Uithuilen en opnieuw beginnen

Moslims hebben de sharia, de reformatorische gelovigen hebben 'artikel 36 NGB'. Dat artikel behelst een oproep om alles wat niet gereformeerd is 'uit te roeien'. Een achterhaald relict, legt Sam Janse uit.

Sam Janse (1949) is bijbelwetenschapper. Hij publiceert regelmatig in Letter&Geest. Hij schreef 'De tegenstem van Jezus. Over geweld in het Nieuwe Testament' (2006).

In de raadsvergadering van de gemeente Krimpenerwaard kwam in het begin van dit jaar het punt aan de orde: verhuizing van de moskee in Schoonhoven. Het leek een hamerstuk, maar de SGP-fractie ging dwarsliggen. Woordvoerder Eric Koelewijn sprak zich ertegen uit, omdat het hier ging om een valse godsdienst. Allah is een andere god dan die van de Bijbel.

Reuring in de raad. Verwijten van intolerantie. Verwijzing naar het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van onze grondwet. Het is de lakmoesproef voor de SGP: stemmen voor of tegen de bouw van een moskee?

Er is op het reformatorische grondvlak wel wat sympathie voor Wilders. Hij spreekt duidelijke taal, ook weer in zijn laatste verkiezingsprogramma: 'Alle moskeeën en islamitische scholen dicht, verbod koran.'

Toch zit SGP-fractieleider Van der Staaij op een andere lijn dan Wilders, die regelmatig schermt met 'christelijke waarden'. "Noem eens een aantal christelijke waarden", vroeg Van der Staaij hem destijds in een Kamerdebat. Zijn opponent kwam niet verder dan 'opkomen voor ons eigen volk'.

De SGP zit er wel mee. Is er ruimte voor moskeeën in ons land? Eind 2002 zei de toenmalig fractievoorzitter van de partij, Bas van der Vlies, in een interview met de Volkskrant dat hij de bouw van moskeeën wilde tegenhouden. 'Valse religies' moeten uit het openbare leven worden 'geweerd'. Zo heb ik het Van der Staaij nog niet horen zeggen. Die spreekt wel regelmatig over 'wijze terughoudendheid' bij de bouw van moskeeën en minaretten. Misschien verraadt dit ook enige terughoudendheid om zich al te principieel op te stellen.

Wie zich in deze discussie mengt, krijgt van SGP-zijde al gauw iets te horen over 'artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis'. Het beginselprogramma van de partij zet in met dit geschrift waarin de theoloog Guido de Brès in 1561 het gereformeerde geloof uitlegde aan de katholieke overheid. Het werd een kerntekst van het gereformeerd protestantisme. In het voorlaatste artikel stelde De Brès dat de overheid er is om 'de hand te houden aan den heiligen kerkendienst; om te weren en uit te roeien alle afGoderij en valsen Godsdienst, om het rijk van den antichrist te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.' Ik citeer hier een online-versie die in de archaïsche taal en spelling naast zestiende-eeuwse theologie ook eenentwintigste-eeuwse nostalgie laat zien.

In de zeventiende eeuw leidde dit artikel tot discriminerende maatregelen tegen rooms-katholieken en protestantse dissidenten. Geen brandstapels, wel schuilkerken. Een vooruitgang, maar geen toonbeeld van tolerantie. De SGP beroept zich nog steeds op artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB). Is dat verstandig?

Iedere SGP'er weet dat het artikel niet meer te handhaven is. Het Reformatorisch Dagblad vermeldde twaalf jaar geleden al dat veel SGP-raadsleden het moeilijk vinden om vóór de eventuele bouw van een rooms-katholieke kerk of een synagoge te stemmen. Maar ook dat ze het nog moeilijker vinden om tegen te stemmen. Waar ligt de grens? Bij de islam ligt dat schijnbaar duidelijker: dat is een andere godsdienst.

Maar het is een volstrekt selectieve en willekeurige toepassing van het beginsel. Als moskeeën niet toegestaan moeten worden, hoe zit het dan met instellingen, opleidingen, tijdschriften en kranten van vrijdenkers, agnosten en atheïsten? Moeten SGP'ers daartegen niet protesteren? Bijvoorbeeld bij de toewijzing van een gebouw aan de Universiteit voor Humanistiek? Dat is een on-gereformeerde, misschien wel anti-gereformeerde instelling, en moet de overheid die niet weren? Moet alle openbaar onderwijs niet afgeschaft, of beter nog: gekerstend worden in de geest van gereformeerd onderwijs en moeten SGP'ers daar niet onophoudelijk op wijzen? Artikel 17 van het SGP-beginselprogramma luidt: 'Op de overheid rust de zorg, dat al het onderwijs overeenkomstig de norm van Gods Woord is'.

SGP'ers beseffen dat dat het einde is van alle constructieve politiek. Maar waarom dan de moskee er uitgepikt? Delen reformatorische christenen niet meer met moslims dan met seculieren? Vrouwen uit refo-kringen, die hun hoed opzetten voor ze de kerk binnenstappen, zijn in de verte cultureel verwant met moslimvrouwen met een hoofddoek. Over abortus, homofilie, vrouwenemancipatie, euthanasie en evolutietheorie denken reformatorische christenen in grote lijnen hetzelfde als hun moslim-neven en -nichten.

Ik denk dat de focus nu op de islam ligt, omdat ook SGP'ers beducht zijn voor het intolerante karakter van deze religie. Stel je voor dat de moslims hier aan de macht komen en een polderkalifaat stichten... Het lijkt op het scenario dat de Franse schrijver Michel Houellebecq beschrijft, waarin Frankrijk in 2022 een moslimregering krijgt. Het is rijkelijk fantastisch, maar wie durft tegenwoordig nog van een scenario te zeggen dat het onmogelijk is?

Toch wringt hier iets in het SGP-standpunt. Hier wordt met verwijzing naar artikel 36 van de NGB geprobeerd om 'artikel 36 van de sharia' op afstand te houden: 'om de hand te houden aan de heilige moskeedienst; om te weren en uit te roeien alle afGoderij en valsen Godsdienst, om de rijken van Joden en christenen te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Allah te doen vorderen, het woord des Korans overal te doen prediken, opdat Allah van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.' Ik hoef helemaal niet zo veel te veranderen om van een reformatorische belijdenis een islamitische tekst te maken.

De sharia is voor de SGP een spiegel. Vandaar mijn vraag: bedoelt u dit werkelijk, een soort reformatorische sharia? Daarbij hoeft u nog niet eens te denken aan IS-praktijken, want shariatoepassingen zijn er in allerlei soorten, maten en graden, van een lichte achterstelling van dissidenten tot gedwongen bekering. Moslims kunnen u daar zo nodig bij adviseren, want ze hebben het in de loop van hun geschiedenis allemaal uitgeprobeerd en hebben op dit punt zeker zoveel ervaring opgebouwd als christenen.

Daarbij moeten we toegeven dat moslims de kunst van het discrimineren hebben afgekeken van christenen. Vereerders van de oude Romeinse en Griekse goden, Joden en christelijke dissidenten werden vanaf de vierde eeuw in het Romeinse Rijk niet omgebracht, maar gediscrimineerd. In toenemende mate. De Codex Theodosianus, een verzameling wetten die in 438 is geboekstaafd, bepaalt dat oude synagogen wel mogen worden hersteld, maar dat er geen nieuwe mogen worden gebouwd.

De van oorsprong Egyptische schrijfster Bat Ye'or wijst er in haar boek 'Le Dhimmi' (1980) op, dat er van hieruit een duidelijke lijn loopt naar de bepalingen van de sharia. Toen moslims grote delen van het Oost-Romeinse Rijk hadden veroverd, namen ze veel van de bestaande wetgeving over, maar nu met de islam als bovenliggende partij. Beperkende wetgeving ten aanzien van proselitisme, blasfemie, geloofsafval, de bouw van bedehuizen: het is allemaal al door christenen bedacht.

De sterfhuisconstructie waarmee de islam geleidelijk godsdienstige minderheden in zijn midden opruimt, is van christelijke oorsprong. En, ere wie ere toekomt, moslims hebben het creatiever en effectiever aangepakt dan christenen. De eliminatie van Joodse en christelijke minderheden in het Midden-Oosten minus Israël is nu bijna voltooid. Het is een koekje van eigen deeg, een harde les voor christenen die menen dat een geloofskeuze met drang of dwang bewerkt kan worden.

De theoloog Ambrosius heeft daar een werkzaam aandeel in gehad. Hij schrijft een brief aan keizer Theodosius over de vernietiging van de synagoge van Callinicum, een plaats aan de Eufraat (388 n. C). Een christelijke bende had, onder leiding van de bisschop, het gebouw in brand gestoken, en de keizer neemt maatregelen: de misdadigers moeten worden gestraft en de schuldigen moeten het herstel van de synagoge betalen. Voor ons rechtsgevoel redelijke maatregelen. Ambrosius protesteert echter. Hij geeft toe dat er een strafbaar feit is gepleegd, maar met christelijk geld mag nooit een synagoge worden gebouwd. Nog een veelzeggend detail: de stad Callinicum heet nu Raqqa, welbekend van het nieuws: in 2013 werd de stad veroverd door IS, en uitgeroepen tot hoofdstad van het kalifaat. Strijders van deze groep staken het interieur van de katholieke Sayida al-Bsharakerk in brand.

Mijn kernvraag aan de SGP: is de theocratische gedachte wel zo bijbels? Inderdaad, we vinden haar in het Oude Testament. Gehoorzaamheid aan de wetten van God moet in het openbare leven worden afgedwongen. Volgens Numeri 15:35 moet de sabbatsschender gestenigd worden. Maar waarom ben ik die bepaling niet in het SGP-beginselprogramma tegengekomen? Het staat toch in de Bijbel? Ik heb het idee dat men hoopt dat niemand erover begint. Het schijnt bijbels te zijn, maar we doen het niet meer, althans niet in het Westen, gewoon omdat we het onmenselijk vinden.

Er is dus ook in reformatorische kring een besef dat het Oude Testament niet zonder meer overgenomen kan worden door de christelijke kerk. Neem alleen al het sabbatsgebod: het christendom houdt de zondag als vrije dag aan, het Jodendom de zaterdag. Niet omdat het Oude Testament niet gezaghebbend zou zijn, maar omdat het in de eerste plaats aan Israël is gegeven.

Volgens Paulus gelden de wetten van Israël niet zomaar voor de gelovigen uit de heidenwereld. De besnijdenis niet, de spijswetten niet. En op het spoor van Paulus verder gedacht, ook het oudtestamentische theocratisch concept is niet universeel. De leerlingen van Jezus hebben geen theocratie gevestigd, ze hebben gemeenten gesticht, gemeenschappen waartoe je op grond van vrije keuze kunt behoren. Calvijn en De Brès grepen over het Nieuwe Testament heen naar het Oude om de theocratische gedachte te funderen.

Maar dit concept was toen al niet gelukkig en is in de 21ste eeuw volstrekt achterhaald, een relict uit vroeger tijden, dat misschien bepaalde nostalgische gevoelens voedt, maar niet meer werkbaar is. SGP-politici moeten zich in vreemde bochten wringen om er wat van te maken. Het Wetenschappelijk Instituut van de SGP, met de veelzeggende naam 'Guido de Brèsstichting', heeft dit jaar een boek uitgegeven: 'Gerechtigheid verhoogt een volk'. Ik lees daar: 'Binnen het kader van de grondwettelijke rechtsorde blijft de SGP grote terughoudendheid betrachten ten opzichte van een godsdienst als de islam.'

Artikel 1 van de Grondwet met zijn gelijkheidsbeginsel combineert de Guido de Brèsstichting hier met artikel 36 van de NGB dat de overheid oproept om de valse godsdienst uit te roeien. Huidige SGP'ers kunnen weten dat die combinatie onmogelijk is. De forse termen 'uitroeien' en 'weren' worden dan ook vervangen door het voorzichtige 'terughoudendheid', maar het is sparen van kool en geit; Nederlandse grondwet en Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat leidt tot onduidelijkheid en ongelukken. Schoonhoven geeft er een voorbeeld van.

Ik begrijp het probleem van de SGP. Artikel 36 is de loopgraaf van de SGP. Meteen aan het begin van het beginselprogramma wordt ernaar verwezen en wel naar 'het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis'. Daar zit het verhaal achter van de Gereformeerde Kerken, die in 1905, onder invloed van Abraham Kuyper, de heftigste woorden eruit schrapten. Maar de SGP, onder leiding van ds. Kersten, handhaafde het weren en uitroeien van afgoderij en valse godsdienst. Met overtuiging en felheid.

In 2016 staat de SGP voor een dilemma: dit beginsel handhaven laat de partij verschrompelen tot een bedenkelijke curiositeit, het schrappen ervan betekent opheffing van de partij. Ik begrijp de pragmatische keuze voor het steeds terugkerende woord 'terughoudendheid'. Maar daar redt de SGP het niet mee.

Uithuilen en opnieuw beginnen, zou ik zeggen. Volgens mij heeft de partij nog wel meer in huis aan christelijk erfgoed. Politici als Van der Staaij verdienen een forum. Maar moslims in Schoonhoven een gebouw misgunnen, lijkt te veel op wat in Saudi-Arabië gebeurt: geen kerkgebouwen voor christenen. Daar moet je als christelijke partij niet op willen lijken.

Artikel 39

'om de hand te houden aan de heilige moskeedienst; om te weren en uit te roeien alle afGoderij en valsen Godsdienst, om de rijken van Joden en christenen te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Allah te doen vorderen, het woord des Korans overal te doen prediken, opdat Allah van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden