Uitgemergeld door laxeermiddelen de tatami op

Oud-judoka publiceert verontrustende cijfers over ziekmakende gewichtsklassen

Het begon met één keer overgeven. Jessica Gal was zestien jaar toen ze voor het eerst boven de wc hing. Ze stond aan de rand van een succesvolle judocarrière en moest 'op gewicht komen', zoals dat heet in de judowereld.

Afvallen dus. Zo streng mogelijk lijnen, zodat ze tijdens het weegmoment voor de wedstrijden niet boven haar gewichtsklasse uitkwam, in die tijd 48 kilo. "Ik was continu bezig met mijn gewicht", vertelt Gal, inmiddels sportarts. "Als je zo'n strak regime volgt krijg je op een gegeven moment eetbuiten. In paniek heb ik het een keer eruit gegooid. Toen merkte ik: hé, dat ging wel heel makkelijk."

Het werd een verslaving. Telkens als Gal veel had gegeten, ging het er weer uit. Natuurlijk was het ongezond, dat wist ze zelf ook wel. Maar ze bleef winnen, dus hield ze haar lippen stijf op elkaar. Een eetstoornis hoorde niet bij een kampioene, vond de atlete die onder meer drie keer Europees goud veroverde. "Als sporter wil je laten zien dat je sterk bent. Je bent een soort held. Dat maakt het moeilijker om erover te praten. Je wilt niet met zoiets geassocieerd worden."

Nu, bijna vijftien jaar later, durft Gal er voor het eerst in het openbaar eerlijk over te zijn. Om het probleem in kaart te brengen deed de voormalig judoka, samen met sportpsycholoog Karin de Bruin, de afgelopen twee jaar onderzoek naar afvallen in de judowereld. De conclusies zijn zorgwekkend. Voor de buitenwereld dan. Want dat er in de judowereld extreme diëten worden gevolgd is onder atleten en trainers al langer bekend. Alleen rust er nog een taboe op, meent Gal.

Van de 461 atleten die werden ondervraagd in het onderzoek, gaf bijna tachtig procent aan voor wedstrijden af te vallen.

Sommige topjudoka's gaan daar erg ver in. Ze gebruiken laxeermiddelen (8,3 procent), plaspillen (3 procent) of steken een vinger in de keel om over te geven (4 procent). Gal denkt dat de werkelijke aantallen nog veel hoger liggen, omdat het voor topjudoka's moeilijk is om erover te praten.

Eenmaal op streefgewicht mogen ze in ieder geval de tatami op. Een gram teveel betekent diskwalificatie. Gezond is het niet om in de dagen voor de wedstrijd op een noodrantsoen te leven.

Judoka Birgit Ente vertelde vorig jaar in het AD dat haar voeding soms bestond uit een kiwi per dag om in de lichtste gewichtscategorie te kunnen uitkomen.

Niet gezond. En ook niet altijd goed voor de prestaties, zegt Gal. "Sommige judoka's hebben zoveel moeten afvallen dat ze helemaal geen energie meer over hebben als ze op de mat staan." En het werkt blessures in de hand.

Nu er duidelijke cijfers op tafel liggen, hoopt de sportarts dat er in de judobond en het NOC-NSF meer aandacht komt voor voorlichting. Richtlijnen voor gezonde voeding zijn er al, maar ze zijn nog nauwelijks bekend bij de atleten. Gal stelt ook voor dat de gewichtsklasse voor de jeugd worden afgeschaft. "Nu moet de 6-jarige Jantje van 28 kilo een week minder snoepen als hij in de categorie tot 27 kilo wil uitkomen. Zo maak je kinderen op jonge leeftijd al gevoelig voor eetstoornissen. Wat mij betreft wordt die grens pas ergens aan het einde van de puberteit getrokken."

Zelf is Gal van haar eetprobleem af. Nadat ze een punt zette achter haar topsportloopbaan, na de Olympische Spelen in Sydney in 2000, stopte ze met lijnen.

De eetstoornis heeft haar niet beschadigd, al dacht Jessica Gal lange tijd dat ze onvruchtbaar was, omdat ze onregelmatig menstrueerde als gevolg van de combinatie van slecht eten en veel sporten. Maar inmiddels heeft ze een zoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden