Uitgezet echtpaar vraagt hulp bij contact met Rabat

De begin deze maand door Marokko uitgewezen Herman en Else Boonstra vestigen hun hoop op de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en Kamerlid Khadija Arib.

Ze hopen dat deze twee politici, die beiden adviseur van koning Mohammed de zesde waren, kunnen bemiddelen, zodat ze minimaal in contact kunnen blijven met hun acht pleegkinderen in Marokko. De Boonstra’s, die zijn beschuldigd van christelijke bekeringsactiviteit, denken dat hun uitwijzing een verzoeningsgebaar van het paleis voor moslimfundamentalisten is. Ze ontkennen dat ze actief hebben geëvangeliseerd.

Gisteren blikten de Boonstra’s in Den Haag op een door de Christen Unie georganiseerde bijeenkomst terug op hun totaal onverwachte vertrek op 8 maart uit Ain Sleuh, een dorp in het Midden Atlasgebergte, waar ze tien jaar lang een opvanginstelling voor kinderen zonder familie hadden geleid. Voor de bijeenkomst waren drie Kamerleden van Marokkaanse komaf uitgenodigd. Van hen kwam alleen Na’ima Azough (GroenLinks) opdagen. Tofik Dibi (GroenLinks) en Khadija Arib (PvdA) zullen vandaag met het echtpaar praten.

„We staan hier als ouders”, benadrukten de Boonstra’s. Vooralsnog is er weinig kans dat ze snel hun acht pleegkinderen (één tot tien jaar oud) zullen terugzien. Ze kregen drie uren om afscheid te nemen. In de die korte tijd moest alles geregeld worden en de kinderen waren totaal overstuur.

Twaalf jaar geleden trokken de Boonstra’s naar Marokko. Ze wilden daar een project voortzetten van een Amerikaans echtpaar, voor de opvang van kinderen, die in Marokko het stempel ’wortelloos’ meekrijgen. Ze zijn voortgekomen uit buitenechtelijke relaties, waaronder prostitutie en verkrachting. Vanwege de schande krijgen ze geen plaats in de familie. Meestal brengt de moeder in een ander dorp het kind ter wereld, bijvoorbeeld bij een tante. Vaak belanden deze kinderen in de prostitutie.

In landelijke gebieden is er voor dit soort kinderen geen voorziening. In de grote steden zijn er weeshuizen, maar de Boonstra’s hebben hun instelling, de Village of Hope (Dorp van de hoop) anders opgezet. Ze bestaat (bestond) uit vijf opvanggezinnen in aparte huizen. Vier echtparen waren afkomstig uit het buitenland, het vijfde gezin stond onder leiding van een christelijk Marokkaans stel. De instelling profiteerde van het liberalere beleid onder de nieuwe koning Mohammed de zesde, die in 1998 de troon besteeg.

De vijf echtparen vingen 38 kinderen op. Door capaciteitsgebrek moest de instelling vijfmaal zo veel kinderen afwijzen als ze kon aannemen. „Toch waren er geruchten dat wij prostitutie aanmoedigden en vervolgens vrouwen betaalden om hun kind aan ons te geven”, zegt Else Boonstra. De Boonstra’s geven toe dat ze hun kinderen in een christelijke sfeer hebben laten opgroeien. Ze hebben dat destijds met de autoriteiten besproken en ook in plaatselijke cafés. Op de dag van de uitwijzing zeiden de kinderen tegen de politie dat ze christenen waren. Else Boonstra: „Wat verwacht je van jonge kinderen?”

De kinderen bevinden zich nog in de opvanghuizen. Onderwijzend personeel, allemaal moslims, overnachten bij hen en vangen hen zo goed en zo kwaad op. Verder hebben de autoriteiten personeel uit de hoofdstad Rabat aangevoerd.

Bizar vinden de Boonstra’s het dat nog maar twee maanden eerder na een bureaucratische lijdensweg hun instelling een officiële status had gekregen. Het drama begin deze maand begon met een inspectie, die vlekkeloos verliep. Een uur later hoorden ze dat ze weg moesten.

De Boonstra’s kunnen geen plaatselijke reden bedenken voor hun uitwijzing. Ze vermoeden dat er hogere politiek in het spel is, reden waarom ze de hulp inroepen van mensen, die de weg kennen in het koninklijke paleis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden