenheugenis wordt er gestolen, verkracht en vermoord. Maar de mensheid bestaat langer dan 6000 jaar. In Rojava willen wij aantonen dat de geschiedenis ongelijk heeft, dat een gelijkwaardiger en rechtvaardiger samenleving mogelijk is, een waar mensen geen misdrijven hoeven te plegen." Wanneer die samenleving er zal zijn weet Khallo niet precies. "Over twintig , dertig of vijftig jaar, wie zal het zeggen?"

Zal de Rojava Revolutie slagen? De Amerikaanse activiste Janet Biehl, jarenlang de levenspartner van Bookchin, maakte deel uit van het reisgezelschap van Graeber. "Problemen zullen er ongetwijfeld zijn", schrijft ze in het verslag dat ze bij thuiskomst publiceerde. "Maar Rojava staat voor tolerantie en pluralisme in een deel van de wereld dat zijn portie fanatisme en onderdrukking wel heeft gehad. Het experiment verdient lof."

Rivaliserende Koerden

Niet iedereen is zo optimistisch. Critici menen dat de PYD, hoe goed haar bedoelingen ook zijn, bezig is het noordoosten van Syrië in een eenpartijstaat te veranderen. Onder de Koerden waren er aanvankelijk twee rivaliserende kampen die nog probeerden tot een akkoord te komen: een coalitie van linkse partijen waarbinnen de PYD dominant was, versus een coalitie van partijen loyaal aan Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in het noorden van Irak. Maar nadat de PYD eenzijdig de autonomie had uitgeroepen, was het volkomen duidelijk wie er in het noordoosten van Syrië de baas was. Temeer omdat de PYD in laatste instantie over de vuurkracht van de Koerdische militie YPG kan beschikken, veruit het grootste en best getrainde burgerleger in het gebied.

Is er ruimte voor een tegengeluid? In een huis in een achterafstraat van Amude spreek ik Mohammed, een herenboer die anoniem wil blijven. Hij vertelt hoe YPG-strijders op 27 juni 2013 het vuur openden op een betoging van Barzani-aanhangers waar hij ook aan deelnam. Daarbij kwamen drie mensen om, onder wie Mohammeds 16-jarige buurjongen. "Het zijn terroristen", gromt hij.

Zijn verhaal wordt ondersteund door een rapport ('Under Kurdish Rule') van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Dat maakt gewag van intimidatie, arrestaties van politieke tegenstanders, inzet van kindsoldaten en gedwongen militaire dienst - beschuldigingen die door de leiding van de PYD worden tegengesproken. Graeber wuift het rapport van HRW weg. "Alsof je in een conflictgebied eerlijke rechtspraak kun organiseren", houdt hij zijn publiek in Londen voor. "Ze zeggen bij de PYD dat ze voor alle Koerden werken", vervolgt Mohammed, die zich geleidelijk aan steeds meer opwindt. "Maar ze werken slechts voor zichzelf en leggen ons hun wil op. Ze zijn als Lenin, Stalin!"

Niet alleen de Koerden zijn verdeeld, dat geldt ook voor de christelijke minderheid. Er zijn er, zoals Elisabeth Kauria, die zich hebben aangesloten bij de Rojava Revolutie. Maar een aanzienlijk deel is trouw gebleven aan Assad en heeft zich verschanst in eigen wijken in Qamishlo, waar christelijke milities patrouilleren. In zo'n wijk spreek ik Shmoni Hirdo, een Assyrische die een Engelse taalschool runt. Een ventilator maalt traag door de middaghitte. In een hoek van het vertrek slaat haar vader de vliegen van zich af. Hirdo, een vrouw van in de vijftig met geverfde wenkbrauwen, heeft voor Kauria weinig goede woorden over. "Wat doet zij in die zogenaamde regering? Ze is van huis uit lerares, ze ontvangt nog steeds salaris vanuit Damascus!", zegt Hirdo. Voor de YPG zegt ze 'respect' te hebben, omdat ze IS bestrijden. "Maar het blijft PKK, en die hebben hier niets te zoeken. Laat ze naar de bergen terugkeren!"

Kritisch is ook Osama Ahmed, oprichter van het Mandela House, een lokale ngo die workshops en trainingen in goed bestuur verzorgt. Hij benadrukt wel dat de PYD echt iets anders is dan het Assad-regime of IS. "Het leven in Qamishlo is niet hetzelfde als in Damascus of in Raqqa", zegt hij in zijn kantoor, een flatje in het centrum van Qamishlo. Hij wijst erop dat de PYD zorgt voor allerlei publieke diensten als water en elektriciteit, dat er ruimte is voor een vrije pers, en de privésfeer intact blijft. "Maar vrijwel niemand kent de achterliggende ideologie", zegt Ahmed. "En politiek pluralisme schiet tekort. Politieke tegenstand heeft de PYD nauwelijks nog. Daarbij eigent de partij zich allerlei publieke middelen toe, zoals de Mesopotamië Academie."

Maar de zwakke plek van de Rojava Revolutie ligt elders. Het is niet eens de externe dreiging, van IS of van Erdogan, maar de snelle leegloop van het gebied die het experiment ondermijnt. De nieuwe autoriteiten erkennen het probleem. Volgens Kauria zijn er in minder dan een jaar tijd alleen al uit Jazira meer dan 240 artsen vertrokken, zodat er nu een tekort is. En niet alleen hoogopgeleide mensen, iedereen die de kans krijgt trekt weg, naar het relatief veilige noorden van Irak, naar Turkije en naar Europa voor wie het kan betalen. Je ziet het bij de veerpont, die gaat vol heen, maar komt leeg terug. In steden zijn weinig mensen in de straten, rolluiken zijn neergelaten, ramen dichtgespijkerd. Sa'ad Kusa, een 36-jarige Koerd die me door Qamishlo gidste, schat dat van zijn familie inmiddels meer dan 70 procent vertrokken is. Hijzelf wil ook wel, maar vooralsnog ontbreekt het hem aan geld. Daarmee dreigt de Rojava Revolutie een revolutie zonder volk te worden.

In het zaaltje in Londen laat Graeber ondertussen alle reserve varen. De Rojava Revolutie heeft de potentie om het idee wat de mensheid vermag 'compleet te transformeren'. Hij noemt zich dan ook een 'rasoptimist'.

De volledige naam van Mohammed is bekend bij de redactie.

De droom van een Groot-Koerdistan

De ongeveer dertig miljoen Koerden vormen het grootste volk ter wereld zonder eigen staat. Tot halverwege de negentiende eeuw genoten eeuwenoude prinsdommen als Botan-Cizre een relatief grote mate van autonomie, maar die kwam onder druk te staan toen het nationalisme uit Europa overwaaide. Toen het Midden-Oosten na de ontmanteling van het Ottomaanse Rijk door Groot-Brittannië en Frankrijk werd herschikt, vielen de Koerden net buiten de boot. Dankzij het verdrag van Lausanne (1923) wisten zij zich verspreid over vier natiestaten: Turkije, Iran, Syrië en Irak. De prijs die zij daarvoor zouden betalen was hoog: hun taal en cultuur werden onderdrukt en verzet hard neergeslagen. Hele dorpen werden ontruimd of zelfs vergast.

Tegenwoordig is er zeker sprake van één Koerdisch bewustzijn, maar er zijn ook aanzienlijke verschillen, in taal, religie en maatschappijvisie. Ook is de historische ervaring die ze delen beperkt, want grotendeels bepaald door de geschiedenis van de afzonderlijke landen waar ze zich bevinden. Wat ze delen is een verlangen naar onafhankelijkheid, een droom van een Groot-Koerdistan. Dat zou het happy end zijn waar vrijwel iedere Koerd op hoopt, of dat nu een PKK strijder in een bergen is of een zakenman in Erbil, de hoofdstad van het olierijke Iraaks Koerdistan.

Met de republiek Mahabad, in het huidige Iran, leek die droom in 1946 uit te komen. Even dan, want na een jaar al werd Mahabad onder de voet gelopen door een leger uit Teheran. Van de leiders wist alleen Mustafa Barzani te ontkomen en in de decennia die volgden zou hij uitgroeien tot de incarnatie van het Koerdische streven naar onafhankelijkheid. Hij begon een partizanenstrijd, stelde een autonome regio in het noorden van Irak veilig, maar werd in 1975 door Saddam Hussein verslagen. Aan de andere kant van de grens, in Turkije, werd enkele jaren later de PKK opgericht, een marxistisch-leninistische guerrillabeweging. Vanaf 1983 zou deze de wapenen opnemen en in de jaren negentig vocht de PKK onder leiding van Abdullah Öcalan een bloedige strijd uit met de Turkse staat.

Sinds 2003 golden een aantal wapenstilstanden en leek zelfs een definitief vredesakkoord binnen handbereik. Maar deze zomer laaide de strijd weer op. Het staakt-het-vuren dat de PKK in de aanloop naar de Turkse parlementsverkiezingen afkondigde werd vorige week alweer opgezegd.

Daarmee vergeleken hebben de Iraakse Koerden het aanzienlijk beter voor elkaar. Zij verkregen in de Iraakse grondwet van 2005 vergaande autonomie. En dankzij een in de Verenigde Naties afgedwongen no-flyzone wisten zij zich sinds 1991 beschermd tegen het leger van Saddam. En toen de Amerikanen de Iraakse dictator in 2003 onschadelijk maakten, schiep dat de voorwaarde voor een Koerdische Autonome Regio.

In naam weliswaar nog steeds onderdeel van de Iraakse republiek, maar in bezit van een eigen parlement, een eigen regering en zelfs een eigen strijdmacht (de peshmerga). President is Massoud Barzani, de zoon van de in 1979 overleden Mustafa. In augustus bedong Barzani verlenging van zijn toch al onwettige derde termijn, voor critici het bewijs van het ondemocratische karakter van Iraaks Koerdistan. Ook over corruptie en vriendjespolitiek wordt geklaagd.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

Vechten tegen IS en voor gelijke rechten

Op de foto's staan Koerdische soldaten van de YPJ, een gewapende militie die enkel uit vrouwen bestaat en die is gelieerd aan de Koerdische volksmilitie YPG. De 'vrouwendivisie' telt circa 10.000 leden die tegen IS en voor gelijke rechten strijden.

Er is discussie over de inzet van kindsoldaten. De YPG sloot in 2014 een overeenkomst met Geneva Call, een ngo die niet-statelijke partijen aanspoort om mensenrechten in conflictsituaties te respecteren. Hierin beloofde de YPG op te treden tegen commandanten die kindsoldaten inzetten. Toch is er nog steeds regelmatig kritiek, bijvoorbeeld van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Deze krant sprak in Rojava met een aantal zeer jong ogende strijders en strijdsters. Een identiteitsbewijs konden of wilden ze niet tonen.

Asia Abdalla, co-voorzitter van de politieke arm van de YPG, geeft toe dat er zich minderjarigen onder de YPG/YPJ kunnen bevinden, maar zegt ook dat dat geen beleid is. Abdalla benadrukt dat heel jonge vrouwelijke strijders niet meevechten tegen IS, maar achter de frontlinies logistieke taken uitvoeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden