Uitstoot verlagen op z'n Amerikaans

President Obama pakt de broeikasgassen aan. Nog steeds is niet iedereen overtuigd van het nut. Maar een teruglevertax op zonne-energie? Mwah.

BAS DEN HOND

BOSTON - Mensen met zonnepanelen op hun dak zijn profiteurs. En in Oklahoma pikken ze dat niet. Voor elke installatie die er nu nog bij komt en die energie teruglevert aan het elektriciteitsnet, moet de eigenaar een maandelijks bedrag betalen, zo staat in een vorige maand aangenomen wet. Want die eigenaar is dan gewoon een stroomproducent, en moet meebetalen aan dat netwerk.

Milieugroepen in de VS zijn er woest over. Zeker, zeggen ze, dankzij het net kun je terugleveren. Maar dankzij het terugleveren door zoveel huishoudens hoeft er minder stroom van ver weg te komen, waardoor er minder, of minder nieuwe, hoogspanningsleidingen nodig zijn. En zolang de wereld afstevent op een klimaatramp, moet je duurzame energie alleen maar stimuleren.

De ruzie is in meerdere opzichten typerend voor het energiedebat in de VS. Wind- en zonne-energie zijn er sterk in opkomst en worden door de overheid fors aangemoedigd, ook in Oklahoma. Maar er zijn ook tegenkrachten. Degenen in Oklahoma die het wetsvoorstel indienden, waren gesouffleerd door de adviesorganisatie voor volksvertegenwoordigers ALEC, de American Legislative Exchange Council. Die krijgt geld vanuit de fossiele energie-sector. Het lijkt erop dat olie- en kolenbedrijven maar al te graag een rem zetten op de ontwikkeling van concurrerende energiebronnen.

In Oklahoma heeft het gevecht om de terugleverheffing uiteindelijk een compromis opgeleverd dat gunstig uitpakt voor zonne-energie. De gouverneur van de staat heeft de wet ondertekend, maar de maatregel tegelijkertijd in de ijskast gezet. Zij mag de hoogte vaststellen en de precieze regels, en heeft besloten dat de heffing alleen zal worden toegepast als de netwerk-nood bijzonder hoog stijgt.

In Washington zullen de milieu-adviseurs van president Barack Obama en de directie van het Environmental Protection Agency het met plezier hebben zien gebeuren. Precies zo stellen ze zich voor dat het zal gaan met de maandag aangekondigde doelstellingen voor de uitstoot van CO2. In 2020 moet de uitstoot met 30 procent verminderd zijn in vergelijking met 2005. In 2050 zelfs met 83 procent. Maar hoe dat precies gaat gebeuren, moet iedere deelstaat zelf maar uitmaken. Volgend jaar moeten de nieuwe regels ingaan, en in 2016 moet elke staat een plan klaar hebben. Uitstel tot 2017 kunnen staten nog krijgen als ze in een groep samenwerken om een uitstootplan te maken.

Sommige staten zijn daar samen of alleen al lang mee bezig. Ze moesten wel, vonden ze, omdat in Washington het beleid stilstond. Goed, president Obama kondigde in 2009 nieuwe, strenge normen af voor het energiegebruik van auto's, en ook in de VS is de gloeilamp in de ban gedaan. Maar van het grote werk, hervorming van de elektriciteitsproductie, die een derde van de CO2-emissies veroorzaakt, kwam weinig terecht.

In 2009 stelde Obama bijvoorbeeld voor een systeem van uitstootvergunningen voor CO2 in te voeren. Er zou een maximum toegestane totale uitstoot komen, en dat totaal zou worden opgedeeld in verhandelbare partjes. Hetzelfde systeem als later de EU zou invoeren - met veel vallen en tot nu toe weinig opstaan, maar dat is een ander verhaal. Het plan kwam niet door het Congres, ondanks het feit dat de Democraten toen zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat een meerderheid hadden. De Republikeinen waren in de Senaat namelijk een grote minderheid, groot genoeg om wetgeving te kunnen blokkeren. En binnen die partij had klimaatverandering geen prioriteit, of werd het bestaan ervan zelfs betwijfeld.

Obama's voorganger George W. Bush had zich voor hij president werd ooit wel zorgelijk over het klimaat uitgesproken, net als veel andere Republikeinen, maar eenmaal in het Witte Huis was het eerder omgekeerd. Hij trok de VS terug uit de onderhandelingen die op de internationale conferentie in Kyoto in 1997 waren begonnen. En een van de meest vooraanstaande klimaatdeskundigen, James Hansen, klaagde zelfs dat hij op bevel van hogerhand niet meer vrijuit mocht spreken over de noodzaak van het snel terugdringen van de uitstoot.

De president die voor Bush twee termijnen regeerde, Bill Clinton, zag het probleem wel. Hij ondertekende het Kyoto-protocol, waarin de deelnemende rijke landen beloofden hun CO2-uitstoot te verlagen - maar hij legde het nooit ter ratificatie voor aan de Senaat, omdat het daar kansloos was.

Al die jaren is het klimaatbeleid van de VS daardoor eerder industriebeleid geweest: zonne- en windenergie werden gestimuleerd omdat ze 'groene banen' beloofden, of konden helpen het land onafhankelijker te maken van buitenlandse leveranciers van olie en gas. De uitstoot van CO2 ging ook omlaag als gevolg van de grote recessie: tussen 2007 en 2009 scheelde dat 8 procent. En de uitstoot daalt sindsdien doordat de VS op grote schaal de voorraden schaliegas aan het exploiteren zijn, waardoor de op broeikasgebied veel ongunstiger steenkool flinke concurrentie wordt aangedaan.

Het klimaatbeleid was vaak ook lokaal beleid. Op het gebied van auto-emissies liep Californië bijvoorbeeld vaak voorop. En in het oosten en noordoosten van de VS en Canada werken negen deelstaten en provincies al vijf jaar lang samen in het Regional Greenhouse Gas Initiative. Dat slaagde er in die periode in de broeikas-uitstoot door elektriciteitscentrales met 29 procent te verlagen, terwijl de elektriciteitsprijzen met 8 procent daalden.

Zulke samenwerkingsverbanden en andere inspanningen van staten worden in de nieuwe plannen van de regering-Obama beloond. Een verlaging van de uitstoot die een staat zelf al voor elkaar heeft gekregen, mag worden meegeteld. Daar staat tegenover dat een staat als West-Virginia, die voor 95 procent op kolenstook draait, in het plan van de regering-Obama wat wordt ontzien en de uitstoot maar 23 procent hoeft te verminderen. Dat heeft overigens senator Nick Rahall uit die staat niet milder gestemd: hij heeft gezworen het plan bij wet te blokkeren - Democraat of niet. Veel Republikeinen zeggen het hem na, met als argument dat het plan vooral zal zorgen voor hogere elektriciteitsprijzen en dus minder economische groei.

Maar eenvoudig zal het niet zijn het plan te stoppen, want Obama heeft het Hooggerechtshof al aan zijn kant. In 2009 besliste het, dat de EPA een al lang bestaande 'Wet op de schone lucht' zo mag interpreteren, moet interpreteren zelfs, dat CO2 gewoon vervuiling is. Daarmee had het klimaatprobleem een juridisch stempel van echtheid gekregen dat het in de politiek nog niet had.

En dat geldt tot op de dag van vandaag: van alle Amerikanen denkt twee derde dat het in de afgelopen jaren echt warmer is geworden. Maar van alle Republikeinen denkt maar een kleine helft dat. Bij die partij zit de tegenstand bij de rechtervleugel, de antibelasting-activisten van de Tea Party. Reken je hen niet mee, dan zijn ook de meeste Republikeinen overtuigd van de ernst van het klimaatprobleem.

De opstelling van de Tea Party maakt het voor veel Republikeinse politici nog steeds moeilijk om zich openlijk zorgen te maken over een probleem dat ze vermoedelijk heus wel zien. Een paar weken geleden bracht dat Marco Rubio in de problemen. Hij is een senator uit Florida die door zijn Cubaanse komaf een breder publiek zou kunnen aanspreken dan alleen oudere, blanke mannen. Dat maakt hem een van de weinigen die misschien Hillary Clinton van het presidentschap af kunnen houden.

In een interview zei Rubio, dat het idee dat de mens het klimaat kan veranderen, onzin is. Daar stak in een media een storm van kritiek over op. Na orkaan Sandy en de bosbranden in Californië en andere westelijke staten zijn de meeste kranten en tv-stations de laatste jaren afgestapt van hun omzichtige verslaggeving over klimaatverandering, met standaardformuleringen van het type 'wetenschappers zeggen dat... maar anderen weerspreken dat nog'. In een praatprogramma op zakenzender CNBC werd Rubio uitgedaagd door de niet bepaald linkse presentator Joe Kernen: "Zeg me na: ik geloof dat het klimaat verandert. Da's alles wat je hoeft te zeggen". Rubio: "Dat heb ik ook echt gezegd. Maar wat ik niet geloof is, dat deze wetten er iets aan kunnen veranderen."

Het lijkt erop dat olie- en kolenbedrijven maar al te graag een rem zetten op de ontwikkeling van concurrerende energiebronnen

De Jim Bridger-kolencentrale buiten Point of the Rocks, in de staat Wyoming.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden