Unicef hekelt gezeul met vluchtelingenkind

Directeur Wijbrandi: Verkassen van opvang naar opvang strookt niet met kinderrechten

Directeur Jan Bouke Wijbrandi van Unicef Nederland heeft grote bezwaren tegen het 'verkassen' van vluchtelingenkinderen van noodopvang naar noodopvang. Volgens het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties hoort bij de overheid het belang van het kind altijd voorop te staan. "Staat dat wel voorop, als je ziet hoe kinderen om de paar dagen moeten verkassen van noodopvang naar noodopvang? Weet u wel hoe slecht dat is voor een getraumatiseerd kind", zo vraagt Wijbrandi in een tweegesprek aan staatssecretaris Martin van Rijn (volksgezondheid). Het gesprek wordt morgen in de Verdieping gepubliceerd.

Wijbrandi zegt in het interview dat door de grote toestroom van vluchtelingen naar Nederland een klimaat dreigt te ontstaan waarin wordt gezegd: "Zullen we de mensenrechten maar eens een beetje opschorten?" Hij roept de staatssecretaris op zich te houden aan het uitgangspunt dat een vluchtelingenkind op de eerste plaats kind is en pas daarna vluchteling. "Dan heb je daarna veel praktische problemen op te lossen, maar in die volgorde", aldus Wijbrandi.

Van Rijn zegt in zijn antwoord dat de situatie door de grote toestroom van vluchtelingen nu wel heel bijzonder is. Maar volgens hem is de opvang goed geregeld en de regering wil de mensenrechten respecteren. Hij benadrukt dat de verhuizingen van de vluchtelingenkinderen gebeuren in een veilig land. "De kinderen hebben trauma's opgelopen in oorlogsgebied. Ze moesten huis en haard achterlaten, omdat ze voor hun leven moesten vrezen. Ja, ze komen hier in een noodopvang terecht en ja, ze moeten vaak wel drie keer verhuizen. En wij weten dat drie keer verhuizen slechter is dan twee keer. Maar ze verhuizen wel in een veilig land."

Tijdens een Kamerdebat over de jeugdzorg maakten ook de oppositiepartijen GroenLinks, D66, SP en ChristenUnie zich gisteren druk over de positie van vluchtelingenkinderen in de noodopvang. Ook Linda Voortman (GroenLinks) stelde het 'gezeul' met kinderen aan de kaak. De Kamerleden uit de oppositie waren eveneens bezorgd over de hulp aan getraumatiseerde kinderen. Kinderen zonder papieren hebben slechts recht op maximaal een half jaar zorg. Dit om te voorkomen dat recht op zorg uitzetting in de weg staat. Voortman: "Maar of een kind zorg krijgt moet afhangen van de zorgvraag, niet of het kind al dan niet wordt uitgezet."

Van Rijn wees erop dat na een half jaar zorg altijd een herbeoordeling volgt. De zorg stopt dan niet zonder meer. "Het belang van het kind is leidend, maar het maakt wel uit hoe de zorg wordt verleend, als bekend is dat een kind binnen een maand wordt uitgezet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden