Uitputtend enthousiasme

GER GROOT

De splinternieuwe opera 'Au monde' van Philippe Boesmans, die ik een paar dagen geleden in de Brusselse Muntschouwburg zag, heeft geen briljant libretto nodig om betoverend te klinken. Toch schoot ik op één moment overeind door wát, en niet alleen door hóe, er gezongen werd.

'Waarom zijn we allemaal zo uitgeput?' - zo klonk het uit de mond van een van de zangeressen. 'Ooit was ons beloofd dat ons al het werk uit handen zou worden genomen. In werkelijkheid zijn we alleen maar steeds bedrijviger geworden - en vermoeider.'

In deze maand van de techniekfilosofie wemelt het in de wijsgerige beschouwingen van de robots die de ene taak na de andere van ons overnemen. We zijn er niet uitgeruster door geworden, integendeel. 'Eight days a week' is allang geen Beatles-liedje meer, maar het takenschema dat we onszelf opleggen.

Hologig van vermoeidheid gaan wij het weekend in en hologig zit ik op zondagochtend dit stukje te tikken dat u op dinsdagochtend niet wilt missen. Zo houden wij elkaar aardig bezig.

Nu in onze materiële behoeften grotendeels is voorzien, hebben wij de rat-race van onze arbeid naar het geestelijke verlegd. Schrijvers maken almaar meer boeken, zodat lezers almaar meer moeten lezen. De televisie produceert het ene interessante programma na het andere; op 'Uitzending gemist' is er geen bijhouden meer aan. De moderne burger heeft de plicht op de hoogte te blijven en dus informeert hij zich een ongeluk.

In de jaren zestig maakte Toon Hermans er al een beroemd geworden conference over: 'Pa is moe en moe is moe'. Zijn remedie: mensen die van hun werk weten te genieten hebben van die vermoeidheid geen last. Dat klonk aanstekelijk, maar gaat allang niet meer op.

Wat ons nu uitput, is juist een gevolg van ons enthousiasme. Natuurlijk lezen wij de laatste roman van onze lievelingsschrijver zodra die in de winkel ligt, en natuurlijk bent u vanochtend (op mijn zestigste verjaardag) extra vroeg opgestaan voor uw favoriete column. Moe zijn we niet door tegenzin, maar doordat wij overlopen van verlangen naar zaken die ontegenzeglijk lovenswaardig zijn. Hoe zouden we ons beklagen over alle informatie die ons ter beschikking staat of het geluk alle boeken te kunnen lezen, films te zien, opera's te horen die we willen?

Eén van de weinige keren waarop Marx zich heeft uitgelaten over het leven na de proletarische omwenteling, moet hij een mens hebben geschetst die 's ochtend jaagde, 's middags viste en 's avonds las. Ongetwijfeld in de 'Marx-Engels-Gesamtausgabe', zoals spotters opmerkten. Van die idylle lijkt het, ook zonder revolutie maar mét robots, maar niet te komen. Wij hoeven niet meer te zwoegen, maar we blijven elkaar én onszelf opjagen: als het niet meer gelezen of geschreven boeken zijn, dan wel een nóg sneller gelopen halve marathon, een nóg verdere reis, of desnoods nóg meer vissen gevangen aan de waterkant.

Robots zullen dat probleem niet voor ons oplossen. Zelfs als ze boeken leren lezen of hardlopen, kunnen ze dat niet voor míj doen. Dus jaag ik mij op tot het uiterste. Tot ik in de opera overeind schiet bij de klacht die ik zo goed herken. Over de menselijke bedrijvigheid die alles uit het leven wil halen wat erin zit, tot we er uit loutere drift tot zelfovertreffing bij neervallen.

Het was een welbestede avond in de Brusselse Munt. Zo'n avond waarop ik opnieuw begrijp waarom ik het programma daar zo gretig volg. Want ik moet het allemaal hebben gezien, gehoord, genoten. Geen première zal mij ontgaan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden