Interview

Universiteitsbestuurder Koen Debackere: Studenten zijn onze eeuwige jeugd

Koen Debackere is bestuurder aan de Universiteit Leuven.Beeld Patrick Post

Bezwijkt de universiteit onder druk van het bedrijfsleven en publicatiescores? Integendeel, zegt Koen Debackere, bestuurder van de universiteit Leuven.

Er is veel debat over de wetenschap, over onderzoek dat niet deugt en haperende kwaliteitscontrole. Een special van Letter&Geest vorige maand over de stand van de universiteiten bracht een litanie aan klachten (zie kader). Wetenschappers die met bedrijven samenwerken worden helemaal gewantrouwd. Dat komt, zegt universiteitsbestuurder Koen Debackere, doordat het publiek de wetenschap hoog inschat en veel van haar verwacht.

Waarom geven mensen haar het vertrouwen dan niet?

“Dat heeft de wetenschap ook een beetje aan zichzelf te danken. Ze heeft de afgelopen decennia gevraagd om meer aandacht en geld - en dat vaak ook gekregen. Daardoor rijst de vraag: Wat gaat dat allemaal opleveren? Daarover zou de wetenschap beter moeten communiceren. Het wantrouwen jegens wetenschappers die samenwerken met bedrijven is in Nederland overigens wel groter dan in Vlaanderen.”

Vanwaar dat verschil tussen Nederland en Vlaanderen?

“Universiteiten hebben de taak te zorgen dat de daar opgedane kennis wordt benut, tot waarde wordt gemaakt. Deze ‘valorisatie’ is in Vlaanderen altijd gevolg geweest van schaarse middelen en de creativiteit van de onderzoekers. Nog niet zo lang geleden was wetenschap een nationale aangelegenheid. En in de federatieve staat België was Vlaanderen het kleine broertje, dat er bekaaid af kwam. De samenwerking tussen universiteiten en bedrijven kwam in zekere zin voort uit die armoede. In armoede wordt creativiteit geboren. Toen Vlaanderen meer verzelfstandigde en verantwoordelijk werd voor het wetenschapsbeleid, werd valorisatie al snel een academische opdracht. Maar eigenlijk was dat een bevestiging van activiteiten die er al waren.”

Het wantrouwen, zegt Debackere, komt ook voort uit een misverstand dat de wetenschap begint met fundamenteel onderzoek dat nieuwe kennis oplevert, daar ontwikkelt een bedrijf nieuwe technologie mee, en ten slotte een product. In dat proces zouden wetenschap en bedrijfsleven gescheiden rollen moeten hebben.

De Backere: “Maar innovatie is nooit een rechtlijnig proces geweest! Pas toen de overheid zich ermee ging bemoeien kwam dat rechtlijnige model op tafel. In werkelijkheid heeft de wetenschap nooit zo gewerkt, ook niet bij grote innovaties, zoals Louis Pasteurs doorbraken in ziektebestrijding. Het is altijd een samenspel van verschillende disciplines, een heen-en-weer van fundament en toepassing. Als vandaag de dag milieuwetenschappers kijken naar energie-opslag, komen ze via batterijtechnologie uit bij zeer fundamentele wetenschap.”

“Wetenschap is een chaotisch proces, waarin scherp inzicht en opportuniteit elkaar treffen, wat niet vaak gebeurt. Ed Boyden, de Amerikaanse neurowetenschapper, zegt het mooi: Wat ik mijn studenten leer, is constructive failure. Dat mag een overheid of een bedrijf ons nooit afnemen. Zij moeten respect hebben voor opbouwende missers. Want juist ons falen gaat problemen oplossen. En de grootste bedreiging komt hier niet uit het bedrijfsleven, maar van overheden die denken dat ze moeten sturen en dat ze dat kúnnen.

“Toen het wetenschapsbeleid hier van nationale naar regionale overheid ging, schreef een van mijn voorgangers een advies onder de titel ‘Stuwen of Sturen?’ Hij liet duidelijk zien dat het stuwen moest worden. En daar zijn we altijd bij gebleven. De overheid kan de wetenschap tegemoetkomen en stimuleren, maar mag haar niet dicteren.”

Het grote Vlaamse voorbeeld van samenwerking van universiteit, overheid en bedrijven is het instituut voor micro-elektronica IMEC. Alle grote ict-bedrijven van de wereld kloppen er bij aan. Was de geboorte van IMEC een gelukkig toeval of uitgekiende strategie?

“Het verhaal van IMEC begint bij een briljante, jonge wetenschapper, Roger Van Overstraeten, die de kans kreeg om naar de VS te gaan. Hij zag daar de groei van de chipindustrie, de opkomst van de informatietechnologie, het ontstaan van Silicon Valley. Dat Van Overstraeten terugkwam naar Leuven was te danken aan Pieter De Somer, de eerste rector van Leuven die geen bisschop was. Van Overstraeten en De Somer zagen de mogelijkheden en begrepen dat die binnen de universiteit niet volledig benut konden worden. Er was een door technologie gedreven instituut voor nodig, waarin kon worden samengewerkt met bedrijven. 

“De Vlaamse overheid heeft toen naar Van Overstraeten en De Somer geluisterd en de oprichting van IMEC gesteund. Het centrum is nu een bron van innovaties, maar ook een brug tussen universiteit en bedrijfsleven, met goede kanalen naar beide kanten zonder dat er belangenvermenging optreedt. Als de term valorisatie valt, wordt al snel gedacht aan projecten met bedrijven waarin economische waarde wordt gecreëerd. Maar pas op: verreweg de belangrijkste waarde die universiteiten creëren zit in de studenten die we afleveren. Wij zijn geen consultants, onze mensen schrijven geen uurtje-factuurtje, we leiden mensen op die kennis creëren en overdragen.”

Veel van die mensen verlaten de universiteit na hun studie, omdat er te weinig loopbaanmogelijkheden zijn of omdat ze geen heil zien in de wetenschap. Is dat erg?

“Absoluut niet. Dat is de universiteit eigen. Ieder jaar ververst een kwart van onze populatie. Dat is fantastisch; het houdt de universiteit jong. Grote onderzoeksinstituten missen vaak die doorstroom. Studenten zijn onze eeuwige jeugd, al vijfhonderd jaar en dat zal ook de komende vijfhonderd jaar zo zijn. Mensen die hier promoveren laten we proeven van de wetenschap, maar ze kunnen hier niet allemaal werken. Gelukkig staat hun erbuiten veel te doen, met hun vorming kunnen ze hun werkomgeving verbeteren, innovatiever maken. Als een academicus directeur wordt van een middelbare school, is dat goed voor die school.”

Als de grootste waarde van de universiteit steekt in de mensen die zij aflevert, dan mag opleiden wel wat hoger gewaardeerd worden. Veel academici klagen dat alleen publicaties tellen in hun beoordeling en onderwijs niet.

“Die klacht horen we in Vlaanderen ook. Maar het beeld dat medewerkers alleen worden beoordeeld op hun onderzoek en niet op hun onderwijs, klopt niet. Aan de Vlaamse universiteiten zijn onderwijsevaluaties enorm belangrijk. En in Nederland ben ik betrokken geweest bij de visitatie van de master Sustainable Energy Technology van de drie technische universiteiten (Delft, Eindhoven, Twente). Ik zag daar de sterke band tussen het onderwijs en het onderzoek van masterdocenten, dat werd hoog gewaardeerd. Fantastisch.”

In onderwijs is de universiteit begonnen. Onderzoek is later tot haar taken gaan behoren, en daarna moesten de resultaten ook nog tot waarde worden gemaakt. Wordt er nog recht gedaan aan de oorsprong van de academie?

“Ik denk het wel. Er wordt nog altijd veel over de rol en opdracht van de universiteiten gedebatteerd. Enkele invloedrijke denkers in de afgelopen eeuw, zoals John Henry Newman in Engeland en de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset hebben benadrukt dat onderwijs de eerste en voornaamste taak is van universiteiten. Kennisoverdracht naar volgende generaties.

“Natuurlijk werd binnen de muren van de universiteit altijd al wetenschap bedreven, maar pas met de Verlichting werd onderzoek expliciet een taak, door toedoen van de Pruisische geleerde Alexander von Humboldt. Universiteiten moesten vrijplaatsen zijn voor onafhankelijk onderzoek. Het academisch onderzoek werd de motor van vooruitgang door de grenzen te verleggen in de kennis van natuur, leven, cultuur en menselijk gedrag. En dat is tot op heden zo.

“De spanning tussen onderzoek en onderwijs is in de loop van de geschiedenis creatief opgevangen: de universiteit is bij uitstek de plaats geworden voor onderzoeksgebaseerd onderwijs. Betekent dit dat al het academisch onderwijs voortkomt uit lopend onderzoek van de docent? Nee, het betekent dat het universitair onderwijs is doortrokken van de verschillende dimensies van onderzoek: een systematische studie van relevante vragen volgens gevalideerde methoden. De combinatie van onderzoek en onderwijs heeft de universiteit tot grote bloei gebracht.”

Daar is de wettelijke opdracht van valorisatie bij gekomen. Universiteiten moeten de kennis die zij genereren tot waarde maken, liefst in klinkende munt en bij voorkeur in samenwerking met bedrijven.

“Ja, maar daarmee is niet gezegd dat de universiteit een bedrijf wordt en als een bedrijf geleid moet worden. De uitdaging is onderwijs, onderzoek en valorisatie tot kruisbestuiving te brengen met een duidelijk beleid voor samenwerking met bedrijven en valorisatie van onderzoek. De publicatievrijheid van wetenschappers en hun vrijheid om samenwerking (niet) aan te gaan, dienen gewaarborgd te zijn.

“En je moet verdringing voorkomen, zowel in de organisatie als in de geldstromen. Als de overheid haar financiering van academisch onderzoek te sterk gaat koppelen aan bijdragen van bedrijven, dan verdwijnt de zuurstof voor vrij onderzoek dat niet aan een bedrijf is gerelateerd. Dat zie je nu in Nederland. In Vlaanderen nog niet. Maar de Vlaamse overheid heeft een evaluatie van haar beleid aangekondigd. En daarvoor heeft zij nogal wat Nederlandse consultants ingehuurd....”

Hoe voorkom je dat die wettelijke opdracht van valorisatie de universiteit uit balans trekt?

“Laten universiteiten eerst en vooral onderwijs en onderzoek blijven uitdragen als hun kernopdracht, hun raison d’être. Onderzoek toont trouwens aan dat als men hierop inboet, en valorisatie of economisch nut centraal stelt, de bron van kennis, vernieuwing en creativiteit aan de universiteit snel opdroogt. Academici beseffen dit maar al te goed. En een onderneming die graag met universiteiten samenwerkt, wil ook absoluut niet dat zij zich als een bedrijf gaan gedragen. Want daarmee verliest de universiteit haar unieke karakter én de reden waarom bedrijven met haar willen samenwerken.”

“Langs de lijnen van onderwijs, onderzoek en valorisatie kan de universiteit de maatschappij waar geven voor haar geld, namelijk talent en kennis. En maatschappelijk-economische vernieuwing, want buiten de markt zijn er veel organisaties waarmee de universiteit kennis ontwikkelt en toepast. Denk aan gezondheidszorg, welzijn, kunst en cultuur, en overheidsdepartementen. Daar heb je dezelfde pregnante vragen naar onafhankelijkheid en academische vrijheid als in de samenwerking met bedrijven.

“De universiteit is een complexe organisatie, door de massificatie van het academisch onderwijs. En door onze hand gaat vandaag 90 procent van de middelen die de mensheid tot nu toe ter beschikking heeft gehad voor wetenschappelijk onderzoek. Dat vergt een professionele organisatie - geen bedrijf maar professionalisme.

“Het drieluik van onderwijs, onderzoek en valorisatie toont elke dag dat de wetenschap onderhevig is aan allerlei invloeden, van binnen en buiten de universiteit. In plaats van die te bekampen, kunnen we ze omarmen om de universiteit haar unieke rol te laten spelen. Ze staat meer dan ooit in de wereld.”

Koen Debackere.Beeld Patrick Post

Wie is Koen Debackere?

Managementenwetenschapper Koen Debackere (57) is algemeen beheerder (zakelijk leider), van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij 23 jaar geleden werd benoemd tot hoogleraar technologie- en innovatiemanagement. Debackere werkte aan het Massachusetts Institute of Technology in de VS en de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Debackere is in Nederland lid van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI), dat het kabinet gevraagd en ongevraagd adviseert over wetenschapsbeleid.

Kritiek op universiteiten in Letter&Geest 1 september:

Wetenschapsfilosoof Martijntje Smits:

“Het huidige wetenschapssysteem meet het onderzoek met door het bestuur opgelegde criteria waardoor onderzoekers met elkaar de competitie moeten aangaan. Doel is vooral excellence, niet zozeer maatschappelijk nut; wel door de markt bepaalde prioriteiten.”

Cultuurfilosoof René Boomkens:

“Een neoliberale cultuuromslag heeft ervoor gezorgd dat we sinds de eeuwwisseling output-universiteiten hebben, die worden beoordeeld op hun productie.”

Filosoof Ger Groot:

“Het onderzoek dat daar gedaan wordt mag dan aan allerlei eisen van vorm en werkwijze beantwoorden, maar de intellectuele vorming die in de universiteit altijd op de eerste plaats heeft gestaan hoeft dat niet.”

Lees ook:

Geef de universiteit terug aan de burger

De studenten van 1968 wisten de universiteit ‘radikaal demokraties’ te maken; iedereen mocht meepraten over wat en hoe er onderzocht zou worden. Nu zit de academische blackbox weer potdicht. Wat is er gebeurd?

Zeggen wat je wilt: kan dat nog aan de universiteit?

De universiteit, daar mag je álle vragen stellen. Of toch niet? Aan het begin van het academisch jaar worstelen Nederlandse universiteiten met de vraag hoe je omgaat met politiek-incorrecte ideeën en sprekers. Leiden die tot debat of vooral tot ruzie?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden