Uruzgan, het woord is aan de Amerikanen

(Trouw)

Nederland heeft met de missie in Uruzgan op hoog militair niveau geacteerd. De prijs was hoog en het is ongewis of de behaalde resultaten blijvend zijn. Zondag wordt de missie officieel beëindigd. Deel één van een tweeluik.

Brigadegeneraal Kees van den Heuvel, de laatste commandant van de Task force Uruzgan, formuleerde het vorige maand tegenover Trouw diplomatiek. Gevraagd naar de aanpak door de Amerikaanse opvolgers zei Van den Heuvel dat het ’anders’ zal gaan. „Laten we hopen dat het zelfs beter gaat en dat onze opvolgers de positieve trend voortzetten. Het succes van de VS en Australië zal ook ons succes zijn.”

Twee weken geleden, bij de overdracht van de vooruitgeschoven post Tabar aan de Amerikanen, was de generaal al iets directer. Hij drukte de Amerikanen op het hart ’tijdens de patrouilles goed naar de behoeften van de bevolking te luisteren’. Met deze aanpak hebben de Nederlandse militairen de afgelopen vier jaar in Uruzgan immers bemoedigende resultaten behaald.

Nederlandse militairen hebben kans gezien om de drie bevolkingscentra (Tarin Kowt, Deh Rawod en Chora) onder controle te krijgen. In de provincie is het relatief veilig en zijn de ruim 300.000 inwoners daardoor beter af op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en landbouw. Het Afghaanse leger in Uruzgan is inmiddels drieduizend man sterk en de politie rond de tweeduizend. Tientallen hulporganisaties zijn sinds 2008 in Uruzgan neergestreken.

Strikt genomen zou generaal Van den Heuvel geen oproep aan de Amerikanen hoeven te doen. De aanpak die de Nederlandse taakgroep in Uruzgan hanteert is tot de norm voor alle Navo-troepen in Afghanistan verheven. Dat wil zeggen optreden met respect voor de lokale bevolking en proberen uit te vinden waaraan die het meest behoefte heeft. Zo win je de hearts and minds van de dorpelingen en ontstaat er draagvlak voor de militaire missie.

Het zal de defensietop tevreden stemmen dat de Nederlandse aanpak zo wordt geprezen. In de eerste fase van de missie kreeg Nederland juist forse kritiek over het te zachtzinnige optreden. Thee drinken met de dorpsoudste is leuk, maar niet als dat ten koste gaat van het verdrijven van fundamentalistische taliban-strijders, klonk het vooral uit Amerikaanse hoek. Die kritiek is verstomd. Nederlandse militairen hebben laten zien dat ze als het nodig is ook in staat zijn om het gevecht aan te gaan, zoals bleek tijdens de Slag om Chora in juni 2007.

In Nederland verliep de discussie andersom. Al in de aanloop naar de missie werd de vraag opgeworpen of Nederlandse militairen in het onrustige Uruzgan wel aan opbouw zouden toekomen. Elke confrontatie met anti-westerse strijders was in Nederland koren op de molen van tegenstanders: zie je wel, er wordt alleen maar gevochten, van opbouw komt niets terecht.

Militairen konden zich flink ergeren aan zulke commentaren. We vechten waar het nodig is en bouwen op waar dat kan, luidde het verweer. En ook: als het in Uruzgan veilig was, hoefden we geen militairen te sturen. Dat er in Uruzgan – voor Nederlandse begrippen – veel doden en gewonden zijn gevallen, is inherent aan een missie in potentieel vijandig gebied, stellen militairen nuchter vast.

Na de eerste twee jaar begon het beeld van een ’vechtmissie’ te kantelen. Zeker vergeleken met de aangrenzende provincies Helmand en Kandahar was het in Uruzgan behoorlijk rustig en kon de opbouw langzaam maar zeker verder van de grond komen. De resultaten zijn bescheiden, maar de tendens is voorzichtig positief. Nu de Nederlandse militairen worden afgelost door Amerikanen, vragen Afghaanse partners zich hardop af wat er van Uruzgan terecht moet komen. Amerikanen, zo vrezen veel Afghanen, houden veel minder rekening met lokale cultuur en omstandigheden en doen als het ze uitkomt zaken met beruchte krijgsheren.

Of de Nederlandse missie geslaagd is, zal dus – zoals generaal Van den Heuvel stelde – pas blijken als de Amerikaanse opvolgers de terughoudende aanpak voortzetten.

Voor de Nederlandse krijgsmacht is de missie in Uruzgan een forse inspanning geweest. Gaande de missie klaagden steeds meer militairen over de hoge uitzenddruk en versleten materieel. Toch overheerste teleurstelling toen door de val van het kabinet een einde kwam aan de missie die oorspronkelijk twee jaar zou duren.

Een nieuw kabinet zal secretaris-generaal Rasmussen van de Navo antwoord moeten geven op de vraag of Nederland militair betrokken blijft bij Afghanistan. Voor de krijgsmacht is een nieuwe missie harde noodzaak, want daaraan ontleent ze mede haar bestaansrecht. In de kazerne blijven zitten is geen optie. Maar even rust na vier jaar bikkelen, dat vinden de meeste militairen toch ook wel prettig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden