Uitsluiten van Italië doet meer kwaad dan goed

In Italië heeft zich een waar wonder voltrokken. Jarenlang was er hoge inflatie en de overheidsbegroting vertoonde enorme tekorten. Het afgelopen jaar is zowel de geldontwaarding als het overheidstekort teruggedrongen naar het laagste niveau sinds vele decennia. In heel Europa is er grote bewondering voor deze prestatie van de centrum-linkse regering-Prodi.

WIM SCHOUTENDORP

Maar juist omdat het allemaal zo snel ging, is er ook twijfel. Zoals over de vraag of het politiek en economisch instabiele Italië wel echt en blijvend is veranderd.

Bij het naderbij komen van de Europese top begin mei, waar wordt beslist welke landen mogen deelnemen aan de komende Europese muntunie, loopt de nervositeit op. Alle ogen zijn op Italië gericht. En inmiddels ook op Nederland, waar minister Gerrit Zalm van financiën en diens partij, de VVD, zich opwerpen als verklaarde tegenstanders van een Italiaanse toetreding tot het euro-blok. Los van de vraag wat er waar is van het bericht in NRC Handelsblad dat Zalm premier Kok heeft gedreigd met aftreden, ook andere journalisten vertelde hij dat toelating van Italië betekent dat “wij onze goede gulden weggooien”.

De harde opstelling van de VVD is niet zonder gevaar. Allereerst ondermijnt het de kandidatuur van Wim Duisenberg als beoogd president van de Europese centrale bank. Want wie zich keert tegen Italië, hoewel dat land nu ruim voldoet aan de belangrijkste voorwaarden tot toelating, zal recht in de leer ook verzet moeten aantekenen tegen Duitsland. Bonn heeft, zoals bekend, net als Parijs het toelatingscriterium van een begrotingstekort van maximaal 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) vanwege economische tegenwind waarschijnlijk net niet gehaald.

Zonder Duitse steun kan de toch al door Parijs gewantrouwde Nederlandse topbankier het wel schudden. Sterker nog: als de sleutellanden Duitsland en Frankrijk volgens een boekhoudkundige uitleg van het Verdrag van Maastricht in de wachtkamer moeten blijven, gaat de hele muntunie niet door.

Op zo'n doem-scenario zit het Nederlandse bedrijfsleven bepaald niet te wachten. Het niet doorgaan van de muntunie zou een vertrouwenscrisis uitlokken en de integratie van Europa voor jaren doen stokken. Vandaar dat de Nederlandsche Bank de door Zalm aangerichte schade zoveel mogelijk probeert te beperken. Olaf Sleijpen, de officiële woordvoerder van de centrale bank, liet zich eergisteren, in een interview voor de Italiaanse radio, althans opmerkelijk lovend uit over Italië. “Als we kijken naar wat (Rome) tot nu toe heeft gedaan op het gebied van inflatie en overheidsfinanciën, zijn de resultaten heel goed geweest”, zei hij. “Werkelijk indrukwekkend.”

Zalm speelt politiek gezien met vuur, maar heeft hij inhoudelijk misschien toch gelijk? Italië was tot voor kort inderdaad een zeer problematisch land. Al sinds de Tweede Wereldoorlog worden regeringen gemiddeld al na ruim een jaar door een politieke crisis onderuitgehaald. De huidige regeerploeg van Romano Prodi, aangetreden voorjaar 1996, is echter van een nieuw type. Voor het eerst maakt de PDS, de opvolger van de legendarische communistische partij PCI, er deel van uit.

Maar premier Prodi is afhankelijk van parlementaire steun van een dogmatische afsplitsing van de PDS. Het afgelopen najaar poogde deze fractie Prodi ten val te brengen naar aanleiding van bezuinigingsplannen op de sociale zekerheid. Maar omdat bleek dat er geen alternatieven waren, bonden ze weer snel in. Inmiddels is de electorale basis van deze radicale partij sterk versmald. De Italiaanse kiezers horen dolgraag bij Europa en zijn blijkbaar bereid daar veel voor in te leveren.

Een ander VVD-verwijt aan Italië betreft de staatsschuld van 122 procent van het BBP, ruim het dubbele van de 60 procent die volgens 'Maastricht' is toegestaan. België, waar de staatsschuld rond 130 procent van het BBP bedraagt, staat er overigens nog slechter voor. Maar daar horen we Zalm niet over.

De regering-Prodi is echter terdege van plan hier wat aan te doen. Nu het jaarlijkse begrotingstekort meer dan gehalveerd is (van 6,7 procent BBP in 1996 zakte het naar 2,8 procent over '97) en de hoge rentetarieven in het land - door het hernieuwde vertrouwen van de financiële markten- bijna naar het lage Duitse niveau zijn gezakt, ontstaan er nu voor het eerst ook mogelijkheden die staatsschuld daadwerkelijk terug te dringen. Ook de privatisering van staatsbedrijven kan meehelpen de schuldenlast te verminderen.

Minister Ciampi van financiën verwacht de staatsschuld in vijf tot zes jaar te kunnen terugdringen naar 100 procent van het BBP, en vervolgens naar 60 procent in het jaar 2010 of 2011. In april zal hij hiertoe een plan indienen. Of dit realistisch is hangt mede af van de overheidsinkomsten, en dus van de economische groei. Maar die begint juist weer aardig aan te trekken, onder meer als resultaat van een succesvol regeringsbeleid om de aankoop van auto's te stimuleren.

Op de financiële markten in Europa wordt er inmiddels algemeen van uitgegaan dat Italië er op geloofwaardige wijze in is geslaagd deelname aan de muntunie daadwerkelijk af te dwingen. In ieder geval zullen de kosten van het uitsluiten van Italië veel hoger zijn dan die van het toelaten. Een onverwachte afwijzing zou meer kwaad dan goed doen, oordelen analisten.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden