Arbeidsrecht

Universiteit Groningen is niet eerlijk over onderzoek studentpromovendi

Het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Beeld ANP

De Rijksuniversiteit Groningen (RuG) houdt informatie over studentpromovendi achter de hand. Heel kwalijk, zegt het Promovendi Netwerk Nederland.

De Rijksuniversiteit Groningen (RuG) houdt een cruciale enquête achter over promotiestudenten. Daaruit blijkt dat deze verkapte zelfstandigen door hun begeleiders hetzelfde worden behandeld als promovendi in vaste dienst die meer betaald krijgen en wel recht hebben op pensioenpremie en vakantiegeld. Vooral het feit dat de promotiestudenten niet meer vrijheid krijgen tijdens hun werk dan promovendi in vaste dienst, stuit het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) tegen de borst. “Het experiment was ooit bedoeld om promovendi binnen hun onderzoek een grote mate van vrijheid te geven. Nu blijkt dat er nauwelijks verschillen zijn”, zegt Anne de Vries, voorzitter van het PNN.

Het experiment van studentpromovendi is belangrijk voor de RuG. Het is de enige universiteit in Nederland die veel promotiestudenten in dienst heeft, in totaal zo’n 850. De universiteit wil dat aantal uitbreiden met nog eens 800. Minister Ingrid van Engelshoven (onderwijs) wil een einde maken aan het experiment dat in 2016 van start ging omdat er te weinig belangstelling voor is, maar een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat niet en eist een tweede ronde.

Beurs

Promotiestudenten hebben recht op een beurs van 2100 euro bruto per maand. Dat staat gelijk aan het startsalaris van een promovendus in vaste dienst, maar de laatste groep ziet het salaris conform de cao ieder jaar stijgen, de promotiestudent niet. Het scheelt de RuG 40 procent aan loonkosten, liet de universiteit de minister eerder weten. Het voordeel zou zijn dat promotiestudenten het onderwerp van hun proefschrift zelf kiezen, ze geen onderwijs hoeven te geven en begeleid in plaats van aangestuurd worden door hun promotor.

De RuG gaat niet in op vragen van Trouw, maar geeft tegenover de ­Universiteitsraad wel toe dat de ­betreffende enquête niet is meegenomen in de zogenoemde zelfevaluatie over de promotiestudenten, omdat ‘er uit de vele gegevens een selectie is ­gemaakt’. Overigens is de betreffende vragenlijst nog steeds niet openbaar. Wel zegt de universiteit de data te hebben gegeven aan het onafhankelijke onderzoeksbureau CHEPS dat namens de minister het promotieonderwijs evalueert.

Gezagsverhouding

Het is volgens het PNN niet de eerste keer dat de Groningse universiteit het onderzoek probeert te beïnvloeden. Begin mei kreeg het Promovendi Netwerk Nederland signalen dat CHEPS te veel zou leunen op de positieve evaluatie van de RuG. Het onderzoeksbureau zou weliswaar hebben gesproken met studenten en bestuurders, maar die zouden in sommige gevallen door de universiteit van tevoren zijn geselecteerd en aangespoord positief te zijn. CHEPS ziet het probleem niet omdat de onderzoeksmethoden goedgekeurd zijn door de minister.

Beeld ANP

Het is ook niet de eerste keer dat er kritiek klinkt op het experiment met studentpromovendi. Drie jaar geleden bij aanvang van het project zeiden ­arbeidsrechtsadvocaten in deze krant al dat wat geen gezagsverhouding lijkt, in praktijk anders kan uitpakken. Toenmalig minister van onderwijs Jet Bussemaker gaf na die publicatie toe dat studenten bij de rechter een arbeidsovereenkomst kunnen ­eisen als het Groningse promotietraject te veel lijkt op een dienstverband.

Arbeidsovereenkomst

Volgens de RuG ‘is er momenteel een groep van 57 medische promotiestudenten die vinden dat zij, als uitzonderlijke groep, eigenlijk een ­arbeidscontract hadden moeten krijgen’, blijkt uit dezelfde antwoorden van vragen op de Universiteitsraad

Nanu Zekic, als arbeidsrechtjurist verbonden aan de Tilburg University, relativeert: “Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst is erg afhankelijk van de concrete omstandigheden van elk individueel geval. Op zich geeft zo’n enquête (van de RuG, red.) wel inzicht in hoe de supervisors ­omgaan met hun promovendi.

“Het zegt iets over hoe in de praktijk de relatie tussen begeleider en promovendus eruitziet en daaruit zou een rechter kunnen afleiden of er wel of geen sprake is van gezag. Maar niet één kenmerk of factor is beslissend, alle feiten en omstandigheden moeten in hun onderling verband worden bezien.”

Lees ook: 

‘De promovendus die tegen het zere been van de hoogleraar schopt, vliegt eruit’

Twee onderzoeken schetsen een verontrustend beeld over de werksfeer op universiteiten. Vooral de verhouding tussen hoogleraar en promovendi schuurt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden