’Uiteindelijk wijs je jezelf de weg’

(Trouw) Beeld ANP
(Trouw)Beeld ANP

Twee jaar geleden werd Nigel de Jong door de toenmalige bondscoach Marco van Basten pas vlak voor het begin van het EK 2008 tot basisspeler van Oranje gepromoveerd. Nu is hij een vaste waarde, in het gewichtige defensieve blok op het middenveld. Voor de vijftiende keer in de 22ste interland onder Bert van Marwijk, het eerste WK-duel van vandaag met Denemarken, wordt hij daarin gekoppeld aan Mark van Bommel. „Ik voel het vertrouwen van de trainer”, zegt De Jong. „Het blok heeft bij hem altijd gestaan en een deel van het succes bepaald.”

Van Basten had De Jong in eerste instantie nog een tandem met de tamelijk weke Engelaar laten vormen. Nu is het controlerende koppel steviger, erkent De Jong. Hij is te spreken over de samenwerking met Van Bommel. „Hij heeft meer ervaring en kent daardoor net meer kneepjes, een overtredinkje hier en daar bijvoorbeeld. Vanaf de eerste wedstrijd, uit bij Rusland in 2008, is er een goede connectie, terwijl we nooit eerder met elkaar hadden gespeeld. Van Bommel kent mijn kwaliteiten, en ik de zijne. Je kijkt naar elkaar en weet wat je bedoelt.”

De Jong is 25 jaar en langzamerhand ontwikkelt hij zich tot een specialist in de steeds gewichtiger zone vóór de eigen defensie. In de veeleisende Engelse competitie wordt hij voor vol aangezien bij Manchester City, vijf jaar nadat hij Ajax als een toen nog druistig en onbestemd talent had verruild voor het Duitse HSV. „Op het trainingsveld of voor het echie, het maakt mij niet uit: ik wil altijd winnen”, zegt De Jong. „De over-mijn-lijk-mentaliteit heb ik mezelf aangeleerd, al zat die altijd wel diep in me verscholen.”

In Duitsland maakte hij de omslag van een speelse voetballer die zichzelf nu en dan een kunstje dacht te kunnen veroorloven, naar een toegewijde middenveldkrijger. Trainer Huub Stevens, die zelf ook altijd van wanten wist, was daarbij een van zijn raadgevers. „Maar uiteindelijk wijs je jezelf de weg” vindt De Jong. „Ik heb getwijfeld aan mezelf, alleen op mijn kamer. Ik was geblesseerd, viel af voor het WK 2006. Maar het is de beste stap in mijn carrière geweest om al jong naar Hamburg te gaan. Je leeft als een monnik, kent geen kip buiten de club. Je bent aangewezen op het voetbal zelf en op je eigen kwaliteiten. Dan zeg je: wil je de top bereiken of wil je er een beetje onder bungelen? Uiteindelijk merk je wat je kwaliteiten zijn: niet dat balletje onder de voet halen of die mooie pass geven, maar dienend spelen.”

De Jong heeft nog geregeld contact met zijn grootste Nederlandse voorbeeld, Edgar Davids. „Voor mij was hij toch de ultieme krachtpatser van het Nederlandse voetbal.” Hij bewonderde ook Patrick Vieira, de Franse mannetjesputter die ook in zijn nadagen als ploeggenoot plots bij Manchester City door De Jong nog hoog wordt geacht. „Hij heeft nog steeds het aura en de persoonlijkheid van een groot voetballer. Het is mooi om met een van je idolen van vroeger op het veld te staan. Hoe hij jonge jongens aanspoort om meer te doen, om beter te worden, daar heb ik respect voor. Hij heeft alles gewonnen wat er te winnen valt. Hij weet hoe je moet winnen, hoe je een team voor succes moet smeden. In de groep geeft hij wel eens tips hoe daar te komen waar je wilt komen.”

Maar de speelwijze waarin De Jong zich mede met dergelijke adviezen wil bekwamen, heeft een keerzijde, zeker in Nederland. Daar wordt hard spel misschien wel sneller dan elders in de internationale arena’s bekritiseerd. Na grove charges in oefeninterlands tegen Japan en de Verenigde Staten werd De Jong her en der gehekeld als een hardleerse dwaas, een recidivist. „Dat is de mening van het volk”, zegt hij onaangedaan. „Iedereen weet hoe ik speel: altijd op het randje. Ik heb niet de intentie om iemand te blesseren. Maar je gaat gewoon ver voor het Nederlands elftal en af en toe ga je over het randje. Dat hoort bij voetbal.”

Om zich te verdedigen vergeleek De Jong zichzelf al eens met Johan Neeskens, de voetbalcommando uit de jaren zeventig–en daarop werd hem dan weer hoogmoed verweten. „Je wilt het wel eens, maar zo’n vergelijking moet je ook niet maken”, zegt hij nu. „Ik denk dat Neeskens ook wel eens domme dingen deed, maar die tijden mogen niet met elkaar vergeleken worden. Tegenwoordig wordt alles breed uitgemeten. Maar ik zal mijn speelstijl nooit veranderen. Iedereen mag daarover een mening hebben, maar ik ben degene die moet presteren op het veld, en de bondscoach bepaalt.”

Door diens vertrouwen gesterkt, beweegt De Jong zich zelfverzekerd bij Oranje, als een kernspeler inmiddels en als grappenmaker op z’n tijd op het trainingsveld. „Als je status verandert, ga je anders door een groep heen dwarrelen. Ik weet nog hoe ik binnenkwam, bij de grote jongens: Clarence Seedorf, Edgar Davids, Jaap Stam. Dan hou je je mond gewoon dicht.” En nu luistert hij nog naar Edgar Davids, als zijn spel ophef heeft veroorzaakt bijvoorbeeld. „Dan zegt hij: speel zoals je moet spelen en uiteindelijk waait het over.”

Nigel de Jong: 'Je gaat gewoon ver voor het Nederlands elftal en af en toe ga je over het randje.' (FOTO KOEN VAN WEEL, ANP) Beeld
Nigel de Jong: 'Je gaat gewoon ver voor het Nederlands elftal en af en toe ga je over het randje.' (FOTO KOEN VAN WEEL, ANP)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden