Uiteindelijk wordt het wat het moet zijn

interview | In de serie De Schepping vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Illustrator Martijn van der Linden is winnaar van de Woutertje Pieterse Prijs.

Aparte buurt, Rotterdam Overschie. Een dorp in de stad. Althans, zo oogt het gedeelte waar illustrator Martijn van der Linden woont en werkt. Dat laatste doet hij in een voormalige slagerij. 'De kinderboekenslagerij' heeft nog lang op de ruiten gestaan, maar die naam vonden hij en zijn vrouw, schrijfster Maranke Rinck, de lading niet helemaal dekken. Hoe dan ook: het heeft iets, een atelier in een oude buurtslagerij. Zijn schetsen bergt Van der Linden op in de koelcellen in de achterwand, waar ook een kast vol kinderboeken staat, niet eens het volledige oeuvre van de tekenaar.

Kenmerkend aan zijn werk is dat zijn werk niet zo kenmerkend is. Van der Linden maakt net zo makkelijk een strakke zwart-witte zwaan voor het boek 'Winterdieren', als een kleurrijke schildpad voor het verhaal 'Ik voel een voet'. Zowel een voor- als een nadeel, vindt hijzelf. Hij kan nu eenmaal niet anders. "Als iets klaar is dan is het klaar, dan wil ik verder naar het volgende."

Samen met jeugdboekenschrijver Edward van de Vendel won Van der Linden onlangs de Woutertje Pieterse Prijs, voor hun boek 'Stem op de okapi'.

Is dat belangrijk voor u, een prijs winnen?

"Van tevoren is dat niet belangrijk - ik maak geen boeken om prijzen te winnen - maar als het dan eenmaal gebeurt, vind ik het wel ongelooflijk gaaf dat ik samen met Edward heb gewonnen. Een prijs maakt ook uit, het is goed voor het boek. Ik geloof dat ik dat het belangrijkste vind: dat het boek de aandacht krijgt dat het verdient."

Winnen in uw vakgebied stelt ook iets voor in Nederland. Er zijn hier veel goede illustratoren.

"Zeker. We hebben ook wel een eigen traditie, denk ik. Al betwijfel ik of we wel zo uitstijgen boven landen als Italië of Engeland. Ik was een paar jaar geleden op de kinderboekenbeurs van Bologna en daar was ik toch behoorlijk onder de indruk van vooral Italiaanse illustraties. Iets als een Nederlands stempel bestaat misschien wel niet. Of een Frans stempel, of een Deens stempel."

Van der Linden staat op en loopt naar de boekenkast. Daarin staan verschillende encyclopedische overzichten van allerlei illustraties per land. Als hij er eentje van de plank trekt, blijkt al bladerend inderdaad dat vrijwel niet is vast te stellen welke tekening bij welk land past. Ja, deze, die is misschien typisch Frans. Maar die andere ook? Nee, het stempel zit toch eerder in de kunstenaar, dan in het land waar de kunstenaar vandaan komt. "De tekeningen zijn te divers om er iets zinnigs over te kunnen zeggen."

Wat wel vaak terugkomt in kinderillustraties: dieren. Altijd maar dieren. Waarom zou dat zijn?

"Ik heb daar vaak over nagedacht. Ik weet wel dat ik het als kind ook mooi vond, als er dieren in een verhaal voorkwamen. Maar het ligt ook aan ons, illustratoren."(Grappend;) "Wij dringen het ze op.

"Maar serieus: In de echte wereld hebben kinderen natuurlijk ook al veel met dieren, van nature al. Volwassenen ook. We vinden allemaal iets van een kat, daar kan ik als tekenaar op inspelen. Door de kat een bepaalde blik te geven, bijvoorbeeld, een bepaalde manier van kijken. Door de rijkheid van de dierenwereld kun je een heel expressief personage maken. Een heel blije leeuw, of je geeft een verlegen dier een schutkleur. Voor de illustraties bij 'Stem op de okapi' ben ik heel vaak naar Blijdorp geweest. En nog steeds ga ik er vaak naartoe, met de kinderen. Het boek is dan wel af maar de band met de okapi duurt voort. Blijdorp is ook vlakbij."

De inspiratie ligt voor u dus om de hoek?

"Voor dat boek wel. Nu ben ik net klaar met 'Constant - spelen in Nieuw Babylon', dat ik heb gemaakt samen met Maranke. Dat was in opdracht van het Gemeentemuseum Den Haag en uitgeverij Leopold. Constant is Constant Nieuwenhuys, een van de oprichters van kunstenaarsgroep Cobra. Inspiratie vinden was dus niet zo moeilijk; ik vind het fantastisch wat hij deed en hoe meer ik over hem las en hoe meer werk ik van hem zag, hoe enthousiaster ik werd. Vooral zijn periode na Cobra vind ik interessant. Toen werd zijn werk abstracter en ging het meer richting architectuur en cartografie - ik heb alles in het boek ook over kaarten heengeschilderd.

"Constant is onze hoofdfiguur geworden en het verhaal is gebaseerd op zijn ideeën over de utopische stad Nieuw Babylon. Daar worden alle saaie werkzaamheden overgenomen door machines, zodat de mensen alle tijd hebben voor leuke en creatieve dingen. Kijk, hier zie je die kaarten op de achtergrond. Gaat in het hele boek door. Op één van die kaarten zag ik ineens het plaatsje 'Constanta' liggen. Zoiets licht ik er dan natuurlijk uit. Je komt dus altijd wel tot creatieve oplossingen, al helpt het ons wel om iets in opdracht te maken. Zo van: Dit is jullie kader en daar moeten jullie het mee doen."

Hij pakt een ander boek. "Voor deze bijvoorbeeld heb ik bijna niet geschetst, dit is een heel vage, expressieve techniek. Maar ik moet wel weten welke kant het opgaat, waarbinnen ik het moet doen. Dat weet ik na drie schetsen. Daarvoor is het alle kanten opgegaan."

Je moet behoorlijk ingevoerd zijn om direct te zien dat een tekening een typische 'Martijn van der Linden' is. Ervaart u dat als een voor- of een nadeel?

"Dat is aan de ene kant leuk, maar het is ook enigszins frustrerend. Omdat ik steeds bij nul begin. Een enkele keer kun je een bepaalde techniek doorzetten naar een volgende opdracht, maar meestal niet. Soms denk ik: Wanneer gaat het komen? Maar het is de enige manier waarop ik het kan. Die spanning, die zoektocht heb ik nodig, die is ook wel goed voor mijn werk.

"Het nadeel van dat steeds opnieuw het wiel willen uitvinden is dat mensen mijn werk daardoor niet snel herkennen. En het is daardoor bijvoorbeeld onmogelijk om al mijn werk mooi te vinden. Als je kijkt naar alle dingen die ik tot nu toe gemaakt heb, is het net of ik heel bewust bezig was met het opbouwen van allerlei carrières. Inmiddels is dat diverse wel een voordeel, omdat ze nu wel weten dat ik verschillende dingen doe."

U maakt weliswaar veel boeken met uw vrouw, maar dit atelier is uw terrein. Illustreren doet u in uw uppie. Een eenzaam vak?

"Als je de lading van het woord afhaalt wel. Het klinkt wat zielig, eenzaam, maar je bent wel altijd in je eentje aan het werk. Het is niet anders. Ik voel me ook niet dienstbaar aan schrijvers of uitgevers. Als 'plaatjesmaker' werken, dat past niet bij mij. Ik moet dat ook kunnen, hoor, commercieel werken, en ik kan dat ook wel, maar ik vind dat wel lastiger. Dingen veranderen ook in je leven. Ik heb nu drie kinderen, die bepalen een groot deel van mijn werkstructuur. Vroeger kon het uren duren voor ik aan de slag ging, ik kon bij wijze van spreken rustig zitten wachten op inspiratie. Dat kan ik me nu niet meer veroorloven."

Toch heeft u weinig te klagen. Een groot en afwisselend oeuvre, aan opdrachten geen gebrek en nu weer de Woutertje Pieterse Prijs. Nog toekomstvisioenen of idealen?

"Als ik iets af heb, denk ik vrijwel altijd: Oké, dat was dat, nu even iets heel anders. Maar de laatste tijd denk ik wel in toenemende mate: Goed, even geen zoete, lieve diertjes, maar iets met een volwassen uitstraling. Het hoeft echt geen seks, drugs en rock-'n-roll te zijn, hoor, maar ik wil wel iets moois maken voor volwassenen. En ik wil graag samen met Maranke een serie neerzetten. Zoiets als 'Kikker' (populaire kinderboekenserie van Max Velthuijs, JvV). Hoewel we al aardig in de buurt komen van dat ideaal met onze speelprentenboeken 'Memorykonijn' en 'Tangramkat', dat net af is. Een serie waar ik op terug kan vallen, dat lijkt me ideaal. Vastigheid, weten wat me te doen staat. Ja, misschien gaat dat ook wel weer in tegen hoe ik ben. Zo'n serie is er dus ook nog niet. (Lachend:) "Maar de wil is er! Ach, uiteindelijk is wat ik doe, wat het moet zijn."

'Na drie schetsen weet ik het, daarvoor is het alle kanten opgegaan'

Martijn van der Linden (1979 ) illustreerde boeken bij de verhalen van tal van schrijvers, onder wie Annie M.G. Schmidt, Sjoerd Kuyper, Jan Terlouw, Thea Beckman, Simone van der Vlugt, Paul van Loon, Edward van de Vendel. De meeste boeken maakt hij met zijn vrouw, kinderboekenschrijfster Maranke Rinck. De Woutertje Pieterse Prijs 2016 is niet de eerste onderscheiding die Van der Linden kreeg. Naast enkele andere (internationale) prijzen werd het boek 'Winterdieren' beloond met de Gouden Griffel en ontving 'Cheffie is de baas' de Zilveren Griffel. De boeken van Martijn van der Linden verschijnen in twaalf landen.

In twaalf landen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden