Uruzgan tussen hoop en vrees

Een Nederlandse marinier patrouilleert door Tarin Kowt. (FOTO GEORGE MARLET, TROUW)

Uruzgan is mede dankzij Nederlandse inspanningen veiliger en minder arm geworden. Afghaanse partners betwijfelen of deze trend doorzet nu de Verenigde Staten de missie overnemen.

De twee Afghaanse politiemensen doen hun best om hun Nederlandse begeleiders tevreden te stellen. IJverig worden voorbijgangers bij de ’Hospital Crossing’ gefouilleerd en auto’s doorzocht. Maar op een onbewaakt ogenblik probeert een automobilist vanaf een parallelweg de controle te omzeilen. „En nou moet hier dus politie staan!”, roept korporaal Jeroen. De Afghaanse politiemannen hebben geluk: de auto komt de steile weg niet op en moet wel stoppen.

Het Nederlandse team dat in Tarin Kowt de Afghaanse politie begeleidt, telt twintig mensen. De Amerikanen, vertellen Nederlandse infanteristen vol ontzag, sturen straks wel driehonderd militairen voor het ’Police mentoring team’. Dan kun je nog eens resultaten boeken! Een marechaussee merkt vervolgens droogjes op dat Amerikaanse begeleiders ’meestal na een half uur weer verdwenen zijn’. En dan heeft hij het nog niet eens over de ’respectloosheid’ waarmee ze Afghanen behandelen.

De komst van Amerikaanse militairen naar het ’Nederlandse’ deel van Uruzgan houdt de gemoederen in de Afghaanse provincie nu al behoorlijk bezig. Veel Afghanen associëren Amerikanen met de keiharde antiterreur-acties van operatie ’Enduring Freedom’. Deuren intrappen, eerst schieten en dan vragen stellen, is het heersende beeld. Afghanen hebben er een hard hoofd in dat diezelfde Amerikanen nu ineens met begrip en respect voor lokale cultuur en omstandigheden kunnen optreden.

Dat is in elk geval wel de boodschap die Nederlandse militairen en ontwikkelingswerkers aan hun Amerikaanse collega’s meegeven. Op 1 augustus houdt de door Nederland geleide ’Task Force Uruzgan’ (TFU) op te bestaan en nemen Amerikaanse en Australische eenheden het werk over. Nederlandse militairen, diplomaten en ontwikkelingswerkers benadrukken dat ze er alles aan zullen doen om de missie zo goed mogelijk over te dragen. TFU-commandant generaal Kees van den Heuvel: „Als het goed is, zal niemand iets van ons vertrek merken. Voor de TFU eindigt de missie op 1 augustus, maar voor Uruzgan gaat de missie door.”

Er is de afgelopen vier jaar in Uruzgan te veel opgebouwd om zomaar verloren te laten gaan. „Het zal anders gaan”, stelt Van den Heuvel. „Laten we hopen dat het zelfs beter gaat en dat onze opvolgers de positieve trend voortzetten. Het succes van de VS en Australië zal ook ons succes zijn. Daar hebben we baat bij.”

Nederland nam de verantwoordelijkheid voor Uruzgan in 2006 over van de VS. Sindsdien is het in Uruzgan beduidend veiliger geworden. In de provincieplaatsen Tarin Kowt, Deh Rawod en Chora heerst relatieve rust. Dat heeft in combinatie met hulp- en opbouwprojecten de economische ontwikkeling op gang gebracht. Van den Heuvel: „Je ziet dat deze centra zich uitbreiden. Mensen kopen grond aan om een quala (ommuurd huis – red.) op te bouwen. Dat doe je alleen als je vertrouwen hebt in de toekomst.”

Het welslagen van de Nederlandse missie berust op een mix van het brengen van veiligheid en van opbouw. Chora geldt als het schoolvoorbeeld. Drie jaar geleden moesten Nederlandse en Australische troepen nog een zware slag leveren met talibanstrijders om Chora in handen te houden. Door samen met Afghaanse politie en militairen het gebied onder controle te houden, was het mogelijk om de bazar (markt) en school uit te breiden, een gezondheidscentrum en een brug te bouwen en wegen begaanbaar te maken. „De bevolking van Chora zou graag willen dat Nederland blijft”, zegt commandant Adriaan van het Provinciaal reconstructieteam. „Ze bedanken ons te pas en te onpas. We hebben nog nooit zoveel lof toegezwaaid gekregen als in Chora.”

Nu de Nederlanders bijna weg zijn, lijkt bij de bevolking het besef door te dringen dat er weleens andere tijden kunnen aanbreken. Veel zal afhangen van de vraag met welke leiders de Amerikaanse eenheden zaken gaan doen. Voordat Nederland in 2006 aan de missie begon, stelde het als eis dat de toenmalige gouverneur Jan Mohammed Khan zou worden vervangen. ’JMK’ staat bekend als een potentaat die er vooral op uit is om zijn familie en Popolzai-stam op de beste posities te krijgen.

Onder Nederlandse druk is zijn invloed in elk geval formeel teruggedrongen en zijn andere stammen meer aan bod gekomen. Bestuurders zijn bang dat Jan Mohammed Khan het vertrek van Nederland gebruikt om de touwtjes weer in handen te krijgen, met in zijn kielzog de eveneens gevreesde krijgsheer Matiullah Khan. „Dat zou voor Nederland een klap in het gezicht zijn”, zegt een Nederlandse diplomaat. Verschillende Afghaanse bestuurders hebben al met vertrek gedreigd.

Het doemscenario legt de vinger op de bij uitstek zwakke plek van Uruzgan: bestuur en overheid, geplaagd door analfabetisme, incompetentie en corruptie. Daar staat tegenover dat de positieve ontwikkeling van Tarin Kowt, Deh Rawod en Chora mensen in andere delen van Uruzgan prikkelt om er bij aan te haken. Befaamd is inmiddels de bevolking van Ghizab, in het noordwesten van de provincie. Inwoners hebben eigenhandig talibanstrijders uit Ghizab verjaagd. Daarna hebben ze steun gekregen van het Afghaanse leger, is er een politiepost gevestigd en een gezondheidscentrum gebouwd. Bij de ingang van de Baluchivallei, lange tijd het domein van talibanstrijders, doet zich eenzelfde ontwikkeling voor. Bewoners hebben gevraagd om de asfaltweg van Tarin Kowt naar Chora door de vallei te laten lopen.

„Dat is het mooiste wat je kunt bereiken’’, zegt civiel vertegenwoordiger Jennes de Mol, die samen met generaal Van den Heuvel de Task Force Uruzgan leidt. „We betrekken lokale leiders overal bij, geven hen inspraak en laten hen bijvoorbeeld delen in het succes van de asfaltweg.”

Tijdens een bespreking in het kantoor van de gouverneur laat diens rechterhand, Hajji Abdul Rahman, merken dat hij zich de Nederlandse aanpak eigen heeft gemaakt. „Als je een project uitvoert, luister dan naar de mensen, naar wat zíj willen. Je moet lokale werkers betrekken bij projecten. Dat is de enige manier om de harten van de mensen te winnen”, zegt hij bezwerend.

Nederland heeft binnen de TFU nauw samengewerkt met Australische eenheden. Qua aanpak zitten die op dezelfde golflengte, zegt commandant Jason Blain van de Australische ’Mentoring task force’. „We zullen de Nederlandse projecten en missie voortzetten. Dat is een kostbare erfenis waarvoor veel bloed is vergoten. Het zal een droevige dag zijn als de Nederlanders hier vertrekken.”

Bij de ’Hospital Crossing’ in Tarin Kowt besluiten de begeleiders na drie uur om het politiecheckpoint op te heffen. De Afghaanse politiemensen krijgen complimenten voor hun inzet en bedanken op hun beurt de Nederlandse begeleiders. Wachtmeester I Gerard: „Ze vragen voortdurend waarom we uit Uruzgan weggaan. Wij kunnen alleen maar zeggen dat dat niet onze beslissing is geweest.”

Civiel vertegenwoordiger Jennes de Mol (l) leidt samen met generaal Kees van den Heuvel (r) de Task Force Uruzgan. (FOTO HENRY WESTENDORP, AVDD)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden