Uitruiming

Het is een zinnetje dat me na tientallen jaren nog bijblijft: 'Bij ons in de familie is het het hoofd.' Mijn grootmoeder Suzanne probeerde toen de adolescent die ik was misschien gerust te stellen. Nee, bij de Ephi's vind je geen kanker, maar we krijgen wel iets anders daarvoor in de plaats: de zwakke schakel zit in ons hoofd. We rotten dus weg bij de hersenen, maar het is niet zo pijnlijk als een uitgezaaide tumor.

Hoe we op dit onderwerp waren gekomen, weet ik niet, maar haar mededeling klonk inderdaad geruststellend. Waarschijnlijk had het met haar luchtige toon te maken. Of met het feit dat ze aardappelen aan het schillen was en dat haar konijn in de oven zo lekker rook. Oma Suzanne werd uiteindelijk 95 jaar. Ze stierf op een rustig manier en dement was ze zeker niet.

De vloek van de Ephi's leek meer in mijn andere grootmoeder geïnteresseerd, die trouwens helemaal geen Ephi was, maar een Morata. Ik had wel gemerkt dat oma Carmen steeds ongeruster werd. Ze leek wel in een permanente wedstrijd met zichzelf te zijn verwikkeld. Alles moest vandaag sneller gaan dan gisteren. Ze zou zich heus wel weer overtreffen in koken, afwassen of boodschappen doen. Als mijn vader haar weer thuisbracht, zweepte ze hem voordurend op. Sneller, moest hij rijden! Alsof de duivel haar op de hielen zat.

De volgende fase werd die van de invallende duisternis. Oma werd steeds somberder en gedeprimeerder. En trager. En stiller. Ze werd door een kolkende depressie van het licht weggehouden. Haar verschillende gezichtsuitdrukkingen leken in nog maar één plooi samengeperst: die van een bodemloze onverschilligheid. Ze wist niet meer wie haar overleden man was geweest en dat ze überhaupt ooit was getrouwd. Totdat ze haar kleinzoon die ze zo lief had gehad, niet meer herkende. Ze bracht haar laatste dagen door liggend op haar bed, de blik strak gericht op iets wat we niet konden zien.

Achteraf verzon ik een metafoor die haar dementie voor mij moest uitbeelden. Een onbekende was iedere nacht terwijl ze sliep met een enorme kolenschop bezig geweest. Met zijn grove gereedschap moest hij die bergen aan fijne herinneringen, kleuren, gevoelens, woorden, smaken die nog in haar stonden naar buiten verplaatsen. Dit sluit vrij goed aan met de uitdrukking die Bert Keizer in zijn column over dementie gebruikte: 'Het is een gruwelijke uitruiming van je innerlijk.' Ik wil vooral niet interveniëren in de polemiek tussen hem en Jean-Jacques Suurmond. Alleen uitleggen hoe pijnlijk het is om te zien hoe iemand die je zo lief hebt gehad, in een leeg omhulsel wordt veranderd.

Of oma Carmen tijdens haar snelle aftakeling heeft geleden weet ik niet. Maar ik weet zeker dat ze door een onmetelijke droefheid werd geplaagd. Met andere woorden: ik heb haar ziel niet zien glanzen. Omdat die al was verdampt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden