Uitvalsbasis Pakistan

Terwijl Nederlandse troepen zich voorbereiden op hun missie in de Afghaanse provincie Uruzgan, breiden de Taliban hun macht in Pakistan uit. De grensprovincies worden gebruikt als uitvalsbasis voor aanvallen op de internationale troepen in Afghanistan.

door Suzanna Koster

’Pakistaanse Taliban’ zwaaien sinds enkele maanden de scepter in de tribale gebieden langs de Afghaanse grens. Ze leggen de bevolking strikte islamitische wetgeving op en vallen de coalitietroepen in Afghanistan aan.

De militanten zijn het machtigste in Noord- en Zuid-Waziristan, twee van de zeven tribale ’agentschappen’ in de Federaal Bestuurde Tribale Gebieden (Fata). Er geldt geen Pakistaanse wetgeving, wel een systeem van lokale raden. Winkeleigenaren mogen geen muziek of video’s meer verkopen en kappers is opgedragen geen baarden meer te scheren. Kranten zijn niet meer verkrijgbaar sinds de bezorgauto werd aangevallen en in brand gestoken.

Eerder dit jaar doodden de lokale Taliban meer dan twintig vermoedelijke criminelen. Ze werden twee dagen aan een boom gehangen in Miran Shah en vervolgens werden de lichamen aan auto’s vastgebonden en door de stad gesleept.

„Het is een chaotische toestand. We zijn ons leven niet zeker meer en de economische situatie heeft een dieptepunt bereikt. Van de 7000 winkels zijn er nog maar 400 over”, zegt Zafar Wazir, een lokale journalist uit Waziristan. Honderden vermeende voorstanders van de overheid zijn geëxecuteerd.

Volgens lokale media heeft zelfs Aftab Sherpao, de Pakistaanse minister van binnenlandse zaken, vorige maand in het kabinet gezegd dat Taliban-aanhangers het gezag van de overheid ’openlijk uitdagen’.

Een lokale militant, de 32-jarige Qalam Shah, die zijn sporen verdiende onder het Taliban-regime in Afghanistan, liet in een telefonisch interview weten dat de strijd doorgaat zolang de sjaria (islamitische wetgeving) niet volledig is heringevoerd. „We treuren nog steeds om het ter ziele gaan van de pure islamitische staat onder de leider van de moslims mollah Mohammad Omar”, zei Shah.

Volgens hem was Afghanistan onder de Taliban de enige echte islamitische staat ter wereld. „Geen enkele moslim moet denken dat er een andere versie bestaat. Dat type overheid willen we terug, en we willen het ook invoeren in ons tribale gebied”, aldus Shah, die zegt dat er geen sprake is van dwang. „Maar als iemand je geloof en overtuigingen bedreigt dan moet je wel hard en rigide zijn. De moedjahidien zijn onze broeders.”

De militanten bestaan uit een alliantie van oud-Taliban-strijders, Al-Kaida-vluchtelingen – vooral Oezbeken en Tadzjieken – en lokale militanten. Buitenlanders, die binnenkwamen sinds de oorlog tegen de sovjettroepen in Afghanistan in de jaren tachtig, zijn volledig geïntegreerd in de lokale bevolking.

Ze spreken de lokale Pasjtoe-taal en zijn getrouwd met lokale vrouwen. „Je kunt ze bijna geen buitenlanders noemen. Ze zijn niet te onderscheiden van de plaatselijke bevolking”, zegt een veiligheidsfunctionaris.

Via een satelliettelefoon vanuit een onbekende locatie prijst Haji Omar – een lokale Taliban-leider, die jarenlang vocht aan de zijde van de Afghaanse Taliban – de buitenlandse Al-Kaida-militanten: „Wij noemen ze moedjahidien die streden in de Afghaanse oorlog. Zij zijn onze broeders.”

De militanten werden jarenlang getraind voor hun ’heilige oorlog’, aanvankelijk met steun van de Pakistaanse en Amerikaanse overheden, die het sovjetleger wilden verslaan.

Pas na de aanslagen van 11 september 2001 stopte Pakistan zijn steun aan de Taliban. „Dat is moeilijk te verkopen”, zegt een lokale politieman. „Vijftien jaar lang vochten ze in de wetenschap dat ze als beloning gegarandeerd een plaats in de hemel zouden krijgen. Nu zijn ze plotseling terroristen.”

Ruim 80.000 Pakistaanse troepen proberen sinds twee jaar Al-Kaida-aanhangers en andere extremisten uit de weg te ruimen. Hoewel volgens Shaukat Sultan, woordvoerder van het Pakistaanse leger, honderden militanten zijn opgepakt, lijkt de operatie een averechts effect te hebben.

Een Pakistaanse veiligheidsfunctionaris beschrijft hoe een vredesverdrag tussen djihadi’s en het leger, twee jaar geleden, de status van de militanten verhoogde. In het verdrag kregen militanten geld ter compensatie van de verliezen die ze hadden geleden. Volgens de tribale gedachtegang krijgt grievende partij compensatiegeld van de foute partij. In de ogen van de lokale bevolking waren de militanten dus de machthebbenden geworden.

Ook militaire operaties, waarbij meer dan honderd onschuldige burgers omkwamen, hebben de lokale bevolking, die het leger aanvankelijk verwelkomde, in de armen van de militanten gedreven, zegt Maulana Miraj Uddin, parlementslid en geestelijke met een madrassa, religieuze school in Zuid-Waziristan.

„We hebben een traditioneel jirga-systeem (met lokale raden, red.) waarin we alles oplossen, maar het leger is aan al die regels voorbijgegaan. Nu is de situatie van kwaad tot erger geworden”, zegt hij in een telefonisch interview.

Volgens legerwoordvoerder Sultan had het leger geen andere keus. Het betrok de lokale raden in alle operaties totdat in 2003 bleek dat ze de buitenlandse militanten bleven beschermen. Het leger begon een reeks militaire operaties, waarbij honderden militairen sneuvelden.

Ook de Verenigde Staten voeren nu operaties uit. In januari dit jaar vernietigden ze een huis waar Ayman al-Zawahiri, de nummer twee van Al-Kaida, zich zou schuilhouden. Dertien mensen kwamen om. Lokale mensen zeggen dat er regelmatig onbemande Amerikaanse vliegtuigjes met raketten overvliegen.

Het puritanisme verspreidt zich ook naar niet-tribale gebieden van de Noordwestelijke Grensprovincie (NWFP). Vorige week verbrandden lokale geestelijken in Dir Bala radio- en televisietoestellen. En ze eisten het vertrek van hulporganisaties die volgens hen ’westerse levensstijlen’ propageerden.

Verder ontplofte ruim een maand geleden een op afstand bestuurbare bom in een politiewagen in Dera Ismail Khan, waarbij zeven mensen omkwamen.

De politie ontkent dat niet-tribale gebieden ’getalibaniseerd’ raken, maar maakt zich wel zorgen om ’mogelijke uitbreidingen’. „Het ontbreekt ons aan faciliteiten op alle gebieden: personeel, transport, logistiek, wapens, communicatie. We hebben niet eens genoeg om de normale criminaliteit aan te pakken”, vertelt een hooggeplaatste politieman in Pesjawar.

Een ambtenaar op het provinciale ministerie van binnenlandse zaken in Pesjawar blijft laconiek over de situatie in de niet-tribale gebieden. „Als iemand in een moskee zegt dat je je baard moet laten groeien dan maakt dat deel uit van onze religie. Dat is geen talibanisering.” De overheid in de Noordwestelijke provincie, een alliantie van religieuze partijen, staat bekend om zijn conservatieve agenda.

Ondertussen voeren de militanten aanvallen uit op de troepen in Afghanistan. En Nederland wordt geen uitzondering, waarschuwt Omar, een van hun leiders. „Dit is de djihad. De Nederlandse troepen maken deel uit van de door de Verenigde Staten geleide coalitietroepen die Afghanistan hebben bezet en daar een marionettenregime hebben neergezet. We beschouwen hen als de vijand. Voor ons is er geen verschil tussen Amerikaanse, Britse of Nederlandse troepen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden