'Us Jeen' bleef altijd gewoon

Hij was de enige Elfstedentochtwinnaar die ook op de Olympische Spelen reed. Gisteren overleed hij. Jeen van den Berg: schoolmeester, Fries, familieman, verteller, prachtmens.

Hij behoorde bij de kleine groep Nederlandse sportlieden die aan een voornaam genoeg hadden. Ard & Kees, Abe, Anky, Sjoukje, Johan, Epke en Jeen. In Friesland was het vooral Us Jeen. Hij had de Tocht der Tochten ooit gewonnen en was daarna, al die jaren lang, een levend voorbeeld gebleven van de simpele mens die in zijn blazoen had staan: Doch mar gewoan. Doe maar gewoon.

Hij overleed gisteren. Jeen van den Berg was 86 jaar oud en kende een kwakkelende gezondheid. Of, in zijn eigen woorden, "De sûnens wie al lange tijd min".

Olympisch schaatsenrijder, Elfstedentocht- winnaar, schoolmeester, plezierschaatser, jurylid, familieman, Fries, koppig, verteller en een prachtmens; doe al die zaken samen, hussel ze even en je had Jeen van den Berg voor je staan. Van 8 januari 1928 uit De Veenhoop. Hij maakte daar wel eens, onder sportmensen, een grap over: "Ik heb de Olympische Spelen van Amsterdam nog meegemaakt."

O, wat was hij ook razend trots op zijn eigen olympische deelnames, in 1956 in Cortina d'Ampezzo en vier jaar later, helemaal in Amerika, in Squaw Valley. Hij haalde er geen ereprijzen weg, maar nog goed tien jaar geleden kon hij met nauwelijks verholen trots zeggen: "Ik ben de enige Elfstedentochtwinnaar die de Olympische Spelen heeft gereden, weet je dat?" Dan keek hij je met priemende oogjes aan en begon te lachen. Want ondanks zijn doch mar gewoan was hij best trots op zijn lange loopbaan als schaatser.

Als je in zijn gezichtsveld kwam op de kunstijsbaan van Thialf, waar hij decennialang bijna dagelijks verbleef, dan kon je rustig de jas uit doen, want de verteller Jeen van den Berg wist niet van ophouden. Zo kon hij gierend van de lol vertellen dat de schaatsers in 1956 een dubbele taak hadden: "Ze moesten rijden, en 's avonds babysitten voor Sjoukje (Dijkstra, red.) en Joan Haanappel." Pardon? Jeen: "Dat waren nog kleine grietjes."

Van den Berg kon goed uit de voeten op de lange afstanden en behoorde met mannen als Jan Pesman, Egbert van 't Oever en Henk van der Grift bij de tweede lichting rijders die het internationaal goed aankonden. Kees Broekman, Gerard Maarse en Wim de Graaff waren hen voorgegaan. Schoolmeester Van den Berg mocht tweemaal een olympisch pak aantrekken. Jaren later kon hij machtig vertellen hoe trots hij in die tijd was dat je dan zo'n olympisch jasje aan mocht. Jarenlang heeft hij die zaken, goed beschermd uiteraard, bewaard.

In 1954 won hij de Tocht der Tochten. In een chaotische finale, waar de vijf koplopers niet precies wisten waar de finish lag, was de toen 26-jarige allrounder de slimste van allen. Terwijl de anderen gingen afsprinten voor een bordje waarop 'Finish' te lezen stond, had Van den Berg gezien dat daaronder geschreven stond: '500 meter'.

De slimste rijder won, de verliezers dreigden hem nooit meer aan te kijken en een lang Elfstedenbestaan was begonnen. In 1956 werd hij zesde en in de barre tocht van '63 die Paping won, kwam Van den Berg, sneeuwblind, zonder gevoel in handen, voeten en "in mijn mannelijkheid" als derde over de finish.

Over die helse tocht, over zijn diep doorwrochte kameraadschap met de voor hem eindigende Jan Uitham en vooral over de verschrikkingen van die tocht, kon Van den Berg uren vertellen. Dat deed hij ook; in steden en dorpen, bij boeren, burgers en buitenlui. Overal wist hij mensen te vermaken met de mooiste verhalen en de schoonheid van het schaatsen.

Na de Elfstedentochten reed Van den Berg, terwijl hij toch flink ouder was geworden, maar de schaatsslag nooit verloor, de toertochten. Bij passages in de steden bij daglicht liet hij zich, minzaam, maar zeker ook met trots, gewillig toeklappen door de toeschouwers die in hem een held van weleer herkenden. Zelfs de laatste toertocht, die van 1997, hij was toen 69 jaar oud, beleefde hij als een groot feest. Toen hij binnenkwam had hij weer zo'n typische Jeen-opmerking paraat: "Drieënveertig jaar geleden had ik het warme eten al naar binnen."

Omdat hij vlakbij de Thialf kunstijsbaan woonde, was hij daar kind aan huis. Hij gaf er lange tijd schaatsles aan huisvrouwen en kinderen en bij grote wedstrijden deed hij trots het geel-blauw aan van de jassen van de juryleden. Op de vraag wat hij daar aan de rand van het ijs dan stond te doen, lachte hij wat en zei: "Ik sta te genieten."

Goed tien jaar geleden liep zijn gezondheid terug. Hij vertelde je in korte tijd nog wel eens hetzelfde, zijn spraakvermogen werd minder en dat irriteerde hem wel eens. Hij greep je dan even bij de arm en verontschuldigde zich: "Heb ik je dat al niet eerder verteld?"

Voor iedereen die in Thialf schaatste of werkte, was hij een bekende, hoewel er ook wel mensen waren die hem een ouwe zeur begonnen te vinden. Radio Frieslân-geweten Eelke Lok: "We moesten tien jaar geleden een portretje met hem maken en de cameramensen zeiden tegen me: 'niet doen, hij weet het niet meer, hij dementeert snel'. Ik had gehoord dat er met zijn geheugen over de tochten weinig mis was en liet hem zijn verhaal voor de camera doen. We hebben toen dat gesprek van 2004 over de finishbeelden van 1954 gelegd. Wat bleek? Alles paste, hij wist alles nog, tot op de seconde. We hebben elkaar toen in de studio verbaasd aan zitten kijken. Hoe kon dit?"

Vindt Lok, die heel veel met hem te maken had, Van den Berg een sportlegende in ons land? Lok: "Ja, zeker. Hij was een prachtige schaatser en heeft dat lange, lange tijd gedaan. Hij behield die mooie, lange slag. Hij was een bevlogen mens, als je met hem over schaatsen kwam te spreken, kon je een kwartiertje uittrekken."

Tot slot een korte schildering van een ontmoeting van een jaar of twintig terug. Plaats van handeling: (uiteraard) Thialf. Ik loop met Eric Heiden, de vijfvoudig gouden medaillewinnaar van Lake Placid, langs de baan. Van den Berg komt op ons af en groet. Ik leg Heiden heel snel uit wie Jeen van den Berg is. Dan neemt Jeen het woord. Hij spreekt in fraai Fries-Nederlands-Engels op schoolmeesterlijke manier Heiden toe en zegt: "Weet je dat als wij samen in de baan hadden gestaan op de tien kilometer, dat je me dan wel negen rondjes had ingehaald?"

Heiden dacht even na en antwoordde toen: "Weet u dat als wij in dezelfde Elfstedentocht hadden gereden, u uren en uren eerder binnen was dan ik. Ik heb heel veel respect voor u." Jeen van den Berg glom bij het horen van die woorden.

Je mocht, als bekende, nooit u tegen Van den Berg zeggen. "Als je dat nog één keer doet, loop ik weg", zei hij ooit tegen Lok. Lok sprak hem weer eens aan met u en Van den Berg liep bij de microfoon weg. Hij had gewaarschuwd.

Ooit vroeg ik hem waarom hij zo vaak en makkelijk hamerde op dat gezegde: Doch mar gewoan. Met zijn pretoogjes keek hij me aan en zei: "Ja, Mart, doch mar gewoan, want we skite allegaer deselde stront."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden