‘Unikalny smak’, meldt het bier. Dat belooft wat

Er staan soms van die stukken in de krant die meer vragen opwerpen dan ze beantwoorden. Dat ligt dan niet zozeer aan de collega die het stukje schreef, maar aan de ruimte, hem toebedeeld door de redactie, of aan mijn specifieke, altijd werkende vragenmotortje: hoe smaakt het dan?

Neem een artikel, ruim een jaar geleden in deze krant gepubliceerd, over een uitzendbureau voor Polen in de goede stad Haarlem. Het uitzendbureau combineert zijn arbeidsmarktwerkzaamheden met een supermarkt. Een Poolse supermarkt. ün een Pools restaurant. Alles staat in dat artikel, alleen niet wat ze daar dan verkopen, en hoe het smaakt. Daar draait het natuurlijk ook niet om, dat is alleen maar mijn obsessie.

Maar ja, Haarlem is ver weg als je niet in de buurt woont. Maanden laat ik het liggen, een jaar bijna. Dan bereik ik de Spaarnestad haast per ongeluk, via omwegen, en heb een paar uur over.

Het is nog even zoeken naar de Leidsestraat, in een arbeiderswijk aan de rand van het centrum. In een oude winkel wacht een oudere vrouw, wier Duits gelukkig veel beter is dan mijn Pools. TL-licht valt over de rommelige schappen, flesjes, potjes en blikjes stapelen in georganiseerde wanorde. Dit is werkelijk een Oost-Europese winkel. Maar waar is het restaurant?

Eerst maar eens in de etenswaren neuzen. Die wijken niet erg af van wat Russische winkels verkopen, maar het is wel minder gesorteerd. Uiteindelijk neem ik een soort pakje boter mee, een blikje geheimzinnige visjes, een zak gevulde deegwaar en een blik bier. ’Strong’, heet het bier. Het is ook ’unikalny smak’, dus dat belooft wat. En, om op de zaken vooruit te lopen: het is uitstekend bier, bijna Duits. De visjes blijken, op de terugweg in de trein, gewone sardines, stevig en smakelijk, maar niet bijzonder, de kaas is korrelige, verse kaas van een paar weken oud en de deegwaar is gevuld met die kaas. Niet slecht allemaal, maar ook niet bijzonder. Behalve dat bier dan.

Maar waar is nu het restaurant? De dame maakt duidelijk dat het niet hier is, maar aan een water, genaamd Brouwersgracht. Daar vlamt een groot, rood bord op met ’Polski bar, restauracja’ er op. Binnen wachten eenvoudig gedekte tafeltjes in een nette eetzaal, die bepaald niet Oost-Europees aandoet. Ik ben de enige Nederlander. Achter mij brommen twee stellen, ver over de vijftig, in onverstaanbare klanken, een tafel verder juicht en zingt een groep twintigers. Er staat uiteraard Chlodnik op de kaart, de Poolse versie van de fameuze bietensoep Borsjt. En Bigos, de even fameuze zuurkoolschotel. Deze keer hou ik het op het traditionele. Niet beide schotels, de soep moet wachten. Vooraf de haring in room, daarna de zuurkoolschotel.

Het voorgerecht staat binnen vijf minuten op tafel: stevige, zoute haring, compacter dan onze nieuwe, in een licht zure room. Vet ja, maar erg lekker. Vijf minuten nadat het schoongelikte bordje is verdwenen verschijnt er een grote schotel zuurkool met worst, kip en varkensvlees. Stevig eten, dat energie geeft voor een dagje werken op het land.

Lekker eten, dat de Nederlandse bezoeker zo vervult dat er geen plek meer overblijft voor het Poolse nagerecht. Dat moet maar de volgende keer, want voor de bijna veertien euro die ik afreken kom ik nog wel een keertje terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden