Uri Geller: 'Ik schoot zó de sterrenhemel in'

'Ik heb een man gedood. Dat heeft me nooit meer losgelaten.' (FOTO MARK KOHN) Beeld
'Ik heb een man gedood. Dat heeft me nooit meer losgelaten.' (FOTO MARK KOHN)

Uri Geller (Tel Aviv, Israël, 1946) is mentalist en kunstschilder. Hij werd vooral bekend als de man die zonder inspanning lepels buigt en kapot gewaande uurwerken weer aan de praat weet te krijgen. In de SBS-liveshow ’De Nieuwe Uri Geller’ wordt op vrijdag 14 mei bekend welke Nederlander zich Gellers opvolger mag noemen.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„Geloof zit in je chromosomen, God zit in je DNA. Natuurlijk zijn er dingen die ik niet begrijp. Het universum is gecompliceerd en ik ben ook geen goeroe, geen profeet. Waar was God in Auschwitz? Waarom moeten er oorlogen zijn? Waarom al die ziektes, waarom al dat ongeluk? En toch: ik zal altijd blijven geloven dat voor alles een bepaalde reden is. Ik ben een Jungiaan. Niets gebeurt zomaar; alles heeft een plaats in het groter geheel.

Mijn beeld van God is nogal kinderachtig. God ziet eruit zoals Leonardo da Vinci hem ooit heeft afgebeeld, met een lange, grijze baard. Dat is de God die ik voor ogen heb als ik bid, iedere dag opnieuw. Of het beeld klopt, is niet relevant, tot wie je je gebeden richt doet er in feite ook niet toe. Vraag het artsen en onderzoekers: mensen die bidden leven langer, ze hebben minder ziektes en ze zijn doorgaans gelukkiger. Het is de kracht van positief denken, de kracht van het gebed.

Nee, ik heb nooit in buitenaardse wezens geloofd, hoe kom je daar bij? Wikipedia? Geloof nou toch niet alles wat je op internet leest! Negentig procent van die informatie wordt geleverd door mensen die mij proberen zwart te maken. Ik heb ooit een onbegrijpelijk licht gezien. Nog niet zo lang geleden heeft een man, die mij als jongetje in de tuin heeft zien staan, dat beeld bevestigd. Ik weet niet wat het was. Ik weet alleen dat ik vanaf dat moment over bepaalde krachten beschik. Maar ik heb nooit gezegd dat het een boodschap van buitenaf was, dat ik uitverkoren zou zijn of zoiets dergelijks. Dus vraag het mij, niet Wikipedia. Okay? Go on, I like you.

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Toen ik een keer een show ging doen in Almere, stond er bij de ingang een grote groep mensen hand in hand te bidden voor ons zielenheil. Ik vermoed dat het een protest was, maar ik moest er wel om lachen en ik heb ze hartelijk bedankt. Wat ik doe heeft niets met afgoderij te maken en ik wil zelf ook niet verafgood worden. Ik ben een gewone man met een bijzondere gave. Iedereen die optreedt krijgt fans, maar als je paranormaal begaafd bent, krijg je nu eenmaal nóg meer aandacht. Mentale krachten bezitten, onbegrijpelijke dingen kunnen doen: dat is de droom van ieder kind. Ik heb voor dit leven gekozen, ik ga er helemaal in op. Als mensen met mij op de foto willen zeg ik nooit nee, ik beantwoord al mijn e-mails. Als een kind schrijft: ’Dear mister Geller, kunt u mij leren hoe ik een lepel kan buigen?’ antwoord ik: ’Geloof in jezelf, doe je huiswerk, blijf van de drugs af en denk aan succes.’ Zo stuur ik positieve energie, zo probeer ik bij te dragen aan een ontwikkeling die veel meer voorstelt dan het leren buigen van een lepel.

Ik ben al veertig jaar op pad en ik voel me bevoorrecht een podium te hebben waar ik anderen kan helpen. Geld motiveert me niet. Ik heb meer dan genoeg.

Vroeger was ik erg arm, we konden ons niets veroorloven. Ik zei tegen mijn moeder: ’Op een dag koop ik een televisie voor je. Ik ga er voor zorgen dat je nooit meer hoeft te werken.’ Ik ging aan de slag en ik kwam tot de ontdekking dat de wet van de aantrekkingskracht bestaat: als je positieve energie uitstraalt, krijg je positieve energie terug. Zo gaat het ook met de nare dingen in je leven. Het lijkt erop dat God ons geeft waar wij om vragen.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Gelovigen zullen me dit waarschijnlijk kwalijk nemen, maar ik vind dat je – hoewel je ze alle tien even serieus moet nemen – niet ieder gebod dezelfde waarde hoeft toe te kennen. Niet doden lijkt me belangrijker dan niet vloeken.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Als ik in het vliegtuig stap, leg ik mijn hand op mijn hoofd en dan vraag ik God of hij ons tijdens de vlucht wil beschermen. Ik heb geen keppeltje bij me, ik ga ook niet vaak naar de synagoge, maar ik hou me aan de heilige dagen, met Pesach eet ik matzes en tijdens Yom Kippoer 0vast ik. Ik ben een jood. Maar dat wil niet zeggen dat ik tegen de islam ben, of andere groepen afwijs. In elke religie vind je wel een paar extremisten; daar moet je niet een hele groep mensen om veroordelen. De namen en de riten verschillen, maar ik ben ervan overtuigd dat we in één en dezelfde oppermacht geloven. Daarom is het ook niet van belang of je, op een bepaalde dag of tijd, in een sjoel of in een moskee gaat bidden. Je kunt ook in een hoekje van de televisiestudio gaan zitten: overal is meditatie en contemplatie mogelijk. Ik heb veel te doen, maar ik ben heel ontspannen. Ik heb een kalm leven gecreëerd en binnen die kalmte dein ik, net als ieder ander mens, een beetje op en neer.”

V Eer uw vader en uw moeder

„Op een dag vertelde mijn moeder mij dat ik haar negende kind was: acht eerdere zwangerschappen had ze van mijn vader moeten afbreken. Hij wilde geen kinderen. Die negende keer had ze voet bij stuk kunnen houden en werd ik geboren.

Hij kon lief voor mij zijn. Zo kan ik me nog herinneren dat ik, toen ik heel erg klein was, een keer midden in de nacht door hem werd wakker gemaakt: ’Uri, Uri, ga eens op het balkon kijken, ik heb iets voor je meegenomen.’ Daar stond een schoenendoos met een puppy. Mijn eerste hondje.

En ik weet ook nog hoe ik een keer met hem door Dizengoff, een van de belangrijkste straten van Tel Aviv, liep. Hij was militair in die jaren, hij droeg een uniform en een zwarte baret. Mijn vader zag er erg goed uit, hij had een hypnotiserend charisma, een ongelooflijke persoonlijkheid.

We stapten café Roval binnen – ik zal het nooit vergeten – en al het geluid verstomde. Mensen staakten hun gesprekken, de espressomachine zweeg, wie met zijn lepeltje in een kopje roerde, stopte daar als vanzelf mee ik was zó trots op hem.

Maar hij was ook een womanizer en dit zijn de minder prettige herinneringen: hoe zijn vriendinnen onder het raam stonden te fluiten naar hem, hoe hij mijn moeder voortdurend bedroog, terwijl zij dag in dag uit achter haar naaimachine zat en zo probeerde een beetje geld te verdienen voor het gezin. Toen ze uiteindelijk uit elkaar gingen, stuurde mijn moeder mij naar een kibboets. Ze had tijd nodig om dingen uit te zoeken.

Ik was tien, ik voelde me alleen, ik miste mijn moeder en het hondje dat ik ooit van mijn vader had gekregen. Na een jaar werd ik weer opgehaald. Mijn moeder had een andere man leren kennen en met z’n drieën vertrokken we naar Cyprus. Na twee jaar kreeg haar nieuwe echtgenoot een hartaanval en stierf. Mijn moeder en ik hielden het samen nog een paar jaar uit op het eiland en keerden toen terug naar Israël.

Het was armoe troef tot ik werk vond als model en daarna via een fotograaf uitnodigingen begon te krijgen om op feestjes mijn mentale krachten te tonen. Vanaf dat moment ging alles beter. Ik kon al snel de beloften inlossen die ik mijn moeder had gedaan. Ik gaf haar de televisie die ik had beloofd, ik zorgde ervoor dat ze niet meer hoefde te werken en ze heeft uiteindelijk tot haar dood, op haar 91ste, bij ons in huis gewoond.

Voor mijn vader had ze in al die jaren geen goed woord over gehad. Ze bleef die haat ook voeden. Toen ik beroemd werd, ben ik weer met hem in contact gekomen en we zijn tot aan zijn dood vrienden gebleven.

Ik heb minder respect voor hem gehad dan voor haar – daar voel ik me schuldig over – maar de liefde die ik, ondanks alles, voor hem voelde zat heel diep van binnen, die ben ik nooit kwijtgeraakt. Liefde is een energie die je niet kapot kunt krijgen.”

VI Gij zult niet doodslaan

„Ik heb een man gedood. Het was tijdens de Zesdaagse Oorlog, in 1967. Ik voerde het commando over twaalf soldaten, we vochten op de French Hill, bij Ramallah, waar voor koning Hoessein een villa werd gebouwd. Ineens werden we door tanks en soldaten ingesloten. Links en rechts van me werden jongens doodgeschoten, opgeblazen. Ik probeerde te bedenken wat me te doen stond, toen er plotseling een Jordaanse militair vanachter een rots vandaan sprong en zijn wapen op mij richtte. We stonden een meter van elkaar verwijderd. Ik had mijn uzi ook op hem gericht. In die ene seconde zag ik mijn leven voorbijtrekken. Ik zag mijn vader, mijn moeder, mijn jeugd in Israël, de jaren op Cyprus en ik haalde de trekker over. Ik denk dat ik heb geweten dat het volgen van die film, van die flashback, mijn dood had betekend. Ik móest schieten. Het was hij of ik. Ik liep op hem af, trok het kettinkje met zijn naamplaatje los en nee, ik weet niet meer waar ik hem had geraakt, ik kan me geen schreeuw, geen bloed herinneren. Een kwartier later werd ik zelf neergeschoten. Ik werd wakker in het hospitaal. Er was een kogel door mijn arm gegaan en ik had schotwonden in mijn been. Daar, op die plek, drong pas tot me door wat ik had gedaan. Ik krijg weer kippenvel, zie je dat?

Het heeft me nooit meer losgelaten. Het wordt nu minder maar ik heb nog minstens vijf of zes keer per jaar een nachtmerrie waarin die jongen op mij afkomt en schreeuwt: ’Waarom heb je dat gedaan? Waarom heb je mij vermoord?’

Ik zie hem nu voor me we waren ongeveer even oud, denk ik. Hij had een zwart snorretje, ja, een klein zwart snorretje. Het klinkt misschien vreemd, maar hij is in mij en als ik doodga, zal ik hem ontmoeten. Dan ga ik hem omhelzen, dan zal hij me vergeven en dan zullen we vrienden zijn.”

VII Gij zult niet echtbreken

„Ik hou van mijn vrouw. We zijn al veertig jaar samen. Ik weet wat verleiding is, maar ik weet ook hoe ik mijn verlangens en begeerten moet bedwingen. Het is voor mij niet moeilijk om iets aan of uit te zetten. Bovendien gaat mijn passie uit naar andere dingen: de natuur, muziek, you name it. Mijn loyaliteit heeft natuurlijk met vroeger te maken. Ik heb gezien hoeveel verdriet mijn vader mijn moeder heeft aangedaan door haar zo te bedriegen. Dat wil ik niet. Ik wil open, eerlijk en rechtvaardig zijn. Ik wil dat mijn vrouw en mijn kinderen mij als echtgenoot en als vader blijven respecteren.”

VIII Gij zult niet stelen

„Op een dag – ik was een jaar of zeven – zei de schooljuffrouw dat we de volgende dag allemaal de Thora (eerste vijf boeken van de Hebreeuwse bijbel, AV) moesten meenemen. Ik schrok. We hadden geen Thora en ook het geld niet om er één aan te schaffen. Daarom stal ik in de pauze het boek van een van mijn klasgenootjes. Een van de kinderen had het me echter zien doen en diezelfde avond stond de juffrouw bij ons op de stoep. Ik hoorde haar praten met mijn vader en ik raakte in paniek. Ik scheurde de Thora aan stukken en spoelde alles door de wc. Mijn vader kwam achter me aan, razend, bond mijn armen met zijn broekriem aan elkaar en hing me zo op aan de trekker van de stortbak. De riem sneed in mijn polsen, het deed vreselijk veel pijn. Na een tijdje wist ik mezelf te bevrijden. Ik klom uit het raam en hield me schuil op het balkon tot mijn vader was gekalmeerd. Ik heb nooit meer iets gestolen, dus het was een goede les. Wreed? Ja, misschien wel, maar vergis je niet: het was geen appeltje dat ik had gestolen, maar een heilig boek – dat ik ook nog eens door de wc had getrokken. Ik heb mijn kinderen nooit geslagen en ik zou hen nooit op die manier straffen, maar ik begrijp wel waarom mijn vader het deed. Hij was boos en woede is vaak sterker dan verstand.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Ik ben al meer dan veertig jaar controversieel. Ik ben een leugenaar genoemd, een charlatan, een bedrieger. Toen ik jong was vond ik het vreselijk, ik dacht die lui mijn carrière om zeep zouden helpen, maar het wonderlijke was: hoe vaker ik werd aangevallen, des te meer mensen naar me kwamen kijken. Eigenlijk moet ik die sceptici bloemen sturen: ze hebben me geweldig geholpen. Ach, Oscar Wilde zei het meer dan honderd jaar geleden al: The only thing worse than being talked about is not being talked about. Ik heb medelijden met de lui die over mij roddelen. Ik sluit me af voor die negativiteit. Mensen die alleen maar hatelijk en achterdochtig willen zijn: wie maalt erom? Het zijn losers.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Het is vanzelf gegaan, ik was niets van plan. Ik werd zó de sterrenhemel ingeschoten. Ik hoefde niet met mijn ellebogen te werken, ik hoefde niet jaloers te zijn: ik had een uitzonderlijke gave. Er was maar één Uri Geller. Die eerste jaren had ik nauwelijks in de hand, ik was geobsedeerd, ik wou een soort paranormale Mick Jagger worden. Ik ontmoette filmsterren, presidenten, op een dag stond ik zelfs – met knikkende knieën – naast Elvis Presley die vol bewondering toekeek hoe ik een lepel boog. Het was te veel, ik ging te ver. Steeds vaker kwam ik in restaurants waar ik me helemaal volpropte met desserts om die vervolgens in de wc weer uit te kotsen. Boulimia nervosa. Ik was bezig mezelf kapot te maken. In 1979, een jaar voordat hij zou worden vermoord, zei John Lennon tegen mij: ’Uri, wat is er met jou aan de hand? Je lijkt wel een Auschwitz-survivor!’ Yoko adviseerde me om naar Japan te gaan. Daar zou ik spiritualiteit vinden. ’Ga naar Mount Fuji’, zei ze, ’en kom tot rust.’ Op een of andere manier drong tot me door dat ze wel eens gelijk konden hebben. Ik gaf alles op. Ik nam mijn vrouw, mijn kinderen en mijn zwager mee naar het vliegveld en vloog naar Tokio. Daar huurde ik een grote camper en reed ermee naar een groot bos op Mount Fuji. We zijn er een jaar gebleven. Als mijn kinderen, die toen zes en zeven waren, niet naar school hadden gemoeten was ik er waarschijnlijk nooit meer vertrokken. Het was een ongelooflijke ervaring. Ik hervond mezelf, ik kwam in balans. Die innerlijke rust heeft me nooit meer verlaten.

You know, Arjan, als je gezond bent is het leven is een groot geschenk. Ik zou zonder één cent in een tentje in de Kalahariwoestijn kunnen wonen zo lang ik maar gezond mag blijven. Soms krijg ik mailtjes van mensen die me vragen me of ik hen kan helpen hun sleutels terug te vinden, de relatie met hun ouders te verbeteren of ander leed voor hen op te lossen. ’Hoe kun je zo klagen’, schrijf ik terug. ’Weet je dan niet dat er elke dertig seconden ergens op de wereld een kind van honger sterft?’ ’O mister Geller,’ antwoordt zo iemand dan, ’u hebt helemaal gelijk.’ Boem. Heb ik toch weer iemand op betere gedachten kunnen brengen.Isn’t that wonderful?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden