Reportage

Unifil-veteranen keren terug naar Libanon: ‘We waren veel te jong’

Unifil-veteranen keren terug naar Libanon. Beeld AFP

Het is dit jaar veertig jaar geleden dat de eerste Nederlandse militairen naar Zuid-Libanon gingen voor de Unifil-vredesmissie, die voor velen levensbepalend is geweest. Veteranen reizen terug naar de dorpjes en bases in Libanon uit nieuwsgierigheid en om van onverwerkte trauma’s af te komen.

Zijn vrienden zag Wim Wildeboer (61) niet meer. Dat hij steeds meer alleen kwam te staan na zijn uitzending, daar voelde hij zich eigenlijk wel prettig bij. Jarenlang vroeg hij zich niet wezenlijk af waarom hij zo veranderd was door zijn verblijf in Zuid-Libanon. Het was nou eenmaal zo, redeneerde Wildeboer. Het hoort erbij als je in een paar maanden volwassen moet worden in oorlogsgebied.

Voor de vredesmacht Unifil van de Verenigde Naties reed Wildeboer met een drietonner vrachten rond. De ene dag containers met maaltijden voor zijn collega’s op de observatieposten, de volgende dag weer andere voorraden. Was er spannender en verantwoordelijker werk voor een jonge vent vol idealen, met nog een heel leven voor zich?

Oud-Unifil-militairen op terugkeerreis in Zuid-Libanon brengen een eresaluut op het weggetje waar hun collega Philip de Koning in 1979 omkwam, toen hij met een drietonner op een landmijn reed. Beeld Gert Jan Rohmensen

Plaats delict

De geboren Groninger genoot van de camaraderie onder de militairen en het voelde goed deel uit te maken van een missie die vrede moest brengen. Wildeboer tekende uiteindelijk nog drie keer bij, mede omdat hij moeilijk weer kon wennen aan het kazerneleven thuis.

Dat het later allemaal anders is gelopen dan hij had verwacht, brengt hem nu na bijna veertig jaar weer naar het zuiden van Libanon, samen met zo’n vijftig andere veteranen. Nog altijd domineert wat hij toen heeft meegemaakt zijn leven. “Soms moet je een plaats delict opzoeken om de realiteit tot je te laten doordringen”, zegt Wildeboer.

De stichting Weerzien Met Libanon (WML) organiseert sinds vijftien jaar een jaarlijkse reis voor militairen die tussen 1979 en 1985 werden uitgezonden naar Zuid-Libanon. Dat waren er zo’n 9500 in totaal. Dit jaar is bijzonder omdat het vier decennia geleden is dat Nederland besloot een bijdrage te leveren aan de Unifil-missie. Die moest het Israëlische leger en de christelijke Haddad-militie aan de ene kant en de Palestijnse PLO en de sjiitische Amal-beweging aan de andere kant uit elkaar zien te houden.

Vechtmissie

De reizen voorzien in een behoefte, meer dan 360 veteranen hebben er al gebruik van gemaakt. De meesten lopen nu tegen de zestig. Voor velen is het tijd om terug te kijken op hun leven en vooral om af te rekenen met spoken uit het verleden. En die zijn er. Ongeveer 5 procent van de oud-Unifillers is in geestelijke nood geraakt en heeft het posttraumatische stresssyndroom PTSS. Het aantal zelfmoorden onder hen ligt relatief hoog.

“We waren veel te jong, we kregen veel te grote verantwoordelijkheden in een gebied waarover compleet gelogen is. We zijn veel te onvoorbereid vertrokken en ons mandaat was flut”, vindt Wildeboer, die zich destijds als dienstplichtige opgaf voor Unifil. “We zouden gaan deelnemen aan een vredesmissie werd ons gezegd, maar we kwamen in een vechtmissie terecht.”

Eenmaal aangekomen in Libanon werd hen al snel duidelijk dat de situatie veel risicovoller en complexer was dan hen in de voorlichtingsfilmpjes van Defensie was voorgespiegeld, zegt Hans Dijkstra (59). “Daarin werd een soort strandbeeld geschetst, het leek wel alsof we op vakantie gingen. Werken voor de VN werd toen gepromoot als waterputten slaan in Afrika.”

Dijkstra was 21 toen hij tekende voor Dutchbat, waar hij radarverkenner werd. “De andere keuze was Seedorf in Duitsland, maar wachtlopen op een kazerne, daar had ik geen zin in. Ik wilde me gewoon nuttig maken, een beetje het avontuur zoeken, goed doen en rust brengen in het gebied.”

Twee Nederlandse veteranen laten oude foto's zien aan een Libanees die zij nog kennen uit hun tijd bij Unifil tussen 1979 en 1985. De man kreeg destijds de bijnaam Tinus Tand. Beeld Gert Jan Rohmensen

Blakerende zon

De lentezon is al heet en blakert de velden op de hellingen die nu nog groen zijn, maar weldra geel worden en daarna bruin en dor. Een bus met vijftig veteranen beweegt zich in een kalm tempo over de slingerweggetjes door het heuvellandschap en de slaperige dorpjes.

Op een enkeling na zijn deze veteranen voor het eerst weer terug in hun oude operatiegebied. De meesten kennen elkaar niet, maar hun gedeelde herinneringen verbroederen. Sommigen hebben hun vrouwen of kinderen meegenomen, om aan hen de plaatsen te laten zien die zo belangrijk zijn geweest.

Hun ervaringen zijn heel verschillend. Sommigen hebben een bijna rimpelloze missie gehad waar ze goed zijn uitgekomen, anderen hebben beschietingen meegemaakt of incidenten die ze niet goed hebben kunnen verwerken. “Zij hebben de oorlogservaring mee naar huis genomen, waar de ‘oorlog’ met andere middelen werd en soms nog steeds wordt voortgezet”, stelt humanistisch raadsman Bart Hetebrij, die als vrijwilliger bij het Veteraneninstituut veteranen met PTSS begeleidt.

Massaslachting

In sommige dorpjes in de heuvels staan kerken, maar de meeste hebben moskeeën. Er zijn winkeltjes met stalen rolluiken en op de toppen staan her en der protserige villa’s met een prachtig uitzicht. In de verte zijn de heuvels van Galilea te zien, de noordelijke streek van Israël.

Dit is een land van de dood. Veel islamitische dorpjes eren hun martelaren op grote posters langs de wegen. In Qana getuigen een monument en een klein museum van een massaslachting die hier in 1996 plaatsvond toen het Israëlische leger een VN-basis van militairen uit Fiji met granaten beschoot. Van de 800 dorpelingen die hoopten op de basis juist een veilig heenkomen te vinden, stierven er 106. In het museum missen gruwelijke foto’s van het bloedbad hun uitwerking niet. Veel veteranen raken geëmotioneerd en kunnen hun tranen nauwelijks bedwingen.

“Goeiemorgen zonder zorgen”, grapt Chris Laarhoven de volgende ochtend vrolijk in de bus. Hij is zelf veteraan, heeft jaren in Libanon gewoond en begeleidt de reis. Maar zorgen heeft hij wel. De posten die de veteranen vandaag bezoeken liggen in een gebied ten oosten van Tyre, en het is onzeker of de bus toestemming krijgt van de lokale machthebbers.

“In dit gebied zie je vaak wat boos en woest kijkende mannen”, zegt Laarhoven als de bus richting het plaatsje Yatar rijdt. “De regering in Beiroet heeft hier geen macht. Als er weer oorlog zou uitbreken, trekken de mensen van de Libanese politie hun uniformen uit en voegen zich bij hun eigen bevolkingsgroep. De autoriteiten hier zijn de mannen van de gele vlag.”

Hezbollah

Geel is de kleur van Hezbollah, de militante sjiitische strijdgroep die opkwam na de Israëlische invasie in Libanon van 1982. Hezbollah, door onder meer de VS, de EU en Israël aangemerkt als terroristische groepering, heeft een dominante positie in Zuid-Libanon. De lokale aanhangers zien de beweging als garantie tegen een nieuwe invasie door Israël.

Die kwam er toch, in 2006, tijdens de tweede Israëlische-Libanese oorlog. Maar daarna is er een periode van relatieve rust ingetreden. Er zijn wel berichten dat mogelijk drieduizend Hezbollah-aanhangers in Zuid-Libanon zich aan het bewapenen zijn. Oud-marechaussee Jan Holwerda (61) vraagt zich af hoe lang het nog rustig zal blijven. “De economie loopt slecht en er zijn hier te veel jonge mannen die niets te doen hebben. Zolang je hier Hezbollah hebt zitten en Amal en ook christenen, dan gaat het gewoon een keer weer fout.”

“Ik ben nog altijd waakzaam, we worden hier goed in de gaten gehouden”, zegt Hans Dijkstra, tijdens een wandeling door het Hezbollah-bolwerk Haris, waar destijds het Nederlands hoofdkwartier was gevestigd. “Ik zag net een auto twee keer voorbijrijden, en ook een brommer. Dat ik daar nog steeds op let is een automatisme geworden.”

Glaasje thee

De veteranen vinden het prachtig om de plaatsen te bezoeken waar ze ooit hebben gediend. Het zijn vaak observatieposten met illustere namen als post 7-4 of 7-20 alfa, of met bijnamen als Fort Wanhoop en Charly Angels. De mannen wijzen elkaar kogelgaten aan, en plaatsen waar een mortier is ingeslagen. Ze halen herinneringen op aan hoe ze op ‘sociale patrouille’ gingen: theedrinken bij Libanezen. “Wij waren als Hollanders een stuk relaxter in ons optreden dan veel andere landen binnen Unifil, en dat viel goed bij de bevolking”, zegt André Matthijssen (56).

Ook nu nog worden de veteranen gastvrij onthaald. “Als ik dit ruik, komen alle herinneringen weer boven”, zegt Matthijssen, terwijl hij nipt van een glaasje thee dat hem is aangereikt door een Libanees gezin dat in een voormalige observatiepost woont. Een veteraan komt met oude foto’s voor de dag, een Libanese herkent zichzelf daarop als meisje van acht.

De meeste posten zijn vervallen en soms al gesloopt, zoals een hoofdgebouw van de basis waar Matthijssen was gestationeerd. “Ik ben er helemaal kapot van”, verzucht hij. Uit het puin dat is achtergebleven raapt hij een paar steentjes op met blauwe verf erop, de VN-kleur. Die gaan mee als souvenir. “Het is toch een deel van je verleden dat hier nu is verdwenen en dat nooit meer terugkomt. Ik heb hier een hele leuke tijd gehad, zo ervaar ik dat nog steeds.”

Unifil-veteraan Richard Vermeulen blaast bellen met Libanese kinderen in het zuiden van het land, voor wie hij cadeautjes heeft meegebracht. Beeld Gert Jan Rohmensen

Slapeloze nachten

Veel anderen denken er net zo over. Toch hebben sommigen naderhand problemen gekregen. Iemand als Wildeboer, die elk jaar weer overspannen werd en uiteindelijk in therapie ging, maar ook anderen raakten in grote geestelijke nood.

Het is bijna onmogelijk om iemand die hier niet is geweest uit te leggen wat wij hebben meegemaakt, zegt een van de veteranen. “Ik ben 36 jaar getrouwd en mijn vrouw heeft er nooit naar gevraagd. We hebben in totaal misschien een kwartier over mijn Unifil-tijd gepraat.”

Hij heeft zich enige tijd geleden gemeld bij het veteranenloket met PTSS-klachten. Een burn-out en voortdurende slapeloze nachten maakten hem wanhopig. “Ik heb al een keer met een touw in mijn handen gestaan”, vertelt hij. “Terwijl ik de balken aan het plafond bekeek, keek ik over m’n schouder en zag m’n gezin daar denkbeeldig staan. Ik dacht: dit kun je toch niet maken man.” Deze veteraan wil niet met zijn naam in de krant omdat zijn familie hiervan niet op de hoogte is.

Soldatenhumor

Wanneer zijn therapie kan beginnen weet hij nog niet, maar intussen hoorde hij over de terugkeerreis naar Zuid-Libanon en meldde zich aan. “Ik ben zo blij dat ik dat gedaan heb. Al deze veteranen begrijpen elkaar met twee woorden, en ik ken niemand uit deze groep. Het voelt zo goed dat ik straks misschien wel weer beter ben voordat de therapie is begonnen.”

Naarmate de reis vordert wordt de sfeer losser, komt de soldatenhumor naar boven en neemt men elkaar met snelle grappen de maat. Maar op andere momenten is er ernst en zorg voor elkaar als het iemand even te veel wordt, zoals tijdens de herdenkingen van de negen Nederlandse militairen die gedurende de missie zijn gesneuveld.

“Zo’n terugkeerreis kan een bijzonder helende ervaring zijn, bijvoorbeeld aan het eind van een PTSS-therapie”, zegt humanistisch raadsman Hetebrij.

Doodmoe

Ook Wim Wildeboer is blij dat hij is meegegaan, en dat hij zijn zoon heeft meegenomen. Hij vindt het wel vermoeiend. “Woensdag ben ik in het hotel gebleven, ik was doodmoe van alle indrukken die je hier krijgt. Ik moest echt een dag rust hebben om het te verwerken.”

Desondanks geniet hij ervan. “Afgelopen maandagavond waren mijn zoon en ik op onze kamer en we konden allebei niet slapen. We hadden elkaar iets te vertellen, het werd een mooi vader-zoon-moment. Hij zei: ‘Pa, ik zie je weer lachen, je bent er weer’.”

De naam van de anonieme veteraan in dit verhaal is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook: 

Reis naar Libanon kan Unifil-veteranen helpen

Libanon-veteranen die terug willen naar het gebied waar ze dienden bij Unifil, kunnen nu terecht in Tyrus.

‘Defensie betaalt Libanonveteranen miljoenen’

Het lijkt erop dat het ministerie van Defensie schadevergoedingen gaat betalen aan Libanonveteranen, die tijdens hun uitzending PTSS (posttraumatische stressstoornis) hebben opgelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden